opmaak-jaarrekening-voorzichtigheidsprincipe

Article

Opmaak van uw jaarrekening

Verlies het voorzichtigheidsprincipe niet uit het oog

Nieuwsbrief Actualiteiten, maart 2021

Vooraleer uw jaarrekening binnenkort door de aandeelhouders kan worden goedgekeurd, moet het bestuursorgaan er eerst voor zorgen dat bij de opmaak ervan het getrouw beeld gerespecteerd wordt. Hierbij is het voorzichtigheidsprincipe een belangrijk aandachtspunt.

Het KB tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen bepaalt immers dat u moet rekening houden met alle voorzienbare risico’s, mogelijke verliezen en ‘ontwaardingen’ ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft (of tijdens voorgaande boekjaren).

Dit betekent concreet dat alle kosten en risico’s die gerelateerd zijn aan het afgesloten boekjaar in de balans moeten toegerekend worden. Wanneer de betrokken kosten waarschijnlijk of zeker zijn maar het bedrag nog niet definitief vaststaat, kan (lees: moet) u gebruik maken van de rubriek ‘Voorzieningen’. De basisregels die hierbij moeten gerespecteerd worden zijn in het KB opgesomd: voorzieningen moeten o.a. voldoen aan de ‘eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goeder trouw’, geïndividualiseerd worden en mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar (!). Verder worden in het KB enkele topics opgelijst waarvoor (onder meer) voorzieningen kunnen worden aangelegd: pensioenen ten laste van de onderneming, grote herstellings- en onderhoudswerken, verliezen die voortvloeien uit verstrekte waarborgen, saneringskosten, …

Belangrijk is dat er steeds een link moet zijn met het afgesloten boekjaar. Als dit het geval is, dan is het aanleggen van een voorziening verplicht, zelfs al zou het risico of de kost pas bekend worden in de periode tussen het afsluiten van het boekjaar en de datum waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan wordt opgesteld.

Indien het risico of de kost echter pas ontstaat na balansdatum, dan mag hiermee omwille van het principe van de periodiciteit geen rekening gehouden worden bij het opstellen van de jaarrekening. Het bestuursorgaan moet in dat geval oordelen of een vermelding in de toelichting bij de jaarrekening nodig is. Ook wanneer er geen objectieve beoordelingscriteria voorhanden zijn om een tijdens het afgesloten boekjaar ontstaan risico te waarderen, is een vermelding in de toelichting de te volgen weg.

Voormeld KB bepaalt uitdrukkelijk dat voorzieningen niet gebruikt mogen worden voor waardecorrecties op activa. Dat is op zich logisch, vermits er aparte regels zijn die bepalen dat er op (im)materiële vaste activa aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen moeten geboekt worden, wanneer door technische ontwaarding of door de wijziging van economische of technologische omstandigheden hun boekwaarde hoger is dan de gebruikswaarde voor de onderneming.

Ook de verplichting om in voorkomend geval voor financiële vaste activa, voorraden, vorderingen, geldbeleggingen en liquide middelen waardeverminderingen te boeken is in het betrokken KB opgenomen. Ook hier primeert het getrouw beeld duidelijk op het algemeen principe van waardering tegen aanschaffingswaarde.

Een fiscale caveat is hierbij op zijn plaats: de verplichting in de boekhoudwetgeving om voorzieningen aan te leggen of waardeverminderingen te boeken impliceert niet automatisch dat deze ook fiscaal vrijgesteld zijn. Op fiscaal vlak zijn immers enkel nog de voorzieningen voor risico’s en kosten aftrekbaar die voortvloeien uit op balansdatum bestaande contractuele, wettelijke of reglementaire verplichtingen, andere dan deze die louter voortvloeien uit de toepassing van een boekhoudkundige of jaarrekeningrechtelijke reglementering. Voorzieningen voor garantieverplichtingen, hangende geschillen of ontslagvergoedingen zijn dus onder voorwaarden wel nog aftrekbaar, terwijl dit in principe niet langer het geval is voor bijv. voorzieningen voor grote onderhoudswerken (behoudens specifieke situaties).

Op de fiscale aspecten rond waarde­verminderingen voor dubieuze vorderingen gaan we in een volgende editie dieper in.

 

Gepubliceerd op 26/04/2021
Pascal Verschueren, pverschueren@deloitte.com

Did you find this useful?