fiscaliteit-2020

Article

Fiscaliteit 2020: quo vadis?

Nieuwsbrief Actualiteiten, januari 2020

De start van een nieuw jaar is het moment om de fiscale balans op te maken voor familiale ondernemingen en hun aandeelhouders. We zien hierbij drie belangrijke tendensen.

1. Toenemende complexiteit

Accountants en belastingconsulenten hebben steeds meer tijd nodig om fiscale aangiftes voor te bereiden. De overheid maakt van de digitale indiening gebruik om, vooral in de vennootschapsbelasting, steeds meer informatie te verzamelen die uiteraard in kaart moet gebracht worden door de belastingplichtige en haar adviseurs. Ook de opeenvolgende aanpassingen van de wetgeving geven aanleiding tot meer voorbereidingstijd. Denk maar aan de complexiteit van de wagenfiscaliteit of de berekening van de notionele intrestaftrek. De toepassing van de fiscale consolidatie en de regels rond intrestaftrekbeperking zijn een puzzel van formaat. Ook de wijziging van boekjaren leidt tot meer werk door opsplitsing van het resultaat naar de originele belastbare tijdperken. Tot slot blijft de fiscaliteit rond beleggingsinkomsten vrij complex. De afschaffing van de effectentaks was een zeldzame vereenvoudiging, ook al ligt dit laatste niet aan de basis van de vernietiging ervan.

2. Blijvende onzekerheid

Onzekerheid heeft vele oorzaken: interpretatie van onduidelijke wetgeving, uitspraken van rechtbanken en hoven die later zowel door belastingplichtigen als administraties in hun voordeel ingeroepen worden, wijzigingen van wetgeving en vooral de onzekerheid bij elke regeringswissel rond een aantal klassieke fiscale thema’s zoals meerwaardebelasting, vermogensbelasting, (impliciete) verhoging van belastingtarieven, … Veel onzekerheid komt ook van de standpunten die fiscale administraties pro-actief innemen. De afgelopen jaren werden weleens stevige standpunten ingenomen bij Vlabel of inkomsten- en btw-administraties. Vaak verrassend verregaand, wat ook blijkt uit de latere vernietiging of intrekking van sommige ervan. De lange weg om het gelijk te halen, tot voor de fiscale rechtbanken, verhindert wel eens een fair debat omdat de verdedigingskost niet opweegt tegenover de opbrengst van het eventueel gelijk.

Ook het bestraffend karakter van naheffingen onder de vorm van systematisch toegepaste boetes in de inkomstenbelasting en btw maakt dat belastingplichtigen niet meer zeker zijn over de juistheid van hun fiscale positie. Zo moeten de IT-gestuurde boekhoudprocessen van ondernemingen volledig in orde zijn. Een ERP pakket dat de transacties verkeerd codeert in de btw aangifte, kan bij fiscale controle tot exponentiële boetes leiden.

Opteren voor een ruling is een methode om die onzekerheid weg te nemen. De Dienst Voorafgaande Beslissingen probeert uiteraard lijnen uit te zetten om gelijkaardige vragen op eenzelfde manier te behandelen. Deze beleidslijnen creëren echter gaandeweg een soort pseudoregelgeving, die fiscale inspecteurs overnemen in individuele controles. Een nieuw rulingstandpunt kan op het controleterrein (zelfs retroactief) aan de basis liggen van bepaalde motivaties van een fiscale administratie.

3. Volledige transparantie

In een digitaal tijdperk is alles transparant, dus ook voor de fiscus. Dit is op zich een faire tendens. Ondernemers en particulieren staan achter een eerlijke en gelijke behandeling van alle belastingplichtigen. De directe en gemakkelijke toegang tot data, door bijvoorbeeld het digitaal opvragen van boekhoudkundige bestanden en het gebruik van data-analyses, laat de fiscale administraties toe meer tijd te besteden aan het nazicht, eerder dan aan de verzameling van de gegevens.

 

De cirkel is rond

Hoewel transparantie toe te juichen valt, horen we als adviseurs steeds meer de vrees dat transparantie ook de weg is naar bijkomende taxaties op basis van meer informatie. De vele vragen die naar aanleiding van de (Europese) UBO-regelgeving gesteld werden, polsten eerder naar de achterliggende “fiscale bedoelingen” van dit register en waren niet zozeer van technische aard. In essentie opnieuw onzekerheid over een eventuele latere fiscale consequentie van de informatie in het UBO-register.

 

Gepubliceerd op 29/01/2020
Henk Hemelaere, hhemelaere@deloitte.com

Did you find this useful?