getrouw-beeld-jaarrekening-2020

Article

Het getrouw beeld van de jaarrekening 2020

Nieuwsbrief Actualiteiten, januari 2021

Met het oog op de vergelijkbaarheid van jaarrekeningen vormt het continuïteitsprincipe één van de steunpilaren van het Belgisch boekhoudrecht. Zo moeten de waarderingsregels die bij de oprichting van de vennootschap werden vastgelegd in principe jaarlijks onverkort worden toegepast (zie voor meer duiding hierbij ook het artikel in onze editie van maart 2020).

Het bestuursorgaan heeft anderzijds ook de verplichting om jaarlijks te beoordelen of er wel kan van uitgegaan worden dat de activiteiten van de onderneming zullen verder gezet worden. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, dan moeten de waarderingsregels worden aangepast, en indien nodig moeten er aanvullende afschrijvingen of waardeverminderingen worden geboekt (om de boekwaarde van bv. machines en voorraden te herleiden tot hun vermoedelijke realisatiewaarde) en voorzieningen worden aangelegd voor alle kosten verbonden aan de stopzetting.

Het continuïteitsprincipe betekent echter niet dat ondernemingen die vóór de coronacrisis gezond waren en door de talrijke steunmaatregelen hebben kunnen stand houden geen enkele bewegingsvrijheid hebben bij het opmaken van hun jaarrekening.

Met het oog op het voldoen aan het principe van het getrouw beeld voorziet de wetgeving immers in de mogelijkheid om een herwaarderingsmeerwaarde uit te drukken op materiële vaste activa  en bepaalde financiële vaste activa. Dit kan opportuun zijn wanneer de vennootschap een eenmalig verliesjaar achter de rug heeft, waardoor het eigen vermogen en de solvabiliteit zijn aangetast.

Let wel: het bestuursorgaan mag hierbij niet over één nacht ijs gaan, want aan deze op het eerste zicht aantrekkelijke mogelijkheid zijn zeer strikte voorwaarden verbonden. Zo kan een herwaardering enkel worden geboekt indien de waarde van de betrokken activa in functie van hun nut voor de vennootschap op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven de boekwaarde ervan. De marktwaarde van de te herwaarderen activa an sich is dus niet bepalend, maar geldt wel als bovengrens.

Volgens de Commissie voor Boekhoudkundige Normen (CBN) moet ‘nut’ rekenkundig vertaald worden in de rentabiliteit van het actief, die voldoende hoog moet blijven na de geplande herwaardering.

Een herwaardering op belangrijke participaties door een holding-vennootschap kan dus enkel als de verwachte opbrengsten ten opzichte van de (door de herwaardering gestegen) boekwaarde resulteren in een voldoende hoge rentabiliteit. Het Belgisch boekhoudrecht voorziet nl. niet dat participaties zomaar kunnen geboekt worden aan reële waarde, zodat bv. de koers van beursgenoteerde aandelen die als financieel vast actief kwalificeren enkel als een indicatie kan gehanteerd worden.

De wettelijke regels zijn nog strikter wanneer wordt overwogen om over te gaan tot herwaardering van activa die ‘noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf’ (bv. het onroerend goed waarin de activiteiten wordt uitgeoefend of het machinepark).

Herwaardering kan dan enkel wanneer dit verantwoord wordt door de rentabiliteit van de vennootschap (of van de betrokken divisie). Het is dus volgens de CBN denkbaar dat een individueel actiefbestanddeel voldoende resultaat genereert (en dus principieel in aanmerking zou  komen voor herwaardering), maar dat deze individuele rentabiliteit teniet gedaan wordt door de (negatieve) rentabiliteit van de globale onderneming. In dit geval is het (in het bijzonder voor ondernemingen die met opstartverliezen geconfronteerd worden) toch niet toegelaten om een herwaardering uit te drukken.

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan en de herwaardering is uitgedrukt in de boekhouding, kan overwogen worden om deze nadien in te lijven in kapitaal (of ‘inbreng’ bij kapitaalloze vennootschappen), weliswaar beperkt tot het bedrag verminderd met de geraamde (lees: latente) belastingen hierop.

Het aanwenden van op het passief geboekte herwaarderingsmeerwaarden om geleden boekhoudkundige verliezen aan te zuiveren (om zo de balans op te smukken) is daarentegen expliciet uitgesloten.

Aangezien de geherwaardeerde waarde ook moet verantwoord worden in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst wordt uitgedrukt, is het duidelijk dat het bestuursorgaan van de vennootschap deze spelregels best niet uit het oog verliest. Het valt immers nooit uit te sluiten dat derden het bestuursorgaan proberen aansprakelijk te stellen wanneer de onderneming later alsnog in moeilijk vaarwater zou terecht komen.

 

Gepubliceerd op 27/01/2021
Pascal Verschueren, pverschueren@deloitte.com

Did you find this useful?