Perspectives

Deeleconomie en belastingen

Antiliaans Dagblad 14 November 2020

De deeleconomie: een begrip dat niet voor iedereen direct associaties oproept en duidelijk is. Dat is het eigenlijk ook niet. Maar het is wel duidelijk waar het ongeveer over gaat: nieuwe vormen van economie die de afgelopen jaren volop zijn ontwikkeld. Een paar voorbeelden verduidelijken direct waar het over gaat: denk aan Airbnb en Uber. In feite een soort bemiddelaars tussen particulieren. Het begrip is echter breder maar ik beperk me tot deze twee instellingen omdat die nu eenmaal de hele wereld hebben veroverd. De beide organisaties zijn enorm hard gegroeid hoewel we in coronatijd zien dat het ze bepaald niet voor de wind gaat: vakantieverhuur en taxidiensten zijn sterk teruggelopen. Maar niettemin bestaan ze nog volop.

De vraag die al spoedig is gerezen bij dit soort organisaties en de personen tussen wie ze bemiddelen, is hoe het fiscaal in elkaar steekt. Dat is nog niet altijd zo gemakkelijk te bepalen en hangt ook sterk af van de regelgeving in de landen waar betrokkenen actief zijn. Wat betreft de organisaties zelf is het in fiscaal opzicht vrij overzichtelijk: ze zijn voor de winst die ze behalen belastingplichtig in het land waar ze gevestigd zijn en de activiteiten plaats vinden. Maar hoe zit het met de personen tussen wie de bemiddeling tot stand komt? Als we aan Uber denken gaat het in fiscaal opzicht natuurlijk niet om de passagier: die betaalt gewoon zijn ritprijs inclusief omzetbelasting, althans dat hopen we dan maar. Lastiger is de positie van de chauffeur. Uber verleent alleen de bemiddelingsdienst en verder niet. Dat is althans de gedachte. Daarmee zou de chauffeur niet in dienst zijn Uber en dus zou van heffing van loonbelasting en premies geen sprake zijn. De chauffeur is zelfstandige. Maar ondertussen zien we dat de chauffeur tijdens zijn werkzaamheden wel aan diverse voorwaarden moet voldoen die Uber stelt. En dat betekent dat mogelijk sprake is van een dienstbetrekking. Er kunnen immers aanwijzingen worden gegeven en dat is doorgaans een van de meest kenmerkende eigenschappen van een arbeidsovereenkomst. Onlangs is deze kwestie in de VS aan de orde geweest, zij het niet voor de toepassing van de belastingheffing maar voor de toepassing van een ander juridisch terrein. De Amerikaanse rechter oordeelde dat de chauffeurs niet in dienstbetrekking werkzaam waren. In Nederland is bij mijn weten over Uber chauffeurs (nog) niet geprocedeerd. Wel is dat het geval ten aanzien van koeriers van Deliveroo. Dat is overigens wel een iets andere situatie maar deels ook wel weer vergelijkbaar. In eerste aanleg werd beslist dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake is, maar in een vervolgprocedure kwam de rechter wel tot dat oordeel. Het ligt in de reden dat de kwestie bij de Hoge Raad terecht komt en ik verwacht dan dat hij oordeelt dat sprake is van een dienstbetrekking. Afgelopen week heeft de Hoge Raad meer in algemene zin voor de toepassing van het arbeidsrecht een belangrijke beslissing genomen die ook fiscaal relevant is omdat het belastingrecht op dit punt aansluit bij het
arbeidsrecht. De Hoge Raad oordeelde zeer ten principale dat voor de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst niet beslissend is wat partijen voor ogen hebben - wel of juist geen arbeidsovereenkomst – maar hoe de feiten luiden. Als die feiten aangeven dat sprake is van een (latente) gezagsverhouding is geen sprake van ondernemerschap. Dit is voor degenen die werkzaam zijn in de deeleconomie ook een belangrijk arrest want daar speelt dit volop. Tevens kan het grote invloed hebben op de positie van de zogenoemde ZZP‘ers want ook zij beroepen zich vaak op het argument dat partijen geen arbeidsovereenkomst beogen. Dat vindt de Hoge Raad dus geen dragend argument.

Van heel andere aard is de problematiek bij Airbnb: is de verhuurder van een
deel van zijn eigen woning over de opbrengst belasting verschuldigd? In principe geldt de zogenoemde eigen woningregeling en daarin past het niet andere opbrengsten te belasten. Maar het zou toch wat raar zijn als de ontvangen huur onbelast blijft. De Hoge Raad heeft zich afgelopen week hier eveneens over uitgelaten: de huur die in het kader van Airbnb wordt ontvangen door de woningeigenaar moet als belast inkomen in aanmerking worden genomen; volgens het Nederlandse systeem moet dan 70% van de huur worden belast. Dat is wat mij betreft een volstrekt terechte uitkomst. Zou dat anders zijn dan had de wetgever in actie moeten komen. Overigens is eerder in dit verband al eens aan de orde geweest of een via Airbnb verhuurd tuinhuis als deel van de eigen woning – een aanhorigheid – moet worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde van wel. In die situatie is dan dus sprake van eenzelfde uitkomst als hiervoor is aangegeven. Zou het tuinhuis zelfstandig zijn dan is de huur overigens volledig belast.

Het is dus fiscaal opletten als men actief is in de deeleconomie.

Did you find this useful?