Article

KMO-update

Beschikt u over een buitenverblijf in de vennootschap?

Al van de ‘lusthuistheorie’ gehoord?

Recent bevestigde het Hof van Beroep van Antwerpen van vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 7/11/2011 dat een appartement gelegen aan de kust kan worden beschouwd als een ‘lusthuis’. De kosten daarvan zijn volgens de wet niet aftrekbaar, tenzij de belastingplichtige bewijst dat de kosten noodzakelijk zijn bij de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid of bewijst of begrepen zijn in de belastbare bezoldigingen op basis van artikel 53,9° WIB92.

De fiscus verwierp alle kosten met betrekking tot het vruchtgebruik op het appartement (afschrijvingen, onroerende voorheffing, interesten,…). Deze keer werden de pijlen niet gericht op de ‘vruchtgebruikconstructie’ an sich… De ‘lusthuistheorie’ werd deze keer tevoorschijn getoverd…

De fiscus oordeelde namelijk dat “de kosten m.b.t. het vruchtgebruik van het appartement en aanverwante te Oostende op grond van artikel 53,1° WIB in fine misschien wel kunnen afgetrokken worden, omdat de gratis terbeschikkingstelling ervan aan de bedrijfsleider in casu inderdaad zou kunnen gekwalificeerd worden als een toekenning van een bezoldiging in natura, waarbij de aanrekening van een forfaitair geraamd voordeel volstaat;

MAAR… dat de kosten m.b.t. een lusthuis in geen geval aftrekbaar zijn op grond van artikel 53,9° WIB 92, zelfs wanneer er een forfaitair geraamd voordeel van alle aard wegens gratis beschikking over het onroerend goed is aangerekend (via rekening-courant); artikel 53,9° WIB 92 stelt namelijk expliciet dat de kosten in kwestie moeten begrepen zijn in de ‘belastbare bezoldigingen’ (lees voordeel van alle aard op fiche) opdat ze aftrekbaar zouden zijn en stelt nergens dat de aanrekening van een voordeel van alle aard in dat verband voldoende is”.

Het feit dat een voordeel werd ‘aangerekend’ is, aldus de fiscus, niet voldoende en ze wordt in deze zaak bijgetreden door het Hof.

Het Hof volgt dus de fiscus en stelt het volgende over ‘lusthuizen’: “dit zijn de onroerende goederen waarin leden van het personeel, vertegenwoordigers, klanten, leveranciers, zakenrelaties individueel of in groep kunnen worden uitgenodigd om te verblijven zoals in een hotel (Com. IB 1992, nr. 53/175). Een buitenhuis kan eveneens als een lusthuis aangemerkt worden; de Franse tekst van artikel 53,9° spreekt van ‘résidences de plaisance ou d’agrément’ ”. Het Hof verwijst tevens naar de omschrijving van het begrip “lusthuis” volgens het woordenboek Van Dale, namelijk een buitenhuis, een buitenplaats.

Wat met uw gezinswoning in de vennootschap?

Hierop kan artikel 53,9° WIB92 niet worden toegepast (we spreken ons hier niet uit over andere aanvalstechnieken van de fiscus op basis van artikel 49 WIB,…). Nummer 53/173 van de commentaren op het wetboek van inkomstenbelasting stelt uitdrukkelijk dat dit artikel niet van toepassing is op onroerende goederen die als enige of belangrijkste woning worden ter beschikking gesteld van personeelsleden of organen van bestuur.

Conclusie

Vvolgens het Hof kan een buitenverblijf (voorbeeld appartement aan zee) als een ‘lusthuis’ worden beschouwd. De kosten daarvan werden als ‘niet aftrekbaar’ beschouwd. In het licht van voormelde rechtspraak is het aangewezen om een ‘voordeel gratis woning’ op uw loonfiche te laten vermelden. Verder verwijzen we nog naar het belang van uw doelomschrijving, correcte waardering (bij vruchtgebruikconstructies), redelijke termijn, enz…

Tax & Legal Services

Gepubliceerd op 29/10/2013.

Did you find this useful?