Article

De aangifte personenbelasting voor aanslagjaar 2015 – Wat is er gewijzigd?

KMO-update

Het aangifteformulier voor aanslagjaar 2015 (inkomsten 2014) werd gepubliceerd in bijlage bij het KB van 3 april 2015. In vergelijking met vorig jaar telt de aangifte 43 nieuwe codes. Deze zijn voornamelijk het gevolg van de 6e staatshervorming en de daaruit voortvloeiende nieuwe fiscale bevoegdheden voor de gewesten. Op heden is de uiterste indieningsdatum van de aangifte voor aanslagjaar 2015 nog niet gekend.

Hierna volgt een overzicht van de voornaamste wijzigingen aan het aangifteformulier.

Nieuwe nummering

Als gevolg van de 6e staatshervorming is de nummering van enkele codes op het aangifteformulier gewijzigd. Alle uitgaven die in aanmerking komen voor een federale belastingvermindering beginnen met 1 (voor de belastingplichtige) en 2 (voor de partner). Alle uitgaven die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering beginnen met 3 (voor de belastingplichtige) en 4 (voor de partner). Voornamelijk voor vak IX van het aangifteformulier met betrekking tot de woningkredieten is dit onderscheid van belang. Als men voor de “eigen woning” bijvoorbeeld een lening heeft lopen die werd afgesloten na 1 januari 2005 en die in aanmerking komt voor de woonbonus, dient men nu in de aangifte code 3370/4370 (de gewestelijke woonbonus) in te vullen, en niet langer code 1370/2370 (de federale woonbonus) zoals vorig jaar.

Woningfiscaliteit

De woningfiscaliteit werd het meest ingrijpend gewijzigd als gevolg van de 6e staatshervorming. Sinds aanslagjaar 2015 zijn de gewesten namelijk bevoegd om fiscale voordelen te verlenen voor de uitgaven voor de “eigen woning”. Voor het verlenen van fiscale voordelen m.b.t. andere onroerende goederen blijft de federale overheid bevoegd. Vak IX van het aangifteformulier werd dan ook uitgebreid met een rubriek B voor de uitgaven die betrekking hebben op de “eigen woning” (gewestelijke bevoegdheid) en een rubriek C voor uitgaven die geen betrekking hebben op de “eigen woning” (federale bevoegdheid).

De “eigen woning” is de woning waarvan de belastingplichtige eigenaar is én waarin hij/zij ook zelf woont (behoudens enkele uitzonderingen zoals het niet betrekken van de woning om beroeps- of sociale redenen, de stand van de bouwwerkzaamheden, ...). Een “niet-eigen woning” is een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar is, maar die hij/zij niet zelf betrekt, zoals een tweede verblijf aan de kust of een appartement dat wordt verhuurd. Ook het deel van de eigen woning dat gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden kwalificeert als “niet-eigen woning”.

Of een woning kwalificeert als een “eigen woning” moet dag op dag worden beoordeeld. Voor de woning die in de loop van het jaar niet langer de “eigen woning” is, doordat men bijvoorbeeld verhuist naar een nieuw aangekochte woning, zullen de uitgaven m.b.t. het woonkrediet moeten worden uitgesplitst over rubriek B (voor de periode waarin de woning kwalificeerde als “eigen woning”) en rubriek C (voor de periode waarin de woning niet langer kwalificeerde als “eigen woning”). Men moet in dat geval dus zelf gaan bepalen welke kapitaal- en interestaflossingen er gebeurd zijn vóór en ná het moment waarop de woning niet langer als “eigen woning” kan beschouwd worden, om een correcte uitsplitsing ervan te kunnen doen over beide rubrieken.

Ook indien men zijn eigen woning gedeeltelijk voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt, zal men de uitgaven voor de lening moeten opdelen tussen rubriek B en C.

