waarderingsregels

Article

Waarderingsregels

De grondvesten van uw jaarrekening

Nieuwsbrief Actualiteiten, maart 2020

In ons januarinummer reikten we u enkele denkpistes aan in functie van een optimaal balansmanagement bij de opmaak van de jaarrekening. Omdat u hierbij geen absolute vrijheid hebt, maar rekening moet houden met de waarderingsregels die bij de opstart van de onderneming worden vastgelegd, zoomen we hier even dieper op in.

Het zal geen verrassing zijn dat de spelregels wettelijk zijn bepaald: in het KB tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorzien dat het bestuursorgaan van de vennootschap de regels moet vastleggen die zullen gehanteerd worden voor de waardering van de jaarlijkse inventaris van alle vorderingen en schulden van de vennootschap, waaruit vervolgens de jaarrekening voortvloeit.

Als basisprincipe voor de waardering van activa geldt het principe van de aanschaffingswaarde, zijnde de aanschaffingsprijs of de vervaardigingsprijs, waarop naargelang het geval afschrijvingen of waardeverminderingen moeten worden geboekt. De wetgever heeft ook voorzien in de verplichting om voorzieningen aan te leggen en de mogelijkheid om herwaarderingsmeerwaarden uit te drukken. Tot slot werden heel wat bijzondere regels in het KB opgenomen, onder meer voor wat betreft oprichtingskosten, (im)materiële en financiële vaste activa, voorraden, schulden, …

Waarderingsregels vastleggen impliceert keuzes maken

De praktische invulling van wat in het KB is voorzien moet u evenwel zelf vastleggen in uw waarderingsregels, weliswaar binnen bepaalde krijtlijnen. Zo moet u kort na de oprichting van uw vennootschap reeds beslissen of u de toekomstige oprichtings- of herstructureringskosten al dan niet zal activeren, of u voor de waardering van zelf geproduceerde investeringen of voorraden direct of full costing zal toepassen, hierbij de intercalaire intresten al dan niet in rekening zal brengen, welke afschrijvingspercentages zullen toegepast worden op de investeringen, …

Betekent dit dat u op een later tijdstip op geen enkele wijze meer kan afwijken van wat u initieel heeft vastgelegd en dus vast zit in een keurslijf? Het antwoord op deze vraag is negatief. Als uitgangspunt geldt immers nog steeds dat een jaarrekening een getrouw beeld moet geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap. Wanneer bijvoorbeeld door gewijzigde technologische of economische omstandigheden dit niet langer het geval zou zijn, dan moeten de waarderingsregels worden aangepast. In uitzonderingsgevallen moet afgeweken worden van een welbepaalde waarderingsregel (zonder dat er daarom nieuwe waarderingsregels worden opgesteld).

Belangrijk om weten is dat de wijziging of afwijking moet worden vermeld in de toelichting bij de jaarrekening, net als de geraamde invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap.

Afwijkende fiscale wetgeving

U weet ongetwijfeld dat de fiscale wetgever vanaf dit jaar een aantal nieuwigheden heeft ingevoerd: pro rata afschrijven in het jaar van investering voor alle vennootschappen, degressieve afschrijvingen zijn niet langer toegestaan voor nieuwe investeringen, en bijkomende kosten bij investeringen door kleine vennootschappen mogen niet langer volgens een zelf te bepalen ritme afgeschreven worden.

Verlies daarbij echter niet uit het oog dat het getrouw beeld van de jaarrekening altijd moet primeren; in de mate dat u door de toepassing van uw eigen afschrijvingsregels buiten de fiscale lijnen kleurt, moet u uiteraard in de fiscale aangifte zelf de nodige correcties verwerken.

Het moment is dus wellicht aangebroken om uw inventarisboek even van onder het stof te halen, de hierin opgenomen waarderingsregels aan een kritische blik te onderwerpen, en bij te sturen waar nodig.

Gepubliceerd op 30/03/2020
Pascal Verschueren, pverschueren@deloitte.com

 

Did you find this useful?