Article

De aanslag geheime commissielonen in een nieuw kleedje

KMO-update

De afgelopen jaren werd er veel gewijzigd en geschreven over de aanslag geheime commissielonen. Na enkele maanden van kalmte, besliste de regering Michel I om de aanslag opnieuw aan te passen. Hierna lichten wij kort het toepassingsgebied toe, de oude wetgeving en vervolgens de belangrijkste principes van de nieuwe regelgeving.

Toepassingsgebied

In hoofde van belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting kan de aanslag van geheime commissielonen gevestigd worden op: kosten vermeld in artikel 57 WIB die niet op fiche en opgave staan (zoals o.a. erelonen), voordelen van alle aard (aan werknemers en bedrijfsleiders) die niet worden verantwoord op fiche, verdoken meerwinsten en zogenaamde steekpenningen.

In dit artikel wordt enkel de impact van de aanslag geheime commissielonen op vergoedingen en voordelen besproken.

Uitzonderingen van toepassing t.e.m. 29/12/2014

Onder de oude wetgeving was er geen toepassing van de aanslag geheime commissielonen van 309% op vergoedingen en voordelen alle aard indien:

  • de vennootschap aantoonde dat de genieter het genoten voordeel tijdig aangegeven had in de aangifte personenbelasting (219,5e al WIB), of
  • wanneer dit niet was gebeurd, de genieter alsnog met zijn akkoord binnen de driejarige aanslagtermijn belast werd op het genoten voordeel (artikel 219,5e al WIB).

Onder deze wetgeving waren de vergoedingen of voordelen waarop de bijzondere aanslag toegepast waren net als de bijzondere aanslag zelf aftrekbaar.

Nieuwe wetgeving (van toepassing vanaf 29/12/2014)

In de nieuwe wetgeving is de aanslag geheime commissielonen niet van toepassing indien:

  • de vennootschap aantoont dat de genieter het genoten voordeel tijdig aangegeven heeft in de aangifte personenbelasting,
  • de vennootschap aantoont dat de genieter het genoten voordeel tijdig aangegeven heeft in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte,
  • wanneer deze aangifte niet is gebeurd de verkrijger op een ondubbelzinnige wijze geïdentificeerd wordt binnen de 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betreffende aanslagjaar.

Terwijl deze eerste uitzondering reeds voorzien was in de wetgeving, de tweede uitzondering een inschrijven is van een administratieve tolerantie in de wetgeving, is de derde uitzondering het meest nieuw aangezien de belastingplichtige niet langer zijn akkoord dient te geven en verwezen wordt naar een ondubbelzinnige identificatie binnen de 2 jaar en 6 maanden in plaats van de 3-jarige aanslagtermijn.

In vergelijking met de vorige wetgeving heeft de aanslag voortaan enkel nog een vergoedend karakter en daalt het percentage van 309% naar:

  • 103% indien de verkrijger een natuurlijk persoon is
  • 51,5% indien de verkrijger een rechtspersoon is

Over de vraag of de bijzondere aanslag nog steeds aftrekbaar is, bestaat geen discussie. De aftrek blijft.

Over de vraag of de vergoedingen en voordelen alle aard die de bijzondere aanslag ondergaan nog steeds aftrekbaar zijn, heerst er momenteel wel onduidelijkheid. Er wordt gevreesd dat de belastingadministratie, op basis van ministeriële verklaringen, deze aftrek in het merendeel van de gevallen zal weigeren. Ongetwijfeld wordt hier de komende weken meer duidelijkheid over gegeven.

Charlotte Alleweireldt, calleweireldt@deloitte.com


Gepubliceerd op 26/03/2015.

version française
Did you find this useful?