wat-brengt-2020-op-fiscaal-vlak

Article

Wat brengt 2020 op fiscaal vlak?

Nieuwsbrief Actualiteiten, december 2019

Aansluitend op ons vorig nummer gaan we hierna verder met het oplijsten van enkele belangrijke nieuwigheden die voortvloeien uit de derde en laatste fase van de hervorming van de vennootschapsbelasting.

Maatregelen van toepassing vanaf 01/01/2020

Wettelijke invulling van het begrip ‘marktrente’ | R/C met creditstand

De door de vennootschap betaalde interesten op voorschotten (o.a. rekening-courant) van bepaalde personen (bedrijfsleiders, aandeelhouders, hun echtgenoten of wettelijke samenwonende partners en hun minderjarige niet-ontvoogde kinderen) worden als beroepskost verworpen wanneer zekere drempels overschreden worden.

Zo mag de rentegevende lening niet hoger zijn dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal op het einde van het belastbaar tijdperk.  Bovendien mogen de toegekende intresten de ‘marktrente’ niet te boven gaan.

In het verleden heeft de concrete invulling van het begrip ‘marktrente’ vaak aanleiding gegeven tot discussies met de fiscus. De ‘marktrente’ moest immers voor elke kredietverrichting afzonderlijk worden bepaald, rekening houdend met de aard van het krediet (lening, deposito, enz.), het bedrag, de looptijd en het risico dat voor de verstrekker uit het krediet voortvloeit.

Om meer rechtszekerheid te geven, wordt de maximale intrestvergoeding voortaan −voor intresten van de periodes na 31/12/2019− wettelijk gedefinieerd. Deze definitie verwijst naar een specifieke MFI-referentierentevoet* die mag verhoogd worden met 2,5 %. Deze rentevoet wordt jaarlijks herzien en is vrij te raadplegen op de website van de Nationale Bank.

Stel dat de regel al zou gelden voor interesten toegekend in 2019, dan zou de marktrente 4,09 % bedragen. De bedoelde MFI-interestvoet voor november 2018 was immers 1,59 %.

Het is belangrijk te noteren dat de wettelijke invulling van het begrip ‘marktrente’ ook van toepassing is op leningen of voorschotten tussen verbonden vennootschappen.

* Het betreft de MFI-rentevoet (MFI=Monetaire Financiële Instellingen) van de maand november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben, voor leningen verstrekt aan niet-financiële vennootschappen tot 1.000.000 EUR met variabel tarief en initiële rentebepaling tot een jaar.

Gewijzigde fiscale afschrijvingsregels

In ons oktobernummer werden enkele gewijzigde fiscale afschrijvingsregels voor activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 01/01/2020 reeds toegelicht.

Het verdwijnen van de mogelijkheid tot degressief afschrijven voor alle vennootschappen, alsook de pro rata-beperking van de eerste afschrijvingsannuïteit (in functie van de aanschaffingsdatum van de investering) voor kleine vennootschappen, kwamen reeds aan bod.

Bovendien verdwijnt ook de mogelijkheid voor kleine vennootschappen om de bij de aankoop komende kosten af te schrijven volgens een eigen ritme. Voortaan zullen kleine vennootschappen deze kosten enkel nog ineens (100 %) kunnen afschrijven of op dezelfde wijze als de hoofdsom.

Maatregelen van toepassing vanaf aanslagjaar 2021

Verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01/01/2020.

Gewijzigde aftrekbeperkingen

De niet-aftrekbare geldboeten worden uitgebreid tot administratieve geldboeten opgelegd door overheden, ongeacht of ze betrekking hebben op aftrekbare belastingen en ongeacht het strafrechtelijk karakter. Concreet betekent dit dat boeten inzake registratierechten of bedrijfsvoorheffing, proportionele btw-boeten, verhogingen van sociale bijdragen, … voortaan niet langer aftrekbaar zijn.

De aanslag geheime commissielonen is niet langer aftrekbaar. Deze aanslag wordt geheven als bepaalde vergoedingen op een onjuiste manier gerapporteerd worden aan de Belgische fiscus. Bovendien wordt het tarief van 50 % in het geval van vrijwillige opname van zwarte winsten in de boekhouding opgeheven.

De verhoogde aftrek van 120 % van bepaalde kosten wordt afgeschaft: met name collectief woon-werkvervoer van personeelsleden, beveiliging, fietsen en elektrische auto’s.

Verliezen van een buitenlandse vaste inrichting

Verliezen geleden door een buitenlandse vaste inrichting (of gerelateerd aan in het buitenland gelegen activa), gelegen in een land met verdrag, zullen niet langer aftrekbaar zijn van het Belgisch resultaat. Een uitzondering hierop vormen de ‘definitieve verliezen’ geleden binnen de EER.

 

Gepubliceerd op 18/12/2019
Birgit Rassaert, brassaert@deloitte.com

Did you find this useful?