vrijstelling-sociaal-passief

Article

Vrijstelling sociaal passief

Nieuw vanaf 01/01/2019

Nieuwsbrief Actualiteiten, maart 2019

Vanaf 1 januari 2019 is een belastingvrijstelling mogelijk voor sociaal passief. Dit is een nieuwe fiscale vrijstelling, ingevoerd in het kader van het eenheidsstatuut dat sinds 1 januari 2014 van kracht is. Het eenheidsstatuut heeft als doel de statuten van arbeiders en bedienden te harmoniseren. Als gevolg van de invoering ervan is de opzegregeling gewijzigd, met mogelijk een hogere ontslagkost voor de werkgever. De vrijstelling voor sociaal passief is bedoeld als vangnet voor deze meerkost.

Wie kan de vrijstelling toepassen?

De vrijstelling voor sociaal passief is zowel van toepassing binnen de personen- als de vennootschapsbelasting. Alle werkgevers kunnen zich hierop beroepen, ook zij die niet negatief beïnvloed worden door de invoering van het eenheidsstatuut.

Wanneer kan de vrijstelling worden toegepast?

Werkgevers die werknemers in dienst hebben met (minstens) 5 jaar anciënniteit na 1 januari 2014 kunnen van de vrijstelling genieten. Concreet betekent dit dus dat een vrijstelling voor het eerst mogelijk is vanaf 1 januari 2019.

De vrijstelling kan worden toegepast zolang de werknemer in dienst is. Ingeval de tewerkstelling ten einde loopt (om eender welke reden) moet de eerder vrijgestelde winst (of baat) worden opgenomen onder de winsten (of baten) van het belastbaar tijdperk waarin de tewerkstelling een einde neemt.

Welk bedrag kan worden vrijgesteld?

Het vrij te stellen bedrag bedraagt –per werknemer– 3 weken bezoldiging per begonnen dienstjaar en dit vanaf het 6de jaar waarin de betrokken werknemer zich binnen het eenheidsstatuut bevindt. Vanaf het 21ste dienstjaar wordt dit beperkt tot 1 week bezoldiging.

De referentiebezoldiging –die als basis dient voor de vrijstelling– is een gemiddelde maandbezoldiging waarbij uitzonderlijke vergoedingen uitgesloten worden. Deze wordt bovendien als volgt geplafonneerd:

  • gedeelte bezoldiging tussen 0 – 1.500 EUR: 100 %;
  • gedeelte bezoldiging tussen 1.500 – 2.600 EUR: 30 %;
  • gedeelte bezoldiging boven 2.600 EUR: 0 %.

Vervolgens wordt deze omgezet in een wekelijkse bezoldiging door toepassing van de coëfficiënt x 3/13.

De vrijstelling zal enkel een impact hebben bij een positieve belastbare basis. Bij gebrek hieraan gaat de vrijstelling definitief verloren. De vrijstelling sociaal passief is immers niet overdraagbaar.

Spreiding over 5 jaar

Om budgettaire redenen moet de vrijstelling gespreid toegepast worden over 5 belastbare tijdperken, waardoor slechts 1/5de van het bedrag per belastbaar tijdperk kan worden vrijgesteld.

Administratieve verplichting

De belastingplichtige die de vrijstelling inroept, moet een lijst van de tewerkgestelde werknemers ter beschikking van de administratie houden met, voor elke werknemer, vermelding van de volledige identiteit, de datum van indiensttreding, de anciënniteit verworven binnen het eenheidsstatuut en de bruto belastbare bezoldigingen die aan de werknemer zijn betaald of toegekend.

Boekhoudkundige verwerking

De Commissie voor Boekhoudkundige Normen stelt in haar advies 2018/21 van 12 september 2018 dat de toepassing van de vrijstelling voor sociaal passief geen boeking vereist. Het betreft een vrijstelling die louter via de fiscale aangifte verwerkt wordt en bijgevolg enkel het bedrag van de verschuldigde belastingen op het resultaat van het boekjaar vermindert.

Voorbeeld

Vennootschap ABC heeft op 1 januari 2019 één werknemer in dienst met minstens 5 jaar anciënniteit. De maandelijkse bruto bezoldiging bedraagt 2.750 EUR. De mogelijkheid tot vrijstelling sociaal passief vanaf dienstjaar 6 tot en met 20 ziet er als volgt uit:

  Boekjaar 2019 Boekjaar 2020 Boekjaar 2021 Boekjaar 2022 Boekjaar 2023 Boekjaar 2024 Boekjaar (...)
Vrijstelling 2019 253,38* 253,38 253,38 253,38 253,38    
Vrijstelling 2020   253,38 253,38 253,38 253,38 253,38  
(...)     (...) (...) (...) (...) (...)
Totale vrijstelling
253,38 506,76         (...)

*Het vrijstellingsbedrag wordt als volgt berekend:
1.830 EUR (= 1.500 + {(2.600 - 1.500) x 30%}) 3/13 x 3 x 1/5 = 253,38 EUR.

Gepubliceerd op 19/03/2019
Birgit Rassaert, brassaert@deloitte.com

Did you find this useful?