Article

KMO-update

Aftrek voor risicokapitaal: vaste inrichting of onroerend goed in het buitenland

Bij de fiscale reviews van de jaarrekeningen die afsluiten op 31/12/2013 stelt zich de vraag hoe men concreet moet omgaan met de nieuwe berekeningswijze van de aftrek voor risicokapitaal n.a.v. de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de Argenta-zaak (C-350/11). Op vandaag is de definitieve versie van de aangifte vennootschapsbelasting AJ. 2014 nog niet gepubliceerd.

In de nieuwe regeling (1), die van toepassing is vanaf aanslagjaar 2014, wordt het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan vaste inrichtingen of onroerende goederen gelegen in landen waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft afgesloten (hierna ‘verdragslanden’) niet langer uitgesloten uit de berekeningsbasis van de NIA. In plaats daarvan dient men de aftrek zélf te beperken met het deel dat berekend wordt op het eigen vermogen van die vaste inrichtingen of onroerende goederen. (nieuw art. 205quinquies WIB92).

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de vaste inrichting of onroerende goederen gelegen buiten de EER en deze binnen de EER.

Buiten EER

Indien de vaste inrichting of het onroerend goed niet gelegen is binnen de EER en de daaruit verkregen inkomsten op grond van het verdrag in België vrijgesteld zijn, geldt de ‘algemene’ proportionele vermindering van de aftrek voor risicokapitaal. In essentie komt dit erop neer dat de aftrek wordt verminderd met het deel ervan dat verband houdt met het eigen vermogen dat toerekenbaar is aan de vaste inrichting of het onroerende goed in kwestie. Deze vermindering wordt bepaald door de nettowaarde van dit buitenlands eigen vermogen te vermenigvuldigen met het toepasselijk tarief van de aftrek (art. 205quinquies, al. 3 WIB92).

Voorbeeld 1: Verenigde Staten (verdragsland):

 

Eigen Vermogen

Aftrek voor risicokapitaal (2,742%)

België

32.822 EUR

900 EUR

V.I. in de Verenigde Staten

  3.650 EUR

100 EUR


De globale NIA van de Belgische vennootschap bedraagt 1.000 EUR, waarvan 100 EUR betrekking heeft op een vaste inrichting gelegen in de Verenigde Staten. Hier zal de NIA 900 EUR zijn (=1.000 EUR- 100 EUR) ongeacht of er in de V.S. winst gemaakt wordt. Deze winsten zullen wel vrijgesteld zijn in België.

Voorbeeld 2: Angola ( géén verdragsland):

 

Eigen Vermogen

Aftrek voor risicokapitaal (2,742%)

België

32.822 EUR

900 EUR

V.I. in Angola

  3.650 EUR

100 EUR

TOTAAL

36.472 EUR

                  1.000 EUR


Indien de vaste inrichting gelegen is in Angola dan zal de NIA 1.000 EUR zijn, maar hier zijn de winsten uit Angola ook niet vrijgesteld in België.

Binnen EER

Indien de vaste inrichting of het onroerend goed wel gelegen is binnen de EER en de daaruit verkregen inkomsten bij verdrag zijn vrijgesteld, speelt de ‘specifieke’ vermindering van de aftrek. Deze vermindering is gelijk aan het laagste bedrag van de volgende bedragen:

  • De algemene proportionele vermindering zoals toepasselijk voor verdragslanden buiten de EER (zie supra); of
  • Het “positief resultaat” van de vaste inrichting, het onroerend goed of de rechten met betrekking tot dergelijk onroerend goed, zoals vastgesteld in het WIB92 (art. 205quinquies, al. 1 WIB92).

Dit betekent dat als de NIA m.b.t. de inrichting of het onroerend goed gelegen in het buitenland (EER) hoger is dan de winst die voortvloeit uit die activa, het overschot wél in aftrek mag komen van de Belgische winst. De totale NIA wordt dus hoogstens verminderd met het bedrag van de winst uit de buitenlandse inrichting. De redenering die hierachter steek is dat de NIA in eerste instantie aangerekend moet worden op de winst van de inrichting waarvoor hij verleend wordt. En aangezien die winst vrijgesteld is in België, is er ook geen aftrek in België.

Enkel indien de buitenlandse winst te laag is, of de vaste inrichting verlieslatend is om de NIA op aan te rekenen, mag de aftrek in België toegepast worden. Bijgevolg verliest een vennootschap met vaste inrichting of onroerend goed in de EER waarmee België een verdrag heeft, in tegenstelling tot het verleden, niet meer het deel van de aftrek berekend op de verlieslatende inrichtingen of onroerende goederen (zie infra scenario 2 & 3).

Voorbeeld: Voor boekjaar 2013 bedraagt het eigen vermogen van de Belgische vennootschap 32.822 EUR en het eigen vermogen van de Duitse vaste inrichting 3.650 EUR. Dit creëert een globale NIA van een Belgische vennootschap 1.000 EUR, waarvan 100 EUR betrekking heeft op een vaste inrichting gelegen in Duitsland.

Er onderscheiden zich 3 scenario’s:

  1. De winst in Duitsland bedraagt 800 EUR. Het aftrekbare bedrag aan NIA bedraagt 900 EUR (=1.000 EUR – 100 EUR).
  2. De winst in Duitsland bedraagt 50 EUR. Het aftrekbare bedrag aan NIA bedraagt 950 EUR (=1.000 EUR – 50 EUR). Er wordt dus 50 EUR NIA van de Duitse vaste inrichting afgetrokken van de Belgische winst.
  3. Het verlies in Duitsland bedraagt 150 EUR. Het aftrekbaar bedrag aan NIA bedraagt 1.000 EUR. De volledige NIA die betrekking heeft op de Duitse vaste inrichting wordt in mindering genomen van de Belgische winst.

Nieuwe regeling EU-proof?

De Belgische wetgever heeft duidelijk gekozen voor een weg die budgettair een mindere impact heeft. De Raad van State stelt vast dat er nog steeds een ongelijke behandeling is tussen een vennootschap met een vaste inrichting in België en een vaste inrichting in een andere EER-Lidstaat. Een eenvoudig voorbeeld: Indien in het eerste scenario hierboven de vaste inrichting gelegen zou zijn in België, dan zou de totale aftrek voor risicokapitaal 1.000 EUR bedragen. Het valt te betwijfelen of de Belgische Regering deze belemmering van de vrijheid van vestiging kan verantwoorden aangezien mogelijke rechtvaardigingsgronden reeds door de Argenta-zaak afgeschoten zijn door het Hof.

Roeland De Tollenaere, Tax & Legal Services

____________

(1) Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen dd. 21 december 2013 (B.S. 31 december 2013)


Gepubliceerd op 05/05/2014.


 

Did you find this useful?