Article

KMO-update

België wordt minder streng op het vlak van prijskortingen

Tot voor kort dienden handelaars in België zeer voorzichtig te werk te gaan bij het aankondigen van hun prijskortingen. De artikelen VI.18 tot VI. 21 van het Belgisch wetboek van economisch recht bepaalden dat ondernemingen hun prijzen enkel mochten verlagen door een lagere prijs op te geven dan de prijs die ze afficheerden in de maand voorafgaand aan de korting. Bovendien mochten de aangekondigde kortingen enkel bestaan tijdens een periode van maximum één maand.

Met deze bijzonder strenge regelgeving vormde België een uitzondering in Europa.

Overigens sprak het Hof van Justitie van de Europese Unie zich uit over deze materie in een arrest Commissie t/ Koninkrijk België op 10 juli 2014.

In dit arrest veroordeelt het Hof ons land omdat het van mening is dat de Belgische bepalingen inzake de aankondigingen van prijskortingen een inbreuk vormden op het Europees recht; ze zijn immers restrictiever dan de bepalingen van de richtlijn 2005/29/EG inzake oneerlijke handelspraktijken.

Volgens het Hof zijn de regels die toepasselijk zijn op de aankondigingen van prijskortingen ‘handelspraktijken’ in de betekenis van de richtlijn. Bijgevolg – en met het oog op harmonisatie – mogen de lidstaten geen voorwaarden opleggen die strenger zijn dan de voorwaarden die de richtlijn vaststelt.

Daarom heeft de wetgever, met een wet van 26 oktober 2015 die op 10 november 2015 in werking is getreden, de betwiste bepalingen van het Wetboek van economisch recht opgeheven. Zo genieten de handelaars nu een grotere vrijheid om hun beleid van prijskortingen zelf te bepalen.

Dit betekent echter niet dat de bedrijven voortaan prijskortingen mogen aankondigen volgens eigen goeddunken. De wetgever benadrukt immers dat deze aankondigingen rekening moeten houden met het verbod op oneerlijke handelspraktijken die opgenomen zijn in het Wetboek van economisch recht en meer bepaald in artikel VI.97, 4° dat betrekking heeft op de misleidende informatie betreffende de prijs, de wijze waarop de prijs wordt berekend of het bestaan van een specifiek prijsvoordeel.

Wanneer wordt een prijskorting nu als oneerlijk beschouwd?

Om het voor handelaars mogelijk te maken wettige en oneerlijke handelspraktijken van elkaar te onderscheiden heeft de wetgever aan de Raad voor het Verbruik (adviesorgaan voor problemen op het vlak van consumptie en consumentenbescherming) gevraagd om advies te verlenen in deze materie.

We onthouden van dit advies dat een prijsstijging die kort voor een promotieperiode in werking treedt en slechts gedurende zeer korte duur toepasselijk is gewoonlijk wordt beschouwd als een oneerlijke praktijk ten aanzien van de consumenten.

Indien de Economische Inspectie een fictieve korting vaststelt, dan kan dit bijzonder nadelig blijken voor de handelaar. De boetes kunnen immers oplopen tot 25.000 euro. Voorzichtigheid is dus geboden.

Réal Nimpagariste – Legal Department

Did you find this useful?