wet-laruelle

Article

Financiering van kmo’s

 “Wet Laruelle” bijgeschaafd

Nieuwsbrief Actualiteiten, juni 2018

De wet van 21 december 2013 over de financiering van kmo’s, ook wel de “wet Laruelle” genoemd, werd eind 2017 aangepast. De evaluatie ervan had namelijk een aantal mogelijke verbeterpunten aan het licht gebracht.

Oorsprong

Het doel van deze wet is de transparantie op de kredietmarkt te verhogen en kmo’s beter te beschermen bij het aangaan van kredietcontracten. Transparantie in een precontractuele fase vergemakkelijkt het vergelijken van kredietvoorstellen van verschillende kredietgevers, wat leidt tot grotere concurrentiedruk op de kredietmarkt. Daarnaast tracht de wet de contractuele relatie tussen de kredietgever en kredietnemer beter in evenwicht te brengen en de kredietverlening te vereenvoudigen.

Wederbeleggingsvergoeding

Uit ondervraging door de ombudsdienst van debankensector Ombudsfin blijkt dat het grootste twistpunt tussen kredietgevers en ondernemingen zich situeert op het vlak van de vergoeding/schadeloosstelling die de kredietgever vraagt bij de (eventueel gedeeltelijke) vervroegde terugbetaling van het krediet, namelijk de wederbeleggingsvergoeding of “funding loss”.

Daar waar bij particulieren de regel geldt dat de kredietgever  maximaal 3 maanden rente (op het vervroegd terug te betalen bedrag) mag aanrekenen, staat er voor ondernemingen in vele gevallen geen grens op die wederbeleggingsvergoeding, wat leidt tot conflicten.

De oorspronkelijke versie van de Wet kmo-financiering poogde hieraan tegemoet te komen. De wederbeleggingsvergoeding werd geplafonneerd op maximaal 6 maanden rente voor kredieten aan kmo’s met een kredietbedrag van maximaal 1 miljoen EUR, afgesloten na 10 januari 2014.

De recente wetswijziging trekt het grensbedrag op tot 2 miljoen EUR en is van toepassing voor alle kredieten afgesloten vanaf de inwerkingtreding ervan op 8 januari 2018.

Eerder verstrekte kredieten aan niet-kmo’s of kredieten van meer dan 1 miljoen EUR aan kmo’s vallen niet onder deze regeling en blijven onderworpen aan de ‘oude/originele’ wederbeleggingsvergoeding, waarvan de specifieke modaliteiten en berekening beschreven staan in het kredietcontract.

Kredieten afgesloten na 8 januari 2018 genieten mogelijk van een geplafonneerde wederbeleggings- vergoeding van 6 maanden intrest, dit op voorwaarde dat het kredietbedrag de 2 miljoen EUR niet overschrijdt.

Begrip kmo

De nieuwe regeling geldt voor ondernemingen die maximaal een van de volgende criteria overschrijden (art. 15 Wetboek vennootschappen):

  • Jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50
  • Jaaromzet (excl. btw): 9.000.000 EUR
  • Balanstotaal: 4.500.000 EUR

De criteria moeten wel worden afgetoetst op geconsolideerd niveau.

Waarborgen en zekerheden

Wanneer een krediet (eventueel gedeeltelijk) is terugbetaald, kan de kredietnemer voortaan om de vrijgave van (een deel van) de oorspronkelijk verstrekte garanties verzoeken. In geval van weigering moet de kredietgever zijn beslissing motiveren.

Informatieverplichting

Kredietgevers zijn voortaan verplicht om een schriftelijke toelichting te verstrekken bij de verschillende kredietvormen die mogelijk aangepast zijn aan de onderneming. Bovendien moet ook een ontwerpkredietovereenkomst en een summier informatiedocument bezorgd worden op het moment van het kredietaanbod. Kredieten voor een bedrag lager dan 25.000 EUR zonder wederbeleggingsvergoeding en zonder waarborgen of zekerheden zijn hiervan vrijgesteld.

Gepubliceerd op 22/06/2018
Lorin Van Damme, lvandamme@deloitte.com

Onze maandelijkse gratis nieuwsbrief ontvangen in je mailbox? Klik hier
Did you find this useful?