sociaal nieuws

Article

KMO-update

Bijzondere liquidatiereserve Wanneer is een vennootschap niet ‘klein’ maar ‘groot’ ?

Een vennootschap kan niet genieten van tal van fiscale KMO-voordelen als ze door artikel 15 van Wetboek Vennootschappen als ‘groot’ wordt bestempeld. Zo – ondermeer – kunnen ‘grote vennootschappen’ de bijzondere liquidatiereserve voor de aanslagjaren 2013 en 2014 niet toepassen.

Doet ze dat wel in de (vermeende) overtuiging ‘klein’ te zijn om vervolgens 5 jaar later deze reserves als dividend uit te keren met 5% roerende voorheffing, dan kan de fiscale administratie deze fout rechtzetten en de roerende voorheffing naar (straks) 27% brengen, waardoor de totale belastingkost 37% zal bedragen.

Op het moment van ‘klikken’ van de bijzondere liquidatiereserve aan 10% is het dus belangrijk met kennis van zaken te oordelen of de vennootschap ‘klein’, dan wel ‘groot’ is in de zin van art 15 Venn.W.

Een vennootschap is ‘groot’ in – ondermeer – de volgende gevallen:

1.  Wanneer het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.

2.  Wanneer de vennootschap in het laatste en het voorlaatste boekjaar minstens 2 van de volgende criteria overschrijdt:

  • jaargemiddelde personeelsbestand: 50
  • jaaromzet (excl. BTW): 7.300.000 EUR
  • balanstotaal: 3.650.000 EUR

3.  Wanneer de vennootschap verbonden is

Als de vennootschap met één of meer andere vennootschappen verbonden is, worden de voormelde criteria omzet en balanstotaal berekend op geconsolideerde basis. Voor het criterium personeelsbestand wordt het aantal werknemers opgesteld dat door elk van de betrokken verbonden vennootschappen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld.

Een vennootschap is met één of meer andere vennootschappen verbonden wanneer:

A)     zij controle uitoefent op die andere vennootschap(pen);

B)     zij wordt gecontroleerd door die andere vennootschappen(pen);

‘Controle’ betekent een beslissende invloed (zeggenschap) hebben op de aanstelling van de meerderheid van de bestuurders/zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid.

Er een onweerlegbaar vermoeden van controle in rechte wanneer wordt vastgesteld dat:

-       de aandeelhouder de helft + 1 van de stemrechten bezit

-       de aandeelhouder het recht heeft om de meerderheid van de bestuurders/zaakvoerders te benoemen of te ontslaan

-       de aandeelhouder krachtens de statuten of overeenkomst over de controlebevoegdheid beschikt

-       de aandeelhouder op grond van overeenkomst met andere aandeelhouders over de
helft + 1 van de stemrechten beschikt

-       er ‘gezamenlijke controle’ aanwezig is, in die zin dat een beperkt aantal aandeelhouders zijn overeengekomen dat beslissingen niet zonder hun gemeenschappelijke instemming kunnen worden genomen.

Er is controle in feite wanneer zij voortvloeit uit andere factoren. Een aandeelhouder wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed over controle in feite te beschikken op een vennootschap, wanneer hij op de voorlaatste en laatste algemene vergadering de meerderheid van de stemmen heeft uitgebracht.

C)    zij met een andere vennootschap(pen) een consortium vormt;

D)    zij, via haar bestuursorgaan, controle uitoefent op die andere vennootschap(pen).

Deze verbondenheid kan ook bestaan tussen personen, hetzij natuurlijke personen of rechtspersonen (VZW, stichting, STAK, BM, enz...) die in de juridische groepsvorming betrokken worden.

TLS Department

Gepubliceerd op 18/11/2015

Did you find this useful?