Posted: 01 Oct. 2021

Transparant en openbaar

Antiliaans Dagblad 11 december 2021

In het kader van bestrijden van het ontgaan van belasting door multinationals heeft de OESO alweer enkele jaren geleden de zogenoemde fiscale CbC-reporting naar voor geschoven ofwel Country-by-Countryreporting: het gaat er daarbij, kort gezegd, om dat een internationaal opererende onderneming de fiscus informeert over onder andere de winsten die in elke concernvennootschap worden behaald en de prijzen die worden gehanteerd tussen de entiteiten van een concern. De fiscus kan er daardoor bijvoorbeeld beter zicht op krijgen of daarbij van zakelijke prijzen wordt uitgegaan en geen winst wordt verschoven naar laagbelastende landen. De EU heeft dit systeem dwingend voorgeschreven voor de lidstaten en daarnaast hebben al veel landen het geïmplementeerd waaronder ook Curaçao.


Voor velen gaat deze transparantie nog lang niet ver genoeg. De informatie wordt alleen aan de fiscus verstrekt en die mag deze informatie uiteraard niet verspreiden. Derden hebben er geen kennis van. Dat is niet verwonderlijk, omdat vrijwel alle landen een geheimhoudingsplicht van de fiscus kennen. Er heeft zich echter de afgelopen jaren een groeiende tendens voorgedaan waarbij allerlei, met name maatschappelijk organisaties, ervoor hebben gepleit dat de hiervoor bedoelde informatie publiekelijk wordt zodat ieder kan beoordelen of bedrijven wel hun fair share aan belasting betalen en niet belasting ontgaan door allerlei slimme constructies te bedenken en gebruik te maken van laagbelastende landen. Dat laatste zal overigens in de nabije toekomst niet goed mogelijk meer zijn, omdat in beginsel een akkoord is bereikt waardoor landen steeds minimaal 15% belasting heffen over winst.


Zoals gezegd leidt deze zogenoemde ‘publieke CbC-reporting’ ertoe dat meer transparantie ontstaat. De vraag is overigens of het publiek dit goed kan beoordelen. Er kunnen immers allerlei redenen zijn waarom in bepaalde gevallen in een jaar weinig of geen winstbelasting wordt betaald in een land terwijl er wel winst wordt behaald. Denk aan nog beschikbare compensabele verliezen die met die winst kunnen worden verrekend. Een ander belangrijk punt is dat de fiscale en de commerciële winst bij de multinationals, waar het in deze regeling om gaat, vrijwel nimmer gelijk aan elkaar zijn. In de regel worden beide winsten volgens eigen regels bepaald. Commercieel passen veel ondernemingen bijvoorbeeld de regels van IFRS toe. De fiscale winstregels luiden doorgaans anders en leiden in de regel ook tot een (veel) lagere winst. De fiscale winst zal echter niet worden gepubliceerd terwijl over die winst uiteraard de verschuldigde belasting wordt berekend. Kortom, er zitten wel wat mitsen en maren in hetgeen moet worden gepubliceerd. Bij de beoordeling van de informatie dient daar dus terdege rekening mee te worden gehouden.


Zoals gezegd geldt de verplichting tot publicatie op basis van de nu tot stand gekomen regels alleen in de EU maar ik verwacht dat publieke CbC-reporting ook in veel andere landen de komende tijd wordt ingevoerd. Enerzijds omdat de OESO dat ook wenselijk vindt en anderzijds omdat we hebben gezien dat de fiscale CbC-reporting ook op ruime schaal in de wereld is ingevoerd.


Publieke CbC-reporting geldt voor multinationals; voorwaarde is dat de onderneming in minimaal twee landen is gevestigd en een wereldwijde omzet heeft van minimaal € 750 mln. In principe rust de verplichting tot het verstrekken van de informatie op de moederonderneming maar er gelden ook enkele bijzondere regels. De gegevens die moeten worden verstrekt zijn onder andere: een beschrijving van de ondernemingsactiviteiten, het aantal werknemers, de inkomsten die weer nader moeten zijn onderverdeeld en de per land verschuldigde winstbelasting. Daarnaast moet ook uitdrukkelijk worden vermeld wat de inkomsten zijn bij transacties tussen verbonden concernonderdelen. Daarmee moet inzicht worden verkregen ten aanzien van de gehanteerde transfer prijzen en vooral of die zakelijk zijn vastgesteld. De informatie moet op de website van de multinational worden vermeld binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar. De regels treden vanaf medio 2023 in werking.


Het ligt voor de hand dat veel ondernemingen zich niet goed kunnen vinden in deze regels. Het verstrekken ervan aan de fiscus zal men geen probleem vinden want die gegevens moeten wettelijk geheim blijven. Maar het openbaar maken van al deze informatie kan vanuit concurrentie overwegingen bezwaarlijk zijn, vooral gelet op de hoeveelheid informatie en de gedetailleerdheid daarvan. Mijn vermoeden is dat het bedrijfsleven er dus niet heel blij mee is. Ik denk ook dat de meerwaarde niet groot is: van belang is vooral dat de fiscus over deze informatie beschikt en dat is al het geval via de fiscale CbC-reporting. Wat mij betreft had het daar dan ook bij kunnen blijven.      

Author

Peter Kavelaars

Peter Kavelaars

Hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en of councel bij Deloitte.