nieuwe-fiscale-regels

Article

Een nieuw jaar

Nieuwe fiscale regels?

Nieuwsbrief Actualiteiten, januari 2019

Een nieuw kalenderjaar betekent voor veel bedrijven ook een nieuw aanslagjaar. Ook in aanslagjaar 2020 blijven de gevolgen van het Zomerakkoord nazinderen. Wij brengen een aantal aandachtspunten in herinnering.

In het kader van de hervorming van de vennootschapsbelasting zijn vooral aanslagjaren 2019 en 2021 bepalend. Enerzijds wijzigt het tarief in de vennootschapsbelasting. Daarnaast vinden ook een aantal andere diverse fiscale wijzigingen hun uitwerking. Aanslagjaar 2020 daarentegen moeten we eerder als een tussenjaar beschouwen. In afwachting van de wijzigingen die met ingang van aanslagjaar 2021 in voege treden, gaat u best na of aanslagjaar 2020 opportuniteiten biedt om hierop te anticiperen.

Afschrijvingen

Met ingang van aanslagjaar 2021 worden er twee concrete wijzigingen over afschrijvingen van kracht. Om te beginnen worden vanaf aanslagjaar 2021 ook kmo-vennootschappen verplicht pro-rata temporis af te schrijven in het jaar van aanschaffing. Kmo’s zullen de afschrijving in het jaar van het aanschaffen dus moeten beperken in functie van het aantal dagen van het boekjaar dat verlopen is sinds het aanschaffen van het actiefbestanddeel. Een volledige annuïteit afschrijven in het jaar van de investering zal dus ook voor kmo’s niet langer mogelijk zijn. Voor een investering gerealiseerd op het einde van het boekjaar zal dus slechts een beperkt bedrag aan afschrijvingen kunnen geboekt worden in het betreffende boekjaar. Voortaan zullen ook de bijkomende kosten aan hetzelfde ritme afgeschreven moeten worden als het actiefbestanddeel waarop deze kosten betrekking hebben.

Aanslagjaar 2020 is bovendien het laatste jaar waarin er nog degressief kan afgeschreven worden. Bij deze afschrijvingsmethode gaat men uit van een degressieve waardedaling van het actiefbestanddeel, waardoor in de eerste jaren een grotere afschrijvingskost in rekening wordt gebracht. Een interessante techniek dus om winsten te verschuiven naar latere boekjaren.

Investeringen gerealiseerd in aanslagjaar 2020 worden nog niet getroffen door deze wijzigingen. Door een investering nog in kalenderjaar 2019 (aanslagjaar 2020) uit te voeren en hierbij te opteren voor het stelsel van degressieve afschrijvingen, kan u een hoger afschrijvingsbedrag in rekening brengen dan wat vanaf aanslagjaar 2021 nog mogelijk zal zijn. Bovendien leveren deze afschrijvingen een hoger belastingvoordeel op, rekening houdend met het tarief van 29,58 % (normaal tarief van aanslagjaar 2020) versus 25 % (tarief voor aanslagjaar 2021). Een dubbel voordeel dus.

Investeringsaftrek

Investeringen gerealiseerd in kalenderjaar 2019 kunnen kmo’s bovendien nog een bijkomend voordeel opleveren. Kmo’s kunnen immers genieten van een eenmalige gewone investeringsaftrek van 20 % op investeringen uitgevoerd tot en met 31 december 2019 (ongeacht het aanslagjaar). Op die manier krijgen kmo’s als het ware een subsidie van 20 % op het investeringsbedrag.

Voorwaarde is wel dat het investeringen betreft in materiële of immateriële vaste activa die tijdens het jaar in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand zijn gebracht en gebruikt worden voor beroepswerkzaamheden.
Investeringen in personenwagens of in activa die over minder dan 3 jaar worden afgeschreven zijn uitgesloten.

We merken op dat deze investeringsaftrek bij gebrek aan winst slechts overgedragen kan worden naar één volgend belastbaar tijdperk. Wanneer u niet voldoende belastbaar resultaat voorziet in het huidig of volgend boekjaar is het aangewezen om indien mogelijk te opteren voor een andere specifieke investeringsaftrek die wel onbeperkt overdraagbaar is.

Groepsbijdrageregeling

Met ingang van aanslagjaar 2020 wordt een volledig nieuwe regeling ingevoerd die aanleiding geeft tot een beperkte vorm van fiscale consolidatie. Deze maatregel maakt het onder een aantal voorwaarden mogelijk om verliezen geleden door een groepsvennootschap te compenseren met winst van een andere groepsvennootschap; dit in ruil voor de betaling van een vergoeding die gelijk is aan het genoten belastingvoordeel.

De wetgever heeft echter strikte voorwaarden opgelegd over de graad van verbondenheid van de verschillende vennootschappen waartussen winsten ‘verschoven’ kunnen worden. Wanneer u binnen een vennootschapsgroep geconfronteerd wordt met een winstgevende en een verlieslatende vennootschap, dient er best zo snel mogelijk onderzocht te worden of het nieuwe stelsel van de groepsbijdrageregeling een oplossing kan bieden om de tax cash-out van de groep te verminderen.

Gepubliceerd op 28/01/2019
Nele VanCaeneghem, nvancaeneghem@deloitte.com

Did you find this useful?