Article

Beroepskosten en maatschappelijk voorwerp: een stap achteruit?

KMO-update

Wanneer een vennootschap van plan is om uitgaven als beroepskosten af te trekken, dient ze zich net als een belastingplichtige natuurlijke persoon te houden aan wat bij artikel 49 WIB92 wordt bepaald.
Het WIB voorziet in dit geval dat de kosten moeten voldoen aan volgende voorwaarden:

  • verbonden zijn aan de uitoefening van de beroepsactiviteit
  • gemaakt of gedragen zijn tijdens het belastbare tijdperk
  • om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden
  • waarvan de echtheid en het bedrag kunnen worden verantwoord door middel van bewijsstukken (of door alle andere middelen, met uitzondering van de eed).

Wat de derde voorwaarde betreft, moesten de kosten volgens een uitvoerige rechtspraak van de hoven en rechtbanken bovendien een band vertonen met de activiteit die in de statuten van de vennootschap staat vermeld.
Met twee arresten van 12 juni 2015 en twee arresten van 4 juni 2015 lijkt het Hof van Cassatie dit beginsel te verwerpen.

Belastbare inkomsten verkrijgen of behouden

Allereerst mag het dan wel vaststaan dat alle inkomsten die een handelsvennootschap ontvangt beroepsinkomsten zijn, in de rechtspraak zien we een constante waarbij dit beginsel niet betekent dat alle uitgaven van de vennootschap aftrekbare beroepskosten zijn.

Om aftrekbaar te kunnen zijn moeten de door een handelsvennootschap gemaakte kosten voldoen aan het in artikel 49 WIB92 bepaalde en moeten ze meer bepaald zijn gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Om aan deze voorwaarde te voldoen, eist de administratie, gesterkt door de rechtspraak van de Hoven van Beroep, dat de uitgaven inherent aan de uitoefening van het beroep zijn en is ze bijgevolg van oordeel dat deze uitgaven noodzakelijk inherent moeten zijn aan het maatschappelijke doel. Alle kosten die zijn gemaakt in het kader van activiteiten die niet onder het maatschappelijke doel vallen, lopen dan ook de kans dat ze niet aftrekbaar zijn en door de belastingadministratie worden verworpen.

Cassatie juni 2015
Het Hof van Cassatie lijkt in zijn arresten van 4 en 12 juni 2015 op dit standpunt terug te komen.
Het heeft immers vandaag beslist dat uit artikel 49 WIB92 niet voortvloeit dat de aftrek van beroepskosten onderworpen moet zijn aan de voorwaarde dat deze kosten inherent moeten zijn aan de maatschappelijke activiteit van de vennootschap, zoals deze uit het maatschappelijke doel voortvloeit.
Volgens het Hof van Cassatie “sluiten de omstandigheid dat er geen band bestaat tussen een handeling van een vennootschap en haar maatschappelijke activiteit of statutair doel en de omstandigheid dat een handeling uitsluitend is verricht om een belastingvoordeel te verkrijgen, als dusdanig niet uit dat kosten die te maken hebben met dergelijke handelingen kunnen worden beschouwd als aftrekbare beroepskosten”.

Als een vennootschap belastbare inkomsten verkrijgt uit handelingen die niet binnen het maatschappelijke doel vallen, moeten de kosten die in het kader van deze handelingen zijn gemaakt, bijgevolg aftrekbaar kunnen zijn. Hiertoe volstaat het om te controleren of de gemaakte kosten een band hebben met de werkelijk uitgeoefende beroepsactiviteit.

Een revolutie?
Men kan na wat voorafgaat echter niet besluiten dat het om een revolutie gaat.

Om te beginnen dient te worden opgemerkt dat deze arresten zijn gewezen in het kader van problemen die niet langer actueel zijn (FBB vóór de wetswijzigingen).

Deze arresten bevestigen vervolgens dat men altijd zal moeten kunnen aantonen dat er een band bestaat tussen de gemaakte kosten en de werkelijk uitgeoefende beroepsactiviteit (met andere worden, geen privékosten zijn) en dat ze zijn gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.
Overeenkomstig de constante rechtspraak van het Hof van Cassatie betekent “inkomsten verkrijgen of behouden” immers “verbonden zijn aan de uitoefening van de beroepsactiviteit” of “eigen zijn aan de uitoefening van de beroepsactiviteit”.

Wat de uitgaven betreft, die alleen bedoeld zijn om de werknemers of de bedrijfsleider een voordeel te geven en die geen werkelijke prestaties ten gunste van de vennootschap vergoeden, lijkt de rechtspraak al min of meer gerodeerd te zijn(bezoldigingstheorie): het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 13/11/2014 immers beslist dat “de kosten die een vennootschap maakt om een voordeel van alle aard aan de werknemers of de zaakvoerders toe te kennen als vergoeding voor de uitoefening van hun activiteit in de vennootschap, aftrekbare beroepskosten zijn op basis van artikel 49 WIB92”. Dit geldt met name voor vastgoed dat ter beschikking van de zaakvoerder wordt gesteld.

Besluit
Het standpunt van het Hof van Cassatie zou, als het wordt bevestigd, de vennootschappen moeten geruststellen die inkomsten halen uit activiteiten die niet uitdrukkelijk onder het maatschappelijke doel van de vennootschap vallen. Voor de andere gevallen zijn deze arresten ongetwijfeld geen revolutie.

Fabrice Dandois – Tax Department

version française
Did you find this useful?