pensioen

Article

Aanvullende pensioenen: Uitkering is voortaan gekoppeld aan opname wettelijk pensioen

KMO-update

Vorig jaar hebben de sociale partners na moeizaam overleg een akkoord bereikt omtrent de aanpassing van de rendementsgarantie op aanvullende pensioenen voor werknemers. In december werd dit akkoord in een wet gegoten. Van de gelegenheid werd tevens gebruik gemaakt om de regels voor de uitkering van een aanvullend pensioenkapitaal eveneens aan te passen.

Nieuw algemeen principe

Voortaan geldt het algemeen principe dat een aanvullend pensioen automatisch wordt uitgekeerd bij de effectieve ingang van het (vervroegd) wettelijk rustpensioen. Deze regel geldt voor alle collectieve en individuele pensioentoezeggingen voor werknemers en zelfstandigen (groepsverzekeringen, IPT contracten, individuele pensioenbeloften), maar ook voor VAPZ-contracten.

Gevolgen

Dit heeft echter soms nadelige effecten op de lopende contracten:

  • Als de aangeslotene exact op de contractuele pensioenleeftijd van bijvoorbeeld 65 jaar zijn wettelijk pensioen opneemt zal het aanvullend pensioenkapitaal ook op dat ogenblik worden uitgekeerd;
  • Als de aangeslotene vervroegd wettelijk pensioneert op bijvoorbeeld 63 jaar moet het aanvullend pensioenkapitaal in principe ook worden uitgekeerd, onafhankelijk van de contractuele uitkeringsdatum. De vraag stelt zich dan wel op welk kapitaal men recht zal hebben aangezien de uitkering vroeger zal plaatsvinden dan op de contractueel overeengekomen datum;
  • Pensioneert de aangeslotene pas later (op bv. 70 jaar) dan wordt het aanvullend pensioenkapitaal hem pas op dat moment uitgekeerd.

Eén uitzondering

Een aangeslotene die op de wettelijke pensioenleeftijd verder werkt en zijn wettelijk pensioen niet opvraagt mag op dat ogenblijk toch op zijn verzoek zijn aanvullend pensioenkapitaal opvragen op voorwaarde dat het pensioencontract dit ook toelaat. Merk op dat het omgekeerde, wettelijk pensioen opvragen en aanvullend pensioenkapitaal niet uitkeren, dus niet meer mogelijk zal zijn.

Overgangsmaatregel

De wet voorziet in een overgangsregeling voor aangeslotenen die geboren zijn voor 1962. Voor zover het pensioencontract dit toelaat zullen zij hun aanvullend pensioen toch kunnen opvragen zelfs al kunnen zij het wettelijk pensioen nog niet opvragen. Deze vervroegde opvraging is mogelijk op:

  • 60 jaar voor wie geboren is vóór 1959 (in 2016 worden zij 58 jaar of meer);
  • 61 jaar voor wie geboren is in 1959 (in 2016 worden zij 57 jaar);
  • 62 jaar voor wie geboren is in 1960 (in 2016 worden zij 56 jaar);
  • 63 jaar voor wie geboren is in 1961 (in 2016 worden zij 55 jaar).

Contractuele pensioenleeftijd

De pensioenleeftijd die contractueel wordt voorzien is dus absoluut niet meer bepalend voor de effectieve uitkeringsdatum van het aanvullend pensioen. Toch dient er in een contractuele pensioenleeftijd te worden voorzien maar deze zal enkel nog dienstig zijn voor projectiedoeleinden (verwacht pensioenkapitaal op pensioenfiche, 80% grens,…).

Het is niet verplicht om de contractuele pensioenleeftijd aan te passen in contracten die op 1 januari 2016 reeds bestaan. Voor nieuwe contracten of contracten die worden gewijzigd moet de contractuele pensioenleeftijd minimaal overeenstemmen met de op datum van afsluiting in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd. Vandaag bedraagt die nog 65 jaar, maar vanaf 1 februari 2025 wordt die opgetrokken tot 66 en vanaf 1 februari 2030 naar 67 jaar.

Rentevoet bij verlenging

Veel bestaande contracten hebben nog een eindleeftijd op 60 jaar. Tussen 60 jaar en de effectieve uitkeringsdatum zullen de reserves bij de verzekeraar belegd blijven. Welke rentevoet zal evenwel van toepassing zijn? Op deze vraag geeft de wet geen antwoord.

Interne pensioenbeloften

De nieuwe regels voor de aanvullende pensioenen gelden eveneens voor de interne pensioenbeloften.
Om van het 16,5% (basis)tarief bij uitkering te kunnen genieten moet de betrokkene gepensioneerd zijn en dient de begunstigde zijn mandaat als bedrijfsleider of zaakvoerder of enige andere functie binnen de onderneming te hebben neergelegd.

Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de situatie waarbij de bedrijfsleider zijn wettelijk pensioen opvraagt, maar zijn mandaat als bedrijfsleider niet wenst stop te zetten. Voorheen werd de uitkering van het intern pensioenkapitaal dan uitgesteld tot de bedrijfsleider effectief ontslag nam uit de vennootschap.

Met de nieuwe wet is dit niet meer mogelijk. Aangezien de bedrijfsleider op dit moment nog een mandaat heeft in de vennootschap zal de uitkering worden belast tegen de progressieve tarieven.

Overzichtstabel

Contractuele datum Recht op WP* Effectieve ingangsdatum WP* Gevolgen
65 jaar 65 jaar 65 jaar Uitkering op 65 jaar = algemene regel
65 jaar 65 jaar 67 jaar Uitkering op 67 jaar, tenzij contract toelaat om uit te keren op 65 jaar
65 jaar 63 jaar 63 jaar Uitkering verplicht op 63 jaar
60 jaar 65 jaar 65 jaar Uitkering op 65 jaar, tenzij overgangsmaatregel
60 jaar 63 jaar 64 jaar Uitkering op 64 jaar, tenzij overgangsmaatregel of op 63 jaar als contract dit toelaat

*WP = Wettelijk Pensioen

Mattijs Wittevrongel – Tax Department

Gepubliceerd op 24/03/2016

Did you find this useful?