waarborg-continuiteit-onderneming-tijdens-en-na-covid-19

News

Waarborg de continuïteit van de onderneming tijdens en na COVID-19

COVID-19 

Het COVID-19 virus zet de economische wereld sterk onder druk en kan de continuïteit van uw onderneming in gevaar brengen. De cash-buffer van vele bedrijven is onder de huidige crisis slechts bestand om een of twee maanden te overbruggen. Uit onderzoek blijkt dat de COVID-19 crisis voor meer dan een derde van de Vlaamse bedrijven een acuut risico op faillissement betekent. Het is bijgevolg meer dan ooit belangrijk om te waken over de continuïteit van uw onderneming. De overheid nam reeds talrijke maatregelen om de problematiek op te vangen, maar wat als deze steunmaatregelen niet volstaan?

Gepubliceerd op 03/06/2020

Van gerechtelijke reorganisatie naar automatisch moratorium

Ondernemingen die, ondanks de steunmaatregelen, in liquiditeitsproblemen komen, konden aanvankelijk tijdelijke bescherming zoeken tegen schuldeisers door zich te beroepen op de procedure van gerechtelijke reorganisatie (PRG, voorheen ‘WCO’) uit Boek XX van het Wetboek Economisch Recht om deze crisisperiode te overbruggen. In tijden van Corona is deze procedure echter niet steeds aangewezen aangezien het een zekere kostprijs met zich meebrengt en men hiervoor langs de Ondernemingsrechtbank moet passeren. Om die reden heeft de overheid voor een specifiek alternatief gezorgd: het tijdelijk moratorium op faillissementen en beslagen.

De bescherming, initieel van kracht tussen 24 april en 17 mei 2020, werd intussen verlengd waardoor ondernemingen nu tot 17 juni 2020 automatisch bescherming genieten tegen beslag of faillissement. De maatregel zal specifiek van toepassing zijn op ondernemingen waarvan de continuïteit bedreigd is door de COVID-19 crisis en die dus nog niet in staking van betaling verkeerden op 18 maart 2020 (i.e. aanvangsdatum lockdown in België).

Moratorium op faillissementen en beslagen

Op 24 april 2020 riep het volmachten-KB de tijdelijke opschorting van uitvoeringsmaatregelen ter bescherming van ondernemingen gedurende de COVID-19 crisis officieel in het leven. Elke onderneming, die in moeilijkheden verkeert ten gevolge van de COVID-19 pandemie en haar gevolgen, wordt vandaag als schuldenaar beschermd tegen bewarend en uitvoerend beslag en faillietverklaring of gerechtelijke ontbinding. Op deze manier krijgt de ondernemingswereld wat ademruimte en wordt er als het ware een “staakt het vuren” afgekondigd. De ‘grace period’ of het moratorium geeft de onderneming tijd om duurzame oplossingen te zoeken zoals betalingsakkoorden, nieuw krediet of een reorganisatieprocedure.

De criteria die gehanteerd worden voor de toepasselijkheid van het moratorium, zijn de volgende:
(i) is de omzet/activiteit sterk gedaald ten gevolge van de Corona crisis?, (ii) is er volledig of deels beroep gedaan op tijdelijke of volledige werkloosheid?, en (iii) heeft de overheid bevel gegeven tot sluiting van de onderneming? Uitgesloten van deze regeling zijn ondernemingen die reeds in staking van betaling verkeerden voor 18 maart 2020, gezien hun problematiek niet rechtstreeks gerelateerd is aan de huidige COVID-19 crisis. Zij kunnen wel nog steeds beroep doen op de procedure van gerechtelijke reorganisatie die een gelijkaardige werking kent.

Wat zijn de mogelijkheden als schuldeiser?

Betalingen op vrijwillige basis blijven de norm voor schuldenaars. Het stelsel van wettelijke opschorting raakt niet aan de principiële betaalbaarheid van schulden en heeft dan ook geen impact op de plicht tot betaling van alle opeisbare schulden, in hoofdsom, interest en andere accessoria. Sterker nog, ondernemingen worden aangespoord om binnen zo kort mogelijke termijn te betalen om het domino-effect te beperken. Blijft de betaling van een schuldenaar toch uit? Een beroep op de overige gemeenrechtelijke contractuele sancties zoals de exceptie van niet-uitvoering, schuldvergelijking en het retentierecht blijft mogelijk onder het moratorium.

