Posted: 26 Jun. 2021

Nieuw fiscaal beleid?

Antiliaans Dagblad 26 Juni 2021

Een nieuwe regering roept altijd direct de vraag op wat het gaat aanpakken, hoe dat er uit gaat zien en vooral hoe het allemaal uiteindelijk gaat uitpakken. Daar wordt de regering immers later ongetwijfeld op afgerekend. Regeerakkoorden vormen daarvoor de basis. Met de recente installatie van de nieuwe regering van Curacao is het interessant hoe het fiscale beleid er uit gaat zien. In het regeerakkoord van 30 april komen diverse fiscale voornemens aan de orde waar ik in latere columns  op terug kom. Voor nu geef ik een aantal meer algemene punten los van het regeerakkoord waarvan ik meen dat Curacao er goed aan doet daar in elk geval acht op te slaan.


Het belangrijkste uitgangspunt is denk ik wel dat eenvoud van het fiscale stelsel een heel groot goed is. Vooral politici en belangengroepen hebben de neiging allerlei franje in wetgeving te stoppen om bepaalde groepen te bevoordelen of bepaalde activiteiten te stimuleren, dan wel af te remmen maar in de regel is dat onverstandig. In de eerste plaats kan het gemakkelijk leiden tot een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling. Dat moeten we niet willen. In de tweede plaats maakt het de wettekst en daarmee ook de toepassing complex. In Nederland bestaan bijvoorbeeld helaas legio ellenlange wetteksten die zelfs voor vele fiscalisten onbegrijpelijk zijn. Ik tref die in de fiscale wetgeving van Curacao gelukkig maar zeer beperkt aan maar dat moet zeker niet toenemen. Zorg in dat verband dus los van de inhoud van een bepaling voor korte zinnen.


Dan is natuurlijk in het kader van de eenvoud de toepassing van fiscale regels een belangrijk element. Dat geldt zowel voor de belastingplichtige, als voor de Belastingdienst. Voor de belastingplichtige moet in de eerste plaats de tekst begrijpelijk zijn, maar er moeten bovendien niet allerlei voorwaarden en verplichtingen worden opgelegd die het de belastingplichtige min of meer onmogelijk maken zich aan de wet te houden of bepaalde fiscale voordelen te effectueren. Maar het geldt ook aan de kant van de Belastingdienst: die zit er niet op te wachten met ingewikkelde wetgeving te worden opgescheept, met allerlei variabelen die moeten worden gecontroleerd en die veelal de automatisering zwaar belasten. Allemaal punten die wellicht voor zich spreken, maar als puntje bij paaltje komt niet zelden vergeten worden bij de totstandkoming van wetgeving.


Ten slotte is in dit verband een belangrijke waarschuwing op zijn plaats: voorkom fiscaal instrumentalisme of beperk dat in elk geval sterk. Fiscaal instrumentalisme – het sturen van gedrag van belastingplichtigen via het fiscale systeem – leidt bij uitstek tot complexiteit in wetgeving en uitvoering, heeft zelden effect, als de effecten overigens al meetbaar zijn. Wat dat betreft is Nederland een goed voorbeeld zoals het niet moet. Onderzoek van de Algemene Rekenkamer wijst uit dat van het overgrote deel van dergelijke maatregelen het effect volstrekt onmeetbaar is. Als je dan als regering al iets wil stimuleren, afremmen of zelfs verbieden, doe dat dan via andere, niet fiscale regels.


Een tweede thema dat ik zou willen suggereren heeft betrekking op de compliance van de belastingwetgeving en meer in het bijzonder de aandacht voor het naleven van fiscale regels. Die taak ligt uiteraard vooral bij de Belastingdienst. In Nederland hebben we een groot aantal jaren het systeem van Horizontaal Toezicht (HT) ingevoerd voor met name grote bedrijven. Dee bedoeling daarvan was dit langzamerhand uit te breiden naar kleinere bedrijven. De kern van HT is in feite: met de fiscus wordt afgesproken dat je je als belastingplichtige netjes gedraagt en dan komen we als fiscus je niet lastig vallen met controles e.d. Wat voor velen indertijd al wel duidelijk was, is dat dit in de meeste gevallen niet werkt en de werking minder wordt naarmate bedrijven kleiner zijn. Dat geldt dus typisch ook in Curacao. Maar het is wel van groot belang dat regelmatig en op grote schaal controles worden uitgevoerd. Het mes snijdt aan vele kanten: hoewel het wat geld kost in de vorm van extra menskracht bij de Belastingdienst (controleurs e.d.), verdient dat zich ruimschoots terug in meeropbrengsten aan belastinggeld. Bovendien leidt een regelmatige controle tot een veel betere fiscale compliance bij belastingplichtigen. Dat is vooral goed voor de fiscale moraal.


Wat betreft enkele meer inhoudelijke fiscale punten doe ik ook een paar suggesties: Afgelopen periode is er veel discussie geweest over de invoering van een ABB. Die variant is van tafel en moet wat mij betreft ook bepaald niet terugkomen. Er moet wel serieus naar een alternatief voor de huidige omzetbelasting gekeken worden want de cumulatie van belasting in dat systeem moet van tafel. De door onder andere het IMF aangedragen BTW is zeker een goed alternatief mits zonder allerlei specifieke vrijstellingen, maar wel met een relatief hoge algemene omzetvrijstelling en geen tariefdifferentiatie. Een aanbeveling van heel andere aard met name gericht op ondernemers en de bevordering van de werkgelegenheid: geen of beperkte investeringsfaciliteiten – dat is doorgaans ongewenst instrumentalisme – maar wel generieke loonkostenverlaging in de vorm van lagere werkgeverspremies. Het is van groot belang dat de belastingdruk op arbeid wordt verlaagd. Een dergelijke aanpak verdient zich zelf terug in de vorm van meer arbeid met als gevolg meer belastingopbrengst en minder uitkeringen. En dan ter afronding mijn ‘stokpaardje’: maak spoedig werk met het sluiten van belastingverdragen met landen die voor Curacao economisch van betekenis zijn: dat zijn vooral landen in Zuid Amerika en het Caribische gebied.

Author

Peter Kavelaars

Peter Kavelaars

Hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en of councel bij Deloitte.