smartphone

News

Bedrijfs gsm/smartphone: wat als werknemer betaalt voor privégebruik? Minister van Financiën geeft het antwoord.

KMO-update

De forfaitaire waarderingsregels voor de bepaling van het voordeel van alle aard bij de werknemer, die gratis van zijn werkgever een gsm/smartphone, telefoon- of internetabonnement, laptop/PC en tablet mag gebruiken, zijn gewijzigd vanaf 1 januari 2018.

Als bijvoorbeeld een werknemer gratis een smartphone krijgt met een telefoonabonnement en een abonnement voor mobiele data (en daarvan privé kan gebruik maken), dan moet daarvoor een voordeel worden aangerekend van:

- 3 EUR/maand of 36 EUR/jaar voor het toestel;

- 4 EUR/maand of 48 EUR/jaar voor het telefoonabonnement;

- 5 EUR/maand of 60 jaar EUR/jaar voor het mobiel internet.

Dit is een belastbaar voordeel van 12 EUR/maand of 144 EUR/jaar.

Wat indien werknemer het privégebruik zelf betaalt voor een gsm/smartphone die hij gratis krijgt van zijn werkgever?

In het vakjargon spreken we dan van een 'Split bill' waarbij de werkgever een bepaalde belwaarde en een aantal gigabyte ter beschikking stelt aan de werknemer en die een realistische gemiddelde inschatting van het professioneel gebruik weergeven. Gebruikt de werknemer meer, dan zal de provider hem de bijhorende kosten rechtstreeks factureren. Wanneer we de nieuwe waarderingsregels hierop toepassen, dan zou er in ons voorbeeld enkel voor het toestel een maandelijks bedrag van 3 EUR als voordeel worden aangerekend.

Minister van Financiën is toleranter

Op 6 februari gaf de minister in de Kamercommissie voor Financiën en Begroting een ander antwoord (Vraag van de heer Klaps). We geven een samenvatting. Wanneer de provider het daadwerkelijk en volledige persoonlijke gebruik van het telefoonabonnement en de internetaansluiting rechtstreeks factureert aan de werknemer, moet er geen voordeel van alle aard worden aangerekend, ook niet voor het toestel dat gratis ter beschikking wordt gesteld. Voorwaarde is wel dat het door de werkgever toegepaste grensbedrag (het bedrag waarboven elk gebruik geacht wordt privé te zijn) overeenstemt met de realiteit. De minister voegt er aan toe dat de bewijslast bij de werkgever ligt die daarover altijd een akkoord kan sluiten met de fiscus. Dit standpunt geldt enkel voor gsm's en smartphones en niet voor andere gelijkaardige apparatuur zoals PC, laptop of iPad.

Het is nog niet duidelijk of de RSZ een zelfde standpunt zal innemen.

Gepubliceerd op 27/03/2018
Nele Vancaeneghem, nvancaeneghem@deloitte.com

Did you find this useful?