Een eerste stap bij het uitblijven van betaling zal steeds onderling overleg tussen schuldeiser en schuldenaar zijn. De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank zal namelijk rekening houden met onderhandelingspogingen alsook met de gevolgen van de opschorting voor de belangen van de schuldeiser (domino-effect) bij toepassing van een mogelijke uitzondering op het moratorium. Zulke procedure tot opheffing van het moratorium moet ingeleid worden door een dagvaarding. Zo kan een schuldeiser die van oordeel is dat zijn schuldenaar niet onder het toepassingsgebied van de opschorting valt (bv. staking van betaling voor 18 maart 2020) en een uitvoerend beslag wenst te leggen zich tot de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank richten. De Voorzitter kan vervolgens, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak, besluiten tot de (volledige of gedeeltelijke) opheffing van de opschorting

Procedure tot gerechtelijke reorganisatie

Indien het tijdelijk moratorium geen soelaas kan bieden of indien er reeds betalingsproblemen waren voor 18 maart 2020, kan de onderneming zich beroepen op de procedure tot gerechtelijke reorganisatie uit het Wetboek Economisch Recht (niet te verwarren met het oude ‘gerechtelijk akkoord’). Deze procedure staat open voor ondernemingen wiens continuïteit onmiddellijk of op termijn bedreigd is. De continuïteit wordt in elk geval geacht bedreigd te zijn wanneer het netto actief is herleid tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal.

Om opschorting te bekomen op basis van de procedure tot gerechtelijke reorganisatie moet een verzoekschrift worden neergelegd bij de Ondernemingsrechtbank vergezeld van een uitgebreide stukkenbundel, waarvoor men best een beroep doet op een expert. Van zodra het verzoekschrift is neergelegd op de griffie van de Ondernemingsrechtbank (dit kan digitaal via het platform Regsol) en zolang de rechtbank geen uitspraak heeft gedaan hierover geniet de onderneming bescherming door de schorsende werking.

Indien de voorwaarden vervuld zijn en de procedure van de gerechtelijke reorganisatie geopend wordt, geniet de onderneming vervolgens een opschortingsperiode van zes maanden (verlengbaar) om te werken aan de reorganisatie van de onderneming. Gelijklopend met het moratorium geldt er tijdens deze periode een ‘staakt-het-vuren’: het bedrijf kan niet failliet worden verklaard en er kan geen beslaglegging plaatsvinden. Dankzij de procedure blijft de ondernemer ‘baas’ over de eigen onderneming én geniet men bescherming voor alle schulden die dateren van vóór de indiening van het verzoekschrift.

Er zijn drie scenario’s van gerechtelijke reorganisatie mogelijk:

  • Een minnelijk akkoord met twee of meerdere schuldeisers;
  • Een collectief akkoord met alle schuldeisers via de goedkeuring van een reorganisatieplan; of
  • Een overdracht onder gerechtelijk gezag.

Veelal zal een beroep gedaan worden op de tweede optie waarbij men het akkoord van de schuldeisers dient te bekomen bij het reorganisatieplan. Dit plan bepaalt de maatregelen om de schuldeisers van de onderneming te voldoen o.a. middels betalingstermijnen en eventuele verminderingen op de schuldvorderingen.

Na afloop van de procedure tot collectief akkoord zijn er twee opties: een herstel of – als last resort – een faillissement. Einddoel van de procedure is de onderneming ademruimte geven opdat de schulden gedeeltelijk of geheel afbetaald kunnen worden en een goede doorstart kan gemaakt worden.

Een onderneming die tijdelijk geconfronteerd wordt met betalingsproblemen maar nog toekomstperspectief kent, moet bijgevolg niet twijfelen om de piste van gerechtelijke reorganisatie te bewandelen. Handel tijdig en bespreek de opties met uw adviseur om een faillissement te vermijden!

Bent u schuldenaar? Contacteer ons voor een doorlichting van de onderneming en om na te kijken voor welke maatregelen uw onderneming in aanmerking komt.

Bent u schuldeiser? Wij onderzoeken graag welke uitvoeringsmogelijkheden voor u nog  openstaan ten aanzien van uw schuldenaar(s).

Heeft u vragen?

Anouk Vancraeynest
anvancraeynest@deloitte.com

Did you find this useful?