mobiliteit-vergoeding-budget

Article

Mobiliteit

Vergoeding of budget?

Nieuwsbrief Actualiteiten, mei 2019

Sinds 1 maart 2019 is het mobiliteitsbudget een feit. De mobiliteitsvergoeding (‘cash for car’) was al in voege, maar kon op weinig enthousiasme rekenen. Voortaan is de keuze van de werknemer om zijn bedrijfswagen in te ruilen tegen een maandelijkse vergoeding verruimd tot het besteden van een mobiliteitsbudget binnen drie pijlers.

Drie pijlers

De eerste pijler is een milieuvriendelijke wagen, hetzij een elektrische wagen, hetzij een wagen met een maximale CO2-uitstoot van 105 gr/km (100 gr/km vanaf 2020 en 95 gr/km vanaf 2021). Uit de praktijk blijkt dat er heel weinig auto’s zijn die op vandaag voldoen aan deze CO2-voorwaarde en/of dat de alternatieve wagens meestal duurder zijn dan de ingeruilde wagen. De milieuvriendelijke wagen ondergaat dezelfde (para)fiscale behandeling als de gewone bedrijfswagen.

De tweede pijler bestaat uit alternatieve vervoersmodi, zoals fietsen, openbaar vervoer, georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, etc. Deze pijler is vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen.

Blijft er nog een deel van het budget over, dan wordt dit in cash uitbetaald in de maand december (derde pijler). Deze vergoeding is niet belastbaar in hoofde van de werknemer, maar hij is wel een bijzondere sociale bijdrage van 38,07 % hierop verschuldigd. De werkgever betaalt ook op dit bedrag geen sociale bijdragen.

Voor wie?

Elke werkgever is vrij om te kiezen of hij zijn werknemers een mobiliteitskeuze aanbiedt. De werkgever kan daarbij perfect begrenzingen opleggen. Zo kan de werkgever bijvoorbeeld bepalen dat enkel een bepaalde categorie van werknemers de mogelijkheid heeft de wagen in te ruilen. Voorwaarde is wel dat de werkgever sinds minstens 36 ononderbroken maanden een bedrijfswagen ter beschikking gesteld heeft aan één of meerdere werknemers (met een uitzondering voor startende werkgevers).

Bepaal zelf de mate van vrijheid omtrent mobiliteitskeuzes en vervat de spelregels duidelijk en transparant in een mobiliteitspolicy.

Voor de werknemer geldt als voorwaarde dat hij op het ogenblik van de aanvraag al minstens 3 maanden over een bedrijfswagen beschikt óf ervoor in aanmerking komt én dat hij in de loop van de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag minstens 12 maanden een bedrijfswagen ter beschikking had of daarvoor in aanmerking kwam. De termijnvoorwaarde geldt niet voor nieuw aangeworven werknemers, noch voor werknemers die vóór 1 maart 2019 van functie veranderd zijn of promotie gekregen hebben.

Om beroep te kunnen doen op het mobiliteitsbudget is het dus belangrijk dat er in de onderneming een coherent beleid bestaat waarin het recht op een bedrijfswagen gekoppeld is aan bepaalde functies of voorwaarden.

Berekening

Mobiliteitsvergoeding
= 20 % x 6/7de x geïndexeerde cataloguswaarde x 1,20 (indien tankkaart) – eigen bijdrage werknemer


De werknemer krijgt in ruil voor zijn wagen een maandelijkse cash-vergoeding die hij vrij mag besteden. Hij wordt belast op 4 % van 6/7de van de geïndexeerde cataloguswaarde van de ingeleverde wagen, met een minimum van 1.340 EUR.

Voor de vennootschap is de vergoeding conform de ingeleverde wagen minimum 75 % en maximaal 95 % fiscaal aftrekbaar. De werkgever blijft ook de  CO2-solidariteitsbijdrage betalen aan de RSZ, gebaseerd op de ingeleverde auto.

Mobiliteitsbudget
= Jaarlijkse ‘total cost of ownership’ (= TCO)


De werknemer beschikt in ruil voor zijn wagen over een budget dat hij in de drie pijlers kan spenderen. Voor de bepaling van het budget wordt er onder meer rekening gehouden met de bruto kostprijs van de bedrijfswagen, de (para)fiscale lasten, de brandstofkosten, verzekeringen, etc. Het oogpunt is kostenneutraliteit voor de werkgever. Vermits pijler 2 en 3 100 % fiscaal aftrekbaar zijn (in tegenstelling tot de bedrijfswagen zelf) kan dit de werkgever een voordeel opleveren.

Gepubliceerd op 15/05/2019
Anneleen Terryn, aterryn@deloitte.com

Conclusie

Het belang van een wagenbeleid en bijhorende mobiliteitspolicy is toegenomen. Mobiliteitskeuzes aanbieden past binnen een modern verloningsbeleid en kan onderdeel uitmaken van een cafetariaplan. Werknemers zitten in de driver’s seat en gaan bewuster om met het budget dat de werkgever voor hun mobiliteit uittrekt, op maat geoptimaliseerd én kostenneutraal.

Did you find this useful?