zomerakkoord-2017

Article

Wanneer bent u een kmo met de gunstigste tarieven?

Nieuwsbrief Actualiteiten, september 2017

De definitie van een kmovennootschap wordt aangepast. Om te kunnen genieten van het kmo-tarief zullen vennootschappen niet alleen moeten voldoen aan de (gewijzigde) voorwaarden van artikel 215, §3 van het WIB, maar ook ‘klein’ zijn in vennootschapsrechtelijke zin (art. 15 §1-6 W. Venn.). Een kmo moet dus voldoen aan meerdere voorwaarden.

Ongewijzigde voorwaarden

Een aantal bestaande voorwaarden, opgenomen in artikel 215 WIB, blijven ongewijzigd. Zo mag de vennootschap geen aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50 % van het gestort kapitaal en belaste reserves. De aandelen van de vennootschap mogen ook niet voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meerdere vennootschappen.

Gewijzigde voorwaarden

Het goede nieuws is dat de voorwaarde van 13 %-dividenduitkering vervalt. Vóór de hervorming mocht een kmo nooit meer dan 13 % van het kapitaal als dividend uitkeren. Vanaf volgend jaar mogen dividenden onbeperkt worden uitgekeerd.

Iets minder goed, maar niet dramatisch nieuws betreft de minimum uit te betalen bezoldiging. In de huidige regeling moet aan ten minste één bedrijfsleider/natuurlijke persoon een  minimumbezoldiging worden toegekend van 36.000 EUR (of een bezoldiging gelijk aan of hoger dan het belastbaar inkomen van de vennootschap als die bezoldiging minder bedraagt dan 36.000 EUR). Vanaf 2018 stijgt die drempel (voor toegang tot het verlaagd tarief van 20 % op de eerste schijf van 100.000 EUR) naar 45.000 EUR.

Het is momenteel onzeker of deze verplichting ook zal gelden voor grote vennootschappen. Voor startende ondernemingen wordt in dit kader in een uitzondering voorzien.

Onvoldoende wedde in een kmo: extra heffing! Betaalt de vennootschap te weinig bezoldigingen, dan moet zij een afzonderlijke aanslag van 10% betalen op het tekort aan bezoldiging. In 2018 en 2019 zou het 10,2 % zijn, rekening houdend met 2 % aanvullende crisisbijdrage. Als een kmo bv. 30.000 EUR bezoldiging toekent aan een bedrijfsleider i.p.v. de vereiste 45.000 EUR, dan betaalt deze vennootschap als sanctie een bijkomende belasting van 1.500 EUR (45.000 EUR – 30.000 EUR x 10 %). Ook hier wordt in een uitzondering voor starters voorzien. De heffing van 10 % zou fiscaal aftrekbaar zijn. Voor een kmo die te weinig bezoldiging betaalt, is er dus een dubbele sanctie: verlies van het verlaagd tarief (20 % op de eerste schijf van 100.000 EUR) en een bijzondere heffing van 10 % op het te weinig uitgekeerde bedrag.

Bijkomende voorwaarden

Een vennootschap zal ook moeten voldoen aan de definitie van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen. Dit betekent concreet dat het moet gaan om een vennootschap (of een groep waartoe de vennootschap behoort) die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan 1 van de 3 volgende grenzen overschrijdt: een balanstotaal van maximum 4,5 miljoen EUR, een jaaromzet (exclusief btw) van maximum 9 miljoen EUR en een jaargemiddeld personeelsbestand van maximum 50 werknemers (uitgedrukt in voltijdse equivalenten). De eerste voorwaarde heeft betrekking op de boekhoudkundige taille van uw vennootschap en is de meest verraderlijke. Waarom? Als u eigenaar bent van een onderneming en een managementvennootschap, dan kan uw managementvennootschap helaas uitgesloten zijn van deze lagere tarieven omdat ze samen met uw onderneming de grenzen overschrijdt. De criteria van artikel 15 worden immers op groepsniveau beoordeeld.

Al deze maatregelen moeten nog verfijnd worden. De essentie van de belastinghervorming is een verlaging van de tarieven met als compensatie een hele reeks maatregelen die het er niet eenvoudiger op maken. Spreek daarom zeker uw accountant en fiscale raadgever aan om de pro’s en contra’s van deze hervorming in kaart te brengen. We staan alvast klaar om u door het kluwen van wijzigingen te loodsen.

Voor meer informatie: Nele VanCaeneghem, nvancaeneghem@deloitte.com

Did you find this useful?

Related topics