Perspectives

Fiscale informatie-uitwisseling

Antiliaans Dagblad 06 Maart 2021

In het kader van het bestrijden van het ontwijken van belastingen vormt de uitwisseling van informatie een spin in het web. Immers, zonder voldoende en adequate informatie kunnen overheden weinig doen. Informatievoorzieningen naar de fiscus toe is in de meeste landen intern al lange tijd goed geregeld. Denk aan de gegevens die werkgevers over hun werknemers moeten verstrekken, banken over de bankrekeningen en verzekeraars, pensioenfondsen en overheidsinstellingen over allerlei uitkeringen. Grensoverschrijdend bestaan die mogelijkheden ook al heel lang op basis van nationale en internationale afspraken maar daar werd lange tijd nauwelijks gebruik van gemaakt. In het kader van het project tegen Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) is hier belangrijke verandering in gekomen. Er is omvangrijke regelgeving tot stand gebracht die landen verplicht informatie automatisch aan andere landen te verstrekken. Het leidt geen twijfel dat dit een goede ontwikkeling is. Zeker ook omdat blijkt dat er goed gevolg aan wordt gegeven. Maar op voorhand valt er al wel een belangrijke kanttekening bij te plaatsen: wat gebeurt er met al die informatie? Ofwel: wat doet de Belastingdienst in het land van ontvangst ermee? De bedoeling is dat die informatie wordt vergeleken met hetgeen de belastingplichtigen zelf aan de fiscus hebben gemeld. Dit kan dan leiden tot correcties, omdat inkomen niet of niet volledig is aangegeven. Maar de vraag is of de Belastingdiensten wel in staat zijn om al die bergen te verwerken? Zij krijgen immers grote stromen renseigneringen binnen – gelukkig digitaal en geautomatiseerd – maar vervolgens moet die informatie gekoppeld worden aan de belastingplichtigen. Het ziet ernaar uit dat dit nu in veel gevallen niet of onvoldoende gebeurt. Dan heeft het uitwisselen van die informatie natuurlijk geen zin. Het is dan ook van groot belang dat overheden hier veel meer aandacht aan schenken.

Dit is te meer het geval omdat er naar het zich laat aanzien in de nabije toekomst nog meer gegevens uitgewisseld gaan worden en bovendien de gegevensuitwisseling jaarlijks plaats vindt. De meest recente loot aan deze stam in de EU is de verstrekking van agressieve belastingadviezen. Een behoorlijk ongrijpbaar fenomeen. Probeer maar eens op basis van objectieve factoren te bepalen wanneer daarvan sprake is. Die factoren zijn wel zoveel mogelijk vastgelegd maar blijven toch praktisch in vele gevallen arbitrair. Voorlopig gebeurt dit alleen op basis van EU-regels maar het is stellig zo dat dit over niet al te lange termijn op veel bredere schaal wordt toegepast. Inmiddels zijn er alweer twee nieuwe voorstellen. De eerste gaat stellig in werking treden, naar mijn inschatting over circa twee jaar, en heeft betrekking op de deel- of platformeconomie. Denk aan de Ubers en de Airbnb’s, platforms waar vragers en aanbieders van goederen en diensten samenkomen. Deze vooral digitale wereld kan zich momenteel veelal onttrekken aan informatievoorziening, omdat de gedachte is dat ze ‘slechts’ tussenpersoon zijn. Daar wil de EU verandering in brengen door dergelijke platforms voortaan ook informatie te laten verstrekken over alle transacties waarbij zij zijn betrokken. Voor via Airbnb verhurende huiseigenaren en via Uber opererende taxichauffeurs zal dit misschien niet altijd even goed uitkomen. Dit is nu een circuit waar de Belastingdienst betrekkelijk weinig greep op heeft.

Een andere ontwikkeling zien we bij de zogenoemde Country-by countryreporting (CbC). CbC kennen we al, zowel in de EU maar ook in de Caribische delen van op het Koninkrijk. Het gaat er daarbij, kort gezegd, om dat multinationals allerlei gegevens over buitenlandse concernonderdelen en transacties die binnen een concern plaatsvinden aan de fiscus melden die dat dan weer deelt met buitenlandse belastingdiensten. Deze informatie is niet publiekelijk. Zowel op het niveau van de OESO als op het niveau van de EU willen overheden deze CbC-reporting nu verbreden, in die zin dat de meeste informatie ook publiekelijk wordt gemaakt. Die informatie zouden de bedrijven dan op hun website moet publiceren. Iedereen kan daar dan kennis van nemen. De belangrijkste doelstelling is om inzichtelijk te maken dat bedrijven hun ‘fair share’ aan de samenleving bijdragen in alle landen waar ze vestigingen hebben. Het zal duidelijk zijn dat niet elk bedrijf daarop zit te wachten, bijvoorbeeld vanuit concurrentieoverwegingen. De vraag is ook of burgers de gegevens wel goed kunnen beoordelen: het fiscale stelsel is nu eenmaal complex. Maar anderzijds maakt het ongetwijfeld ook veel inzichtelijk. In Nederland zijn er overigens enkele multinationals die deze fiscale informatie al op hun website zetten. Het kan voor ondernemingen natuurlijk ook een goed marketingsinstrument zijn: transparantie wordt in het algemeen goed gewaardeerd. Hoewel, zoals gezegd, het voor burgers veelal ondoenlijk is om het te begrijpen. Daar kunnen anderen, zoals journalisten, echter weer een goede rol vervullen. En wat betreft deze publieke reporting: het is vermoedelijk niet de vraag of het ervan gaat komen maar wanneer. Een volgende stap zou dan overigens wel kunnen zijn dat particulieren hun aangifte ook moeten publiceren. Maar ik vermoed dat de meesten dat bepaald geen goed idee vinden. En dan is het natuurlijk de vraag: waarom bedrijven wel?

Did you find this useful?