Article

De bescherming van de handelsagent: contractuele vrijheid begrensd

KMO-update

Heel wat bepalingen van de wet op de handelsagentuur (zoals opgenomen in Boek X van het Wetboek van economisch recht) zijn van dwingend recht, zodat de contractspartijen voor die aspecten over weinig onderhandelingsmarge beschikken. Zo heeft de handelsagent bij het einde van de agentuurrelatie mogelijkerwijs recht op een uitwinningsvergoeding, ook wanneer het contract hierover zwijgt en zélfs wanneer de toekenning van dergelijke vergoeding in het contract expliciet wordt uitgesloten.


Wat is handelsagentuur?
Een handelsagent brengt actief cliënteel aan voor zijn principaal: hij prospecteert, gaat potentiële klanten bezoeken, onderhandelt en bemiddelt. Eventueel, maar niet noodzakelijk, gaat de tussenkomst van de agent nog een stapje verder en komt hij ook tussenbeide om de overeenkomst tussen de principaal en de klant tot stand te brengen. Dit gebeurt echter steeds in naam en voor rekening van de principaal: er ontstaat geen rechtstreekse contractuele relatie tussen de agent en de klant.


Hoewel de agent steeds in naam en voor rekening van de principaal handelt, staat hij daarbij niet onder diens gezag. De handelsagent werkt als zelfstandige, beschikt zelf over zijn tijd en deelt zijn werkzaamheden naar eigen goeddunken in. De principaal kan wel een aantal richtlijnen geven, bijvoorbeeld inzake de te respecteren verkoopvoorwaarden en marketingstrategie, maar geeft geen (specifieke) instructies.

Behalve met betrekking tot het resultaat, hoeft de handelsagent ook geen verantwoording af te leggen aan de principaal.

Veelal bestaat de vergoeding van de agent uit een commissie, die wordt bepaald in functie van het aantal door zijn tussenkomst gerealiseerde zaken of de omvang ervan. De vergoeding kan evenwel ook de vorm aannemen van een vaste vergoeding, onafhankelijk van het bereikte resultaat, of kan bestaan uit een combinatie van een vaste vergoeding met eenvariabele commissie.

Om als handelsagent beschouwd te worden, moet de tussenpersoon zijn activiteit ten slotte met enige regelmaat uitvoeren. Het feit dat een handelsagent zijn activiteit als bijberoep uitoefent, naast een betrekking als werknemer, verhindert evenwel niet dat hij toch duurzaam actief kan zijn en als handelsagent beschouwd kan worden.

Kwalificatie als handelsagentuur
Zodra een samenwerkingsrelatie voornoemde wezenlijke kenmerken vertoont, dient deze als een handelsagentuur beschouwd te worden.

De titel die de betrokkenen aan het contract hebben gegeven, noch de contractuele taakomschrijving zijn hierbij bepalend. Wel doorslaggevend is de effectieve uitvoering van de samenwerking: wat is de werkelijke taakinvulling van de tussenpersoon en hoe verhoudt hij zich feitelijk tot zijn opdrachtgever?

Een rechter die vaststelt dat de opdracht van een zelfstandige dienstverlener in een samenwerkingsovereenkomst hoofdzakelijk commercieel van aard is, met de focus op het onderhandelen en tot stand brengen van zaken met klanten, zal vrij snel besluiten om deze overeenkomst te herkwalificeren tot een handelsagentuur, zelfs wanneer de commerciële taken van de agent gecombineerd worden met het algemeen management in het kader van het commercieel beleid van de opdrachtgever.

Dwingende wetgeving
Eens een samenwerking wordt gekwalificeerd als een agentuur, treedt de handelsagentuurwet op het voorplan.
Heel wat aspecten van de agentuurrelatie, voornamelijk met betrekking tot de beëindiging ervan, worden ter bescherming van de handelsagent dwingend geregeld door de handelsagentuurwet. Deze dwingende bepalingen krijgen uitwerking in elke agentuurrelatie, zelfs al werd dit niet of anders overeengekomen in het contract.

Zo dient een niet-concurrentiebeding in een handelsagentuurovereenkomst steeds beperkt te zijn tot het territorium waar de agent actief is en tot de producten waarop zijn opdracht betrekking heeft. Een concurrentieverbod kan bovendien slechts gelden tot maximaal zes maanden na het einde van de agentuur en krijgt geen toepassing in geval deze wordt beëindigd door de principaal, zonder dat hieraan een ernstige tekortkoming van de agent ten grondslag ligt.
Verder bepaalt de handelsagentuurwet dat de opzegtermijn van een handelsagentuur één maand per jaar anciënniteit bedraagt, met een maximum van zes maanden. In het agentuurcontract kan geen kortere termijn overeengekomen worden. De wet legt bovendien een aantal strikte termijnen en formaliteiten op voor de beëindiging van een handelsagentuur wegens ernstige tekortkoming van één van de partijen.
Ook de bepalingen met betrekking tot de uitwinningsvergoeding zijn van dwingend recht. De agent heeft recht op een uitwinningsvergoeding als hij nieuwe klanten heeft aangebracht of de zaken met bestaande klanten aanzienlijk heeft uitgebreid én dit de principaal nog aanzienlijke voordelen kan opleveren. Deze uitwinningsvergoeding kan oplopen tot het equivalent van maximaal één jaar vergoeding. In geval de overeenkomst beëindigd wordt wegens ernstige tekortkoming van de agent, kan deze laatste echter geen aanspraak maken op een uitwinningsvergoeding.

Contractuele afwijkingen?
In geen geval kan de handelsagentuurwet buitenspel gezet worden door het contract eenvoudigweg te betitelen als een samenwerkings- of dienstverleningsovereenkomst of door de taakomschrijving in het contract anders of ruimer te formuleren dan de typische agentuuropdracht. Een rechter kijkt door de titel en de bewoordingen van het contract heen en beoordeelt de effectieve uitvoering van de overeenkomst.
Evenmin kunnen de partijen de toepassing van de dwingende bepalingen van de handelsagentuurwet uitdrukkelijk contractueel uitsluiten of kunnen zij deze omzeilen door andersluidende afspraken te maken in het contract. Clausules die de dwingende bepalingen schenden, krijgen immers geen uitwerking. Wel kunnen partijen hiervan achteraf, in gemeen overleg afwijken. Zo kan de agent ná de beëindiging van de agentuurrelatie bijvoorbeeld wel afstand doen van het recht op uitwinningsvergoeding of een overeenkomst sluiten omtrent de omvang van deze vergoeding.
Vermits niet alle aspecten van de agentuurrelatie door dwingende bepalingen worden geregeld, blijft het niettemin van belang de concrete afspraken tussen partijen in een overeenkomst op te nemen. Deze afspraken dienen wel steeds ingepast te worden in het dwingende wetgevende kader.


Elke Debeer – Legal Department

 

version française
Did you find this useful?