Posted: 17 Apr. 2021

Cryptovaluta

Antiliaans Dagblad 8 Mei 2021

De cryptovaluta zijn aan een stevige opmars bezig. De waarde van de diverse valuta stijgt de laatste tijd fors en met die waardestijging neemt ook de belangstelling van het publiek toe om in cryptovaluta te beleggen. De bekendste cryptomunt is ongetwijfeld de bitcoin en juist deze munt heeft de afgelopen periode een grote impuls gekregen onder andere door omvangrijke aankopen door Elon Musk van Tesla. Bovendien kan ook steeds vaker worden betaald met de bitcoin. Zelfs Tesla’s kunnen er mee worden aangeschaft. Vooral de pioniers met de bitcoins kunnen zich momenteel in de handen wrijven. Zij hebben de munt tegen een habbekrats aangeschaft, terwijl deze momenteel circa € 47 000 waard is. Tel uit je winst. Maar zoals aan elke belegging zitten ook aan cryptovaluta risico’s. In dit geval zelfs een fors risico. De waarde van de munt is hoogst volatiel en uiteindelijk wordt die waarde ook door niemand gegarandeerd. Het is simpelweg een spel van vraag en aanbod. Vooral degenen die nu instappen, moeten een hoge prijs neertellen. Maar ja, blijft de vraag stijgen dan kan het best zijn – zoals sommigen ook voorspellen – dat de waarde over een tijd het dubbele kan zijn van de huidige koers. Kortom: leuk beleggingsspeelgoed voor degenen die wel van een gokje houden.
Maar hoe zit het met de belastingheffing ten aanzien van de cryptovaluta? Uitgangspunt is dat cryptovaluta niet anders zijn dan andere valuta waarin men belegt. Het zijn dus in feite beleggingen. Vanuit fiscaal perspectief moet de opbrengst worden aangegeven voor de inkomstenbelasting. Het is echter inherent aan cryptovaluta dat deze geen opbrengst genereren in de zin van dividend of rente. Anders gezegd: er splitst zich geen vergoeding af. Dat is uiteraard inherent aan valuta. Die kennen alleen waardedalingen en waardestijgingen. Kijken we naar de Nederlandse belastingheffing dan is het allemaal vrij eenvoudig. De cryptovaluta zijn vermogensbestanddelen die voor particulieren belast zijn in box 3, ongeacht of men nu veel of weinig handelt met de valuta. Alleen als men de valuta als ondernemer heeft gekocht, is de gerealiseerde winst (of het verlies) bij verkoop belast (of aftrekbaar). Maar dat zal zich niet vaak voordoen. Normaliter is men als belegger particulier. De waarde per 1 januari moet dan voor box 3 worden aangegeven. Voor de aangifte 2020 was dat circa € 6 400. Voor de aangifte over 2021 is de waarde op 1 januari 2021 beslissend ofwel bijna € 24 000. Bij vervreemding van de valuta wordt in het systeem van box 3 geen resultaat in aanmerking genomen. In veel andere landen is dat laatste wel het geval, omdat vermogenswinsten bij vervreemding uitdrukkelijk in de heffing worden betrokken. Dat is bijvoorbeeld het geval in de Verenigde Staten. In sommige landen worden de vermogenswinsten jaarlijks wel belast, ook al zijn ze niet gerealiseerd. Je zou kunnen zeggen dat Nederland dat ook doet door het systeem van box 3.
Kijken we naar de fiscale wetgeving van Curaçao – voor de andere eilanden geldt in beginsel hetzelfde – dan hebben we daar feitelijk te maken met een volledige onbelastbaarheid van de cryptovaluta. Zoals we net zagen, levert een valuta geen opbrengsten op die zich afsplitsen maar alleen een waardemutatie. In de fiscale stelsels van het Caribische deel van het Koninkrijk kunnen alleen opbrengsten die zich afsplitsen van een vermogensbestanddeel worden belast. Waardemutaties kunnen niet worden belast. Bovendien is er geen sprake van een vermogensbelasting zodat ook de waarde zelf onbelast blijft. Kortom: de heffing is nihil. Het verdient, mijns inziens, dan ook aanbeveling de wetgeving aan te passen zodat waardestijgingen van (crypto)valuta belast kunnen worden. Overigens zou dat dan moeten betekenen dat waardedalingen ook aftrekbaar moeten zijn.
Al met al maakt het voor het Caribische fiscale stelsel dus niet uit of de fiscus bekend is met het bezit van cryptovaluta. In Nederland is dat in verband met de box 3 heffing wel relevant. Hetzelfde geldt voor landen die vermogenswinsten in de heffing betrekken. Een merkwaardig fenomeen is overigens dat de fiscus niet automatisch op de hoogte wordt gehouden van het bezit van cryptovaluta door de instellingen die deze beheren. Voor banken e.d. geldt de zogenoemde renseigneringplicht op grond waarvan zij de fiscus jaarlijks moeten informeren over bankrekeningen e.d. maar dat geldt dus niet voor genoemde beheerders. Daar moet met spoed verandering in worden gebracht, zeker gelet op de enorme bedragen die met de cryptovaluta zijn gemoeid.
Tot slot: er zijn ook diverse mensen bezig met het minen van cryptovaluta. De fiscale behandeling daarvan verschilt in principe van bovenstaande. Dit zullen al snel ondernemingsactiviteiten zijn waardoor de totale opbrengst belast is.  

Author

Peter Kavelaars

Peter Kavelaars

Hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en of councel bij Deloitte.