Belgie-blijft-onderzoek-en-ontwikkeling-activiteiten-ondersteunen

Article

België blijft O&O-activiteiten ondersteunen

Nieuwsbrief Actualiteiten, juni 2019

Reeds vele jaren zetten de beleidsmakers in België in op onderzoek en ontwikkeling (O&O), wat ook resulteert in een aantal fiscale stimulansen. Hierbij springen de innovatie-aftrek en de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor O&O het meest in het oog.

Vrijstelling bedrijfsvoorheffing onderzoek en ontwikkeling

Een populaire maatregel is de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Deze houdt in dat ondernemingen die onderzoekers tewerkstellen in het kader van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, de bedrijfsvoorheffing die ze op de bezoldigingen van deze personen inhouden, slechts voor 20 % moeten doorstorten naar de fiscus. De overige 80 % kunnen de ondernemingen-werkgevers zelf behouden. Om te kunnen genieten van deze regel moet er aan specifieke (diploma) vereisten voldaan worden.

Sinds 1 januari 2018 is deze maatregel uitgebreid tot een aantal bachelorsdiploma’s. Hierdoor is de toepasbaarheid ervan verruimd.

Voor deze bachelorsdiploma’s geldt de vrijstelling slechts voor 40 % van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing. Verder is ze beperkt tot 50 % van het totale bedrag van de vrijstelling zoals toegepast voor kmo-werknemers met een specifiek master- en/of doctordiploma. Vanaf 2020 zal de vrijstelling voor deze bachelorsdiploma’s worden opgetrokken tot 80 %.

Deze regeling vermindert de loonkost verbonden aan onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten aanzienlijk. Zo streven de beleidsmakers ernaar innovatie en O&O toegankelijker te maken voor het volledige ondernemerslandschap in België.

Innovatieaftrek

Via de nieuwe innovatieaftrek (of aftrek voor innovatie-inkomsten) kunnen vanaf 1 juli 2016 netto-inkomsten voortvloeiend uit een aantal intellectuele eigendomsrechten zoals licenties en royalty’s voor 85 % vrijgesteld worden van vennootschapsbelasting.

Om te kunnen genieten van de aftrek moet de vennootschap eigenaar, mede-eigenaar, (exclusief of niet-exclusief) licentiehouder of vruchtgebruiker zijn van het intellectueel eigendomsrecht.

Daar waar de oude octrooi-aftrek werd toegepast op de bruto-octrooi-inkomsten, wordt de nieuwe innovatieaftrek berekend op de netto-innovatie-inkomsten. Concreet worden de bruto-inkomsten verminderd met alle kosten verbonden aan het intellectueel eigendomsrecht.

Vervolgens moet rekening gehouden worden met de Nexus-breuk. Het principe van deze breukbenadering is dat de eigen uitgaven voor het ontwikkelen van de kwalificerende intellectuele eigendom, worden gebruikt als een indicatie voor de aanwezigheid van ‘substantiële activiteiten’ in hoofde van de belastingplichtige die de innovatieaftrek wenst toe te passen.

Dit vertaalt zich in een breuk met in de teller de eigen/kwalificerende O&O-uitgaven met betrekking tot de kwalificerende intellectuele eigendom en in de noemer de totale uitgaven met betrekking tot de kwalificerende intellectuele eigendom.

Het bedrag bekomen na het berekenen van het netto-inkomen en het toepassen van de Nexus-breuk komt in aanmerking voor een aftrek/vrijstelling ten belope van 85 %.

Slecht 15 % van het innovatie-inkomen wordt bijgevolg belast aan het reguliere tarief. Dit resulteert in een effectieve taxatie van ca. 4,4 %.

Het berekenen van deze aftrek is dus beduidend complexer geworden. Hier staat tegenover dat het toepassingsgebied ook verbreed is. Zo is de innovatieaftrek niet enkel van toepassing op inkomsten uit een octrooi, maar ook op inkomsten uit weesgeneesmiddelen, data- en marktexclusiviteit (voor geneesmiddelen of gewasbeschermingsmiddelen), auteursrechtelijk beschermde software en kwekersrecht. Auteursrechtelijk beschermde software moet wel voortvloeien uit een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of -programma.

Gepubliceerd op 26/06/2019
Jolien Costerman, jcosterman@deloitte.com

Did you find this useful?