In vak III van de aangifte, dat handelt over de inkomsten van onroerende goederen, is de code voor de opname van het kadastraal inkomen van de “eigen woning” verdwenen. Deze schrapping is te verklaren door het feit dat het onroerend inkomen uit de eigen woning vanaf aanslagjaar 2015 steeds vrijgesteld is. Enkel wie nog een hypothecaire lening heeft lopen waarvan de interesten in aanmerking komen voor de gewestelijke belastingvermindering voor de bijkomende en/of gewone interesten, moet het kadastraal inkomen nog opnemen in de aangifte in vak IX onder rubriek B punt 3, a. De belastingadministratie heeft deze informatie namelijk nodig voor de berekening van de gewestelijke belastingvermindering voor de onroerende voorheffing en voor de gewestelijke belastingvermindering voor bijkomende interesten.

Belastingverminderingen

Ook een aantal uitgaven die recht geven op belastingverminderingen (zoals de belastingvermindering voor dienstencheques, …) werden geregionaliseerd. De belastingplichtige die in 2014 uitgaven deed voor dakisolatie, moet dit jaar wel aandachtig zijn bij het invullen van de aangifte. Waar vorig jaar de betaalde uitgave moest worden ingevuld, dient dit jaar het bedrag van de belastingvermindering zelf te worden vermeld in code 3317. Het in te vullen bedrag is 30% van de betaalde uitgave, met een maximum van €3.040 per woning.

Belastingkrediet voor winwinleningen

Een nieuw vak XI werd ingevoerd voor het belastingkrediet voor de Vlaamse winwinleningen. De verplaatsing van deze winwinleningen van vak X m.b.t. belastingverminderingen naar een nieuw vak werd gedaan omwille van de formele omzetting van belastingvermindering naar belastingkrediet.

Meldingsplicht buitenlandse rekeningen

Net zoals vorig jaar dienen belastingplichtigen in hun aangifte personenbelasting aan te geven in welke landen zij op enig ogenblik in het belastbaar tijdperk titularis waren van een buitenlandse rekening. Vanaf aanslagjaar 2015 moet men ook aankruisen of de gegevens m.b.t. de in 2014 aangehouden buitenlandse rekeningen gemeld werden bij het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België (CAP).

In principe werd reeds vanaf aanslagjaar 2012 de verplichting ingevoerd om de gegevens m.b.t. buitenlandse rekeningen bij het CAP te melden. Aangezien deze melding niet kon plaatsvinden omdat het CAP nog niet was opgericht, werd deze verplichting uitgesteld.

Intussen werd aangekondigd dat de belastingplichtigen die via hun aangifte voor de aanslagjaren 2012, 2013 en/of 2014 hebben aangegeven een buitenlandse rekening te hebben, binnenkort via een brief zullen worden uitgenodigd om de gegevens betreffende deze rekeningen te melden bij het CAP. De te melden gegevens betreffen de naam en het rijksregisternummer van de titularissen, het IBAN nummer, de naam van de bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling, de BIC code, het land en de begin- en einddatum van de rekening.

Voor de in 2014 aangehouden buitenlandse bankrekeningen zal men deze melding spontaan moeten doen én ten laatste gelijktijdig met het indienen van de aangifte. In het nieuwe aangifteformulier dient men immers te bevestigen dat de melding van de buitenlandse rekeningen waarvan men in 2014 op enig ogenblik titularis was bij het CAP werd gedaan.

Een rekening dient slechts één keer te worden gemeld. Men dient een onveranderde rekening dan ook niet jaarlijks opnieuw te melden. Wanneer de rekening wordt afgesloten, dient men het CAP wel in te lichten over de afsluiting en de datum van afsluiting van die rekening.
De belastingplichtige kan de melding zelf in orde brengen (elektronisch of op papier) of kan hiervoor een lasthebber aanstellen om de melding voor hem te voldoen.

Anjulie De Wit - anjdewit@deloitte.com & Ellen Jamar – ejamar@deloitte.com


Gepubliceerd op 19/06/2015.

Version française
Did you find this useful?