Article

Aftrekbaarheid kosten m.b.t. de woning: cassatie spreekt zich uit over “bezoldigingstheorie"

KMO-update

De aftrekbaarheid van kosten i.v.m. woningen, die ter beschikking gesteld worden aan de bedrijfsleider, is reeds geruime tijd onderwerp van discussie. Recent heeft het Hof van Cassatie zich hierover in twee arresten uitgesproken in het licht van de ‘bezoldigingstheorie’.

De bezoldigingstheorie

In beide arresten weigerde de belastingadministratie de aftrek van de kosten m.b.t. de woning, in hoofde van een artsenvennootschap, ook al werd een voordeel van alle aard weerhouden voor het privégebruik ervan.

Op basis van de “bezoldigingstheorie” wordt nochtans geargumenteerd dat de kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleiders een voordeel van alle aard toe te kennen, bij wijze van vergoeding voor hun activiteit uitgeoefend voor de vennootschap, aftrekbare beroepskosten vormen op basis van artikel 49 WIB 1992.

Hof van Cassatie, 20 juni 2013

In casu ging het over een vennootschap met maatschappelijk doel de uitoefening van de cardiologie door haar enige vennoot en zaakvoerder. De vennootschap heeft het vruchtgebruik van een gebouw verworven, om in dat gebouw een gedeelte te bestemmen als privé-dokterskabinet en een gedeelte gratis ter beschikking te stellen aan de zaakvoerder en zijn gezin. Het dokterskabinet werd evenwel nooit effectief tot stand gebracht.

In dit arrest oordeelt cassatie dat er terecht werd beslist dat de kosten i.v.m. het gebouw geen beroepskosten vormen. De kosten zouden namelijk geen werkelijke prestaties vergoeden van de zaakvoerder binnen het maatschappelijk doel van de vennootschap. De statutaire toelating om zakelijke rechten op een onroerend goed te verwerven zou, aldus het Hof, de vennootschap er niet van ontslaan aan te tonen dat die onroerende verrichting verband houdt met haar maatschappelijk doel. In dit kader zou de aanwending tot privédoeleinden van het onroerend goed door middel van een gratis terbeschikkingstelling aan de zaakvoerder, van de bijna volledige bewoonbare oppervlakte, uitsluiten dat de door de verrichtingen veroorzaakte kosten noodzakelijk met het maatschappelijk doel verband houden.

De omstandigheid dat een voordeel van alle aard werd toegekend aan de zaakvoerder, volstaat in voorliggend geval bijgevolg niet om de aftrek als beroepskost op basis van artikel 49 WIB 1992 toe te laten.

Hof van Cassatie, 13 november 2014

In casu ging het over een vennootschap die de uitoefening van de geneeskunde als maatschappelijk doel had. Haar enige vennoot en zaakvoerder is dokter. De vennootschap heeft een woning aangekocht die zij voor huisvesting op kosteloze wijze ter beschikking stelt van haar zaakvoerder. Voor het privégebruik wordt een voordeel van alle aard op een fiche 281.20 vermeld.

De betreffende woning is gelegen in de nabijheid van het hospitaal waar de zaakvoerder zijn beroepsactiviteit uitoefent. Deze activiteit is verder de belangrijkste, zo niet de enige inkomstenbron van de vennootschap.

De Administratie had de aftrek van de kosten verworpen omdat er geen oorzakelijk verband zou bestaan tussen de kosten en de maatschappelijke activiteit van de vennootschap.

Het Hof van Cassatie aanvaardt de aftrek van de kosten wel. Hierbij volgt zij de redenering dat, in casu, de kosten voortkomen uit de toekenning van een voordeel van alle aard door de vennootschap aan haar zaakvoerder als tegenprestatie voor zijn activiteit binnen de vennootschap (cf. bezoldigingstheorie).

Besluit

Op basis van voormelde rechtspraak kan geconcludeerd worden dat de aftrekbaarheid van kosten m.b.t. de privéwoning in het licht van de “bezoldigingstheorie” steeds een feitenkwestie vormt.

Evenwel kan hieruit het volgende afgeleid worden:

  • om haar bedrijfsleiders te bezoldigen via een gratis ter beschikking gestelde woning is niet absoluut vereist dat de handelingen die de toekenning van een dergelijk voordeel van alle aard mogelijk maken zelf verband houden met de activiteit van de vennootschap;
  • In beginsel onderschrijft cassatie de toepassing van de bezoldigingstheorie, maar ziet hierin geen vrijgeleide om alle kosten m.b.t. een toegekende bezoldiging zonder meer in aftrek te brengen. Het lijkt noodzakelijk dat met de bezoldiging (in natura) werkzaamheden worden vergoed die verband houden met die van de vennootschap (bv. woning in de nabijheid van het hospitaal waar de zaakvoerder werkzaam is). Verder moet de bezoldiging werkelijke prestaties van de zaakvoerder vergoeden.

Arnaud Vandeputte, avandeputte@deloitte.com & Louis Mortier, lmortier@deloitte.com


Gepubliceerd op 26/03/2015.

version française
Did you find this useful?