Groepsverzekeringen-echtscheiding

Article

Groepsverzekeringen

In geval van echtscheiding

Nieuwsbrief Actualiteiten, juni 2019

Er zijn juridische onzekerheden over de huwelijksvermogensrechtelijke behandeling van individuele levensverzekeringen en groepsverzekeringen tussen echtgenoten met een gemeenschappelijk vermogen. Moet de vermogenswaarde van het verzekeringscontract gedeeld worden in geval van echtscheiding?

Nieuwe wetgeving biedt een oplossing en onderwerpt de regelgeving van de levensverzekeringen aan het onderscheid tussen “titre” (het feit dat u titularis bent van het recht) en “finance” (de waarde). De rechten die ontstaan uit het onderschrijven van een levensverzekering zijn voor de verzekeringsnemer strikt persoonlijke rechten. Deze rechten maken deel uit van zijn eigen vermogen. De waarde van de levensverzekering behoort daarentegen tot het gemeenschappelijk vermogen. In geval van echtscheiding zal het gemeenschappelijk vermogen dus vergoed moeten worden voor de betaalde premies.

De tweede pensioenpijler (groepsverzekeringen, vrij aanvullende pensioenen voor zelfstandigen, individuele pensioentoezeggingen) werd uitgesloten van het toepassingsgebied van deze nieuwe bepalingen, waardoor de rechtsonzekerheid hier blijft bestaan.

Momenteel bestaan er verschillende strekkingen in de rechtspraak over de wijze van vereffening van een groepsverzekering in geval van echtscheiding. In het algemeen beschouwen de rechtsleer en de rechtspraak het aanvullend beroepspensioen als een gemeenschappelijk goed waarvan de vermogenswaarde verdeeld moet worden onder de echtgenoten.

Sommige beslissingen stellen dat de gezamenlijke afkoopwaarde van de groepsverzekering, of op z’n minst het financiële equivalent ervan, moet worden verdeeld tussen de ex-partners; zelfs als de aangeslotene misschien nooit zijn of haar aanvullend ouderdomspensioen zal ontvangen. Deze tendens is echter nadelig voor de aangesloten ex-partner die de nodige middelen zal moeten vinden om de waarde te vergoeden aan zijn voormalige echtgenoot. Andere beslissingen, die talrijker zijn, stellen daarentegen om de niet-aangesloten echtgenoot een voorwaardelijke vordering toe te kennen. Deze voorwaardelijke vordering moet worden afgelost bij de uitbetaling van de pensioenuitkering aan de aangeslotene en wordt berekend op basis van de afkoopwaarde die geacht wordt te behoren aan de niet-aangesloten echtgenoot.

Aangezien groepsverzekeringen de opbouw van een aanvullend pensioenstelsel tot doel hebben, zullen deze worden behandeld in het kader van de pensioenhervorming. Hopelijk komt ook hiermee een einde aan de onzekerheid over de behandeling ervan in geval van echtscheiding.

Gepubliceerd op 26/06/2019

Elise Henneuse, ehenneuse@deloitte.com

Did you find this useful?