huwelijksvermogensrecht

Article

Meerwaarde eigen aandelen

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht brengt duidelijkheid

Nieuwsbrief Actualiteiten, oktober 2018

Wanneer een echtgenoot, gehuwd onder het wettelijk stelsel, zijn beroepsactiviteit uitoefent via een eigen vennootschap, kunnen de principes van het vennootschapsrecht in botsing komen met de principes van het huwelijksvermogensrecht.

Het basisprincipe van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel stelt dat alle beroepsinkomsten van beide echtgenoten gemeenschappelijk zijn. Idem voor de inkomsten van eigen goederen (aandelen) van de echtgenoten.

De echtgenoot die zijn beroepsactiviteit uitoefent via vennootschap bepaalt echter zelf de omvang van zijn beroepsinkomen (zijnde de bestuurdersvergoeding die hij ontvangt vanuit de vennootschap) alsook de omvang van de inkomsten van de eigen aandelen (zijnde een eventueel dividend). Beide betreffen beslissingen die vennootschapsrechtelijk aan de algemene vergadering / de enige vennoot toekomen.

Vaak zal slechts een beperkte bestuurdersvergoeding worden betaald en zal er geen of slechts een beperkt dividend worden uitgekeerd. De insteek hiertoe is meestal fiscaal; op de bestuurdersvergoeding zijn immers sociale bijdragen en personenbelasting verschuldigd, op de dividenduitkering roerende voorheffing.

 

Maar bij echtscheiding leidt deze werkwijze wel tot huwelijksvermogensrechtelijke gevolgen die niet bedoeld zijn en die door de andere echtgenoot als onbillijk worden ervaren. Deze heeft immers geen recht op de reserves opgebouwd binnen de vennootschap. Meerwaarden op eigen aandelen blijven immers eigen.

Wil de andere echtgenoot toch aanspraak maken op deze meerwaarde, vanuit de redenering dat de reserves van de vennootschap eigenlijk opgepotte beroepsinkomsten betreffen, dan botst die vaak op een juridische muur.

Deze muur werd met het vernieuwde huwelijksvermogensrecht, in werking sinds 1 september, gesloopt door de invoering van het principe van neutraliteit van de beroepsuitoefening via vennootschap.

De nieuwe wetsbepaling luidt:

“De echtgenoot die zijn beroep uitoefent binnen een vennootschap waarvan de aandelen hem eigen zijn, is aan het gemeenschappelijk vermogen een vergoeding verschuldigd voor de netto-beroepsinkomsten die het gemeenschappelijk vermogen niet heeft ontvangen en redelijkerwijze had kunnen ontvangen indien het beroep niet binnen een vennootschap was uitgeoefend.”

Gepubliceerd op 19/10/2018
Thomas Storme, tstorme@deloitte.com

Onze maandelijkse gratis nieuwsbrief ontvangen in je mailbox? Klik hier
Did you find this useful?