belastbaar-voordeel

Article

Mijn woning in de vennootschap: welk belastbaar voordeel?

Nieuwsbrief Actualiteiten, april 2018

Wanneer de vennootschap eigenaar is van een woning die ter beschikking gesteld wordt aan de bedrijfsleider of een personeelslid, is er sprake van een belastbaar voordeel van alle aard waarop personenbelasting verschuldigd is.

Sinds 2012 wordt het voordeel forfaitair geraamd op 100/60 van het geïndexeerd KI, vermenigvuldigd met een factor afhankelijk van de hoogte van het KI: 3,8 (indien het KI van de woning hoger is dan 745 EUR) en factor 1,25 bij een lager KI.

Voorbeeld: Stel dat een woning een KI heeft van 1.300 EUR, dan bedraagt in 2018 het voordeel van alle aard 14.707,20 EUR per jaar (= 1.300 x 1,7863 index x 100/60 x 3,8).

Bij de factor die gehanteerd wordt in de vermenigvuldiging knelt echter het schoentje. Indien dezelfde woning ter beschikking gesteld zou worden door een natuurlijk persoon, in plaats van door een vennootschap, wordt het voordeel slechts bepaald op het geïndexeerd KI x 100/60. Dus zonder vermenigvuldiging met een factor 1,25 of 3,8.

De fiscale rechtspraak ziet hierin een vorm van discriminatie. In een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 20 februari 2018 werd geoordeeld dat het belastbaar voordeel enkel mag worden bepaald op 100/60 van het geïndexeerd KI van de woning. In het voorbeeld hierboven zou het voordeel van alle aard dus maar 3.870,32 EUR op jaarbasis mogen bedragen (= 1.300 x 1,7863 x 100/60).

Naar aanleiding van deze rechtspraak heeft Minister van Financiën Van Overtveldt verklaard het onderscheid ongedaan te maken. Dit zou betekenen dat de fiscus akkoord gaat met het feit dat het voordeel van alle aard bepaald wordt op 100/60 van het geïndexeerd KI.

De vraag stelt zich echter hoe lang deze voordelige berekening stand zal houden. Het belastbaar voordeel kan immers aangepast (lees: verhoogd) worden door een wijziging van de wetgeving terzake, waarbij er over gewaakt wordt dat elke discriminatie achterwege blijft.

Deze rechtspraak en wijziging van het standpunt van de fiscale administratie kan wel aangewend worden om de fiscale positie van de afgelopen kalenderjaren te herzien. We kunnen hierbij onder meer denken aan de indiening van een bezwaarschrift tegen de aanslag personenbelasting over aanslagjaar 2017  (inkomsten 2016) en de bepaling van het voordeel van alle aard in de aangifte personenbelasting die over aanslagjaar 2018 (inkomsten 2017) zal moeten ingediend worden.

Gepubliceerd op 18/04/2018
Nele VanCaeneghem, nvancaeneghem@deloitte.com

Onze maandelijkse gratis nieuwsbrief ontvangen in je mailbox? Klik hier
Did you find this useful?