fiscaliteit-tijdens-en-na-corona

Article

Fiscaliteit, tijdens en na corona

Nieuwsbrief Actualiteiten, februari 2021

Ongeziene fiscale maatregelen werden ingevoerd om de coronacrisis het hoofd te bieden. Post-corona stellen zich twee vragen: herneemt de fiscale wetgever de pre-corona plannen en hoe zal de coronarekening de fiscaliteit verder sturen?

Fiscaliteit in coronatijden

Dat fiscaliteit onlosmakelijk verbonden is met de economie, bleek vrij snel tijdens de pandemie. De overheden pakten uit met nooit geziene fiscale maatregelen om bedrijven in moeilijkheden overeind te houden. Heel wat uitstel van betaling van allerlei belastingen werd toegestaan. Tijdelijk konden bepaalde getroffen bedrijven een vrijstelling krijgen om een deel van de bij hun werknemers ingehouden bedrijfsvoorheffing door te storten. Het carry-back mechanisme dat in veel landen op permanente basis bestaat, werd in België eenmalig mogelijk: vennootschappen die voor het aanslagjaar 2020 of 2021 verlies verwachtten, konden dat verlies meteen afzetten tegenover de winst van het boekjaar dat afsloot tussen 13/03/2019 en 31/07/2020. Vennootschappen die in de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024 terug winst maken, kunnen deze belastingvrij reserveren ten belope van het bedrijfsverlies van 2020 (in sommige gevallen het bedrijfsverlies van 2021). Voor kmo’s  werd de eenmalige investeringsaftrek opgetrokken naar 25 % voor investeringen tot eind 2022.

Pre-corona fiscale trends

Als voorbeschouwing op 2020 stelden wij vorig jaar dat de fiscaliteit zich kenmerkte door een toenemende technische complexiteit van de wetgeving en een verhoogde administratieve last. We citeerden de onzekerheid bij heel wat ondernemers over de fiscale rechtsgang bij betwistingen en over mogelijke wetswijzigingen. Fiscale controles werden toenemend als bestraffend ervaren. Tot slot leken we vorig jaar versneld op weg naar totale fiscale transparantie. Deze evoluties lijken de coronacrisis overleefd te hebben en bepalend te blijven voor het fiscale normaal van de jaren twintig.

Wat mogen we fiscaal nog meer verwachten post-corona?

Het publieke debat wordt volop gevoerd over een nieuwe fiscaliteit die zowel de coronarekening financiert als de fiscaliteit hervormt. Het inmiddels dertig jaar oude debat over de meerwaardebelasting op aandelen zal niet ontbreken. Bij gebrek aan een algemene meerwaardebelasting op aandelen voor particulieren, valt de fiscale administratie steeds meer deze meerwaarden aan door een abnormaal beheer van het vermogen of een speculatief karakter te argumenteren.
Zijn deze toenemende fiscale betwistingen rond bepaalde thema’s de voorbode van een latere wetswijziging?

Een andere mogelijke tendens is het belasten van activa in plaats van de belastingplichtige. De nieuwe versie van de effectentaks is daar een voorbeeld van. Het bestaan van de effectenrekening is het criterium, ongeacht wie ze aanhoudt.

Tot slot zal het alomtegenwoordig onroerend goed in de kern van de hervorming staan. Er mag stilaan wel van uitgegaan worden dat onroerende fiscaliteit voor particulieren kan wijzigen.

Behalve voor het eigen woonhuis of een tweede verblijf, is de evaluatie van het onderbrengen van onroerend goed in één of meerdere vennootschappen een zinvolle oefening, maar niet noodzakelijk de uitkomst. Immers, onroerend vermogen bekijkt u beter niet alleen vanuit het standpunt van inkomstenbelasting, maar ook vanuit uw visie over de overdracht en de verdeling van dat vermogen naar de volgende generatie.

Vaak is dat niet-fiscale aspect de moeilijkste knoop om door te hakken. De totale fiscale afrekening die bij zo’n planning hoort, wordt meestal als aanvaardbaar ervaren in verhouding tot het bereikte resultaat. Uitstel geeft bijkomende onzekerheid over de latere kostprijs voor diezelfde zinvolle planning.

 

Gepubliceerd op 24/02/2021
Henk Hemelaere, hhemelaere@deloitte.com

Did you find this useful?