Press releases

BRNC/BRNS

Nederlands

Op 30 september 2015 is de Rijkswet inhoudende de regeling voor Nederland (inclusief Caribisch Nederland) en Curaçao tot het vermijden van dubbele belasting en het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en een woonplaatsfictie ter zake van erf- en schenkbelasting door de Eerste Kamer aangenomen. De Rijkswet wordt aangehaald als de Belastingregeling Nederland Curaçao (BRNC) (hierna: het Verdrag). Het verdrag is per 9 oktober 2015 gepubliceerd en treedt in werking op 1 januari 2016. Vanaf het moment van inwerkingtreding van het verdrag is de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) niet meer van toepassing tussen beide landen van het Koninkrijk. Er zijn enkele overgangsregelingen opgenomen voor bepaalde personen en inkomsten.
De BRK blijft vooralsnog van toepassing tussen Nederland en Sint Maarten, resp. Aruba. Ook tussen die laatste twee landen en Curaçao blijft de BRK vooralsnog van toepassing. Het is de bedoeling dat tevens tussen Nederland en Sint Maarten, resp. Aruba een verdrag wordt gesloten. Op 21 augustus 2015 is ten aanzien van Nederland en Sint Maarten een voorstel van Wet (BRNS), die vrijwel identiek is aan het verdrag tussen Nederland en Curaçao, ter goedkeuring aan de Tweede Kamer voorgelegd. De inwerkingtredingsdatum van dit verdrag is vooralsnog gesteld op 1 januari 2017.
Het is de bedoeling dat tussen de drie Caribische landen op enig moment ook bilaterale verdragen worden gesloten.

Resumerend zijn de belangrijkste elementen van het verdrag, voor zover die wijzigen ten opzichte van de huidige regeling en ook voor zover sprake is van een afwijking van de door Nederland in de regel gesloten verdragen die overeenstemmen met het OESO-modelverdrag, als volgt. De wijzigingen zijn, tenzij anders vermeld, van overeenkomstige toepassing op het verdrag tussen Nederland en Sint Maarten.

  • Het verdrag is van toepassing op inwoners van beide landen; voor Nederland vallen daar ook de inwoners van Bonaire, Saba en Sint Eustatius (BES) onder. De Stichting Particulier Fonds (SPF), de trust, de NA Vrijgestelde Vennootschap en de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) kunnen echter geen beroep doen op de bepalingen inzake dividend, rente en royalties. Voor de SPF en de trust is een beroep op de bepalingen inzake dividend, rente en royalties echter wel mogelijk indien er wordt geopteerd voor de onderworpenheid aan een 10%-heffing. Curaçao is voornemens een regime voor fiscale beleggingsinstellingen in te voeren. Zodra dit het geval is wordt Nederland daarover geïnformeerd en moet worden bezien wat daarvan de verdragsconsequenties zijn. Indien vennootschappen zowel geacht worden te zijn gevestigd in Nederland als op Curaçao, wordt in onderling overleg de verdragsvestigingsplaats vastgesteld.
  • Het verdrag is van toepassing op inkomsten, alsmede op schenkingen en erfenissen indien die verschuldigd zijn krachtens de fictie welke gedurende vijf jaren na emigratie uit Nederland van toepassing is. Het verdrag is wat betreft Nederland zowel van toepassing op de belastingen die in Europees Nederland worden geheven, als op de belastingen die in Caribisch Nederland (BES) worden geheven.
  • Ten aanzien van hybride leningen wordt in de nota n.a.v. het verslag van het verdrag Nederland Curaçao opgemerkt dat zich hier geen mismatches tussen beide landen voordoen omdat de Raad van Beroep heeft beslist dat hij voor alle (voormalig) Nederlands-Antilliaanse eilanden de jurisprudentie van de Hoge Raad tot richtsnoer neemt (Raad van Beroep 27 april 1994, nr. 1993-040).
  • Ten aanzien van dividenden is de hoofdregel dat de heffingsbevoegdheid wordt toegewezen aan de woonstaat. De bronstaat mag 15% heffen. De bronstaatheffing van 15% wordt in een aantal gevallen teruggebracht tot 0%, te weten:
  1. Een uiteindelijk gerechtigde een belang van ten minste 10% heeft in: een beursgenoteerd lichaam (inclusief beursnotering aan de Dutch Caribbean Securities Exchange; DCSX), een lichaam waarvan de aandelen voor ten minste 50% (in-) direct in handen zijn van een inwoner van Nederland of Curaçao, resp. Sint Maarten, het hoofdkantoor van een multinationale groep, een lichaam dat structureel werk verschaft aan drie of meer kwalificerende personen die in dat land woonachtig zijn (substance).
  2. De uiteindelijk gerechtigde een publiekrechtelijk lichaam is.
  3. De uiteindelijk gerechtigde een pensioenfonds is.
  4. Het lichaam zich actief bezighoudt met bedrijfsuitoefening en dividend ontvangt uit het andere land welke dividend samenhangt met die bedrijfsuitoefening.
  5. Indien de fiscus van het dividend uitkerende land vaststelt dat het voornaamste doel van het dividend ontvangende en het dividend uitdelende lichaam niet is om de vrijstelling van inhouding van dividendbelasting te effectueren.
  6. De aandelen in het dividend ontvangende lichaam voor ten minste 50% direct of indirect in handen zijn van natuurlijke personen die inwoners zijn van een van de landen en het ontvangende lichaam tevens ten minste 10% bezit van de aandelen in het uitdelende lichaam.
  • Er geldt een overgangsregeling die is bedoeld voor offshore lichamen die niet in aanmerking komen voor de vrijstelling van de inhouding van dividendbelasting. Voor die gevallen is bepaald dat de huidige regeling van toepassing blijft tot en met 2019 ten aanzien van dividenden en vermogenswinsten die worden uitgekeerd door een Nederlandse dochter aan een moeder gevestigd in Curaçao, mits deze een belang heeft in het aandelenkapitaal van ten minste 25%. De heffing bedraagt echter 5% in plaats van de huidige 8,3%. Nederland past ten aanzien van de in Nederland gevestigde dochtervennootschap in voorkomende gevallen de zogenoemde aanmerkelijkbelangregeling niet toe.
  • De spaartegoedenrichtlijn wordt vanaf 2016 ingetrokken. De (automatische) uitwisseling van inlichtingen wordt vanaf dat moment gebaseerd op de ingaande 2016 verruimde richtlijn betreffende de uitwisseling van inlichtingen (Richtlijn 2011/16/EU).
  • Ten aanzien van rente is verder een bijzondere regeling opgenomen. Deze regelt de toepassing van de Spaartegoedenrichtlijn van de EU. Deze was van toepassing op Curaçao en Sint Maarten (en de andere eilanden). In feite is de toepassing van de Spaartegoedenrichtlijn nu geïncorporeerd in het belastingverdrag. Dat betekent dat Curaçao en Sint Maarten 35% bronstaatbelasting inhouden bij rentebetalingen aan een inwoner van Nederland welke laatste de bronbelasting kan verrekenen. Het artikel heeft alleen betrekking op Curaçao en Sint Maarten, omdat Nederland een renseigneringssysteem toepast. Zowel Curaçao als Sint Maarten stappen in het kader van de vervanging van de Spaartegoedenrichtlijn door het systeem van automatische informatieuitwisseling op niet al te lange termijn ook over op de renseigneringsmethode.
  • Vervreemdingswinsten op aanmerkelijkbelang aandelen kunnen nog gedurende tien jaren na emigratie worden belast in het voormalige woonland. Deze termijn wordt echter gesteld op vijf jaar indien de belastingplichtige voor 5 juni 2014 (Curaçao), resp. 21 augustus 2015 (Sint Maarten) is geëmigreerd. De heffing bedraagt in deze gevallen het gebruikelijk aanmerkelijkbelangtarief van 25%.
  • Ten aanzien van pensioenen en lijfrenten is de bronstaat bevoegd tot heffing ter grootte van (maximaal) 15% over de uitkeringen welke heffing de woonstaat verrekent. Ten aanzien van in Curaçao en Sint Maarten wonende personen die daar reeds op 5 juni 2014 resp. 21 augustus 2015 woonden en op die datum van een ingegaan pensioen en/of lijfrente genoten die een periodiek karakter hebben, is de bronstaatheffing van 15% niet van toepassing.
  • Onder voorwaarden worden door of namens een persoon die een dienstbetrekking uitoefent of als zelfstandige werkzaam is in een land bijdragen betaald aan een in de verdragsstaat erkende pensioenregeling op dezelfde wijze behandeld als een bijdrage betaald voor een in de andere verdragsstaat erkende pensioenregeling.
  • Nationaalrechtelijke antimisbruikbepalingen kunnen ingeroepen worden door de verdragstaten.

 

Did you find this useful?