Article

Binnenkort op pensioen? Denk aan uw sociale bijdragen!

KMO-update

Vroeger werden de sociale bijdragen van gevestigde zelfstandigen definitief berekend op het inkomen van drie jaar terug. Omdat dit niet overeenstemde met de economische realiteit van de zelfstandige, besliste de wetgever om het systeem vanaf 2015 te hervormen.

Nieuwe berekeningswijze sociale bijdragen zelfstandigen

Op vandaag betaalt een zelfstandige sociale bijdragen berekend op het inkomen van het jaar zelf. Dit inkomen is echter pas gekend door het sociaal verzekeringsfonds op het moment dat zij de nodige informatie ontvangen van de fiscus (meestal 2 jaar later). Om dit euvel te verhelpen, bouwde men een tussenstap in, namelijk de betaling van voorlopige sociale bijdragen in het jaar zelf. Deze bijdragen zijn dus voorlopig en worden berekend op het inkomen van drie jaar terug. Daarna, eens het inkomen fiscaal vastgesteld is, volgt dan een definitieve berekening en bijhorende regularisatie.

Concreet voor inkomsten 2015:

  • Sociale bijdragen worden voorlopig berekend op het inkomen van 2012;
  • Vervolgens wordt er in 2017 geregulariseerd op basis van het fiscaal vastgestelde inkomen van 2015 zelf.

Een gevolg van de hervorming van de sociale bijdragen is dat een zelfstandigen nog regularisaties zal ontvangen na de stopzetting van zijn activiteit (of zelfs na overlijden).

Keuze naar aanleiding van pensioen: regulariseren of niet?

Bepaalde zelfstandigen die binnenkort met pensioen gaan, zullen ervoor kunnen kiezen om de bijdragen van het jaar waarin hun pensioen ingaat en de drie voorgaande jaren niet meer te laten regulariseren. Ratio legis hiervoor: soms zijn de regularisaties moeilijk te betalen door de gepensioneerde die elke beroepsactiviteit stopgezet heeft en de fiscale aftrek is niet langer optimaal.

Voorwaarden om te verzaken aan de regularisatie van de voorlopige bijdragen zijn:

  • De aanvraag tot verzaking gebeurt ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen (per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs bij het sociaal verzekeringskantoor);
  • Het pensioen gaat uiterlijk in op 1 januari 2019 (bij KB kan deze datum nog aangepast worden);
  • De gepensioneerde zet iedere zelfstandige activiteit stop ten laatste op de ingangsdatum van het pensioen (dit betekent dat een onbezoldigd mandaat (in rechte én in feite) bijvoorbeeld wel nog kan (want dit wordt niet beschouwd als een zelfstandige activiteit), maar niet in combinatie met een activiteit als werkend vennoot of een andere zelfstandige activiteit));
  • De verzaking slaat op het jaar waarin het pensioen ingaat en de drie voorgaande kalenderjaren;
  • De verzaking slaat enkel op de bijdragen die nog niet geregulariseerd zijn op de ingangsdatum van het pensioen;
  • De zelfstandige betaalde in geen van deze jaren een verminderde voorlopige bijdrage (hiervoor is een specifieke aanvraag vereist).

Een bijna gepensioneerde zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit zal stoppen na pensionering (bv. pensioneringsdatum 1.07.2018) kan dus kiezen tussen de twee volgende scenario’s:

Beroepsinkomen

 

Berekeningsjaar sociale bijdragen

bij afzien van regularisatie

bij niet afzien van regularisatie

2015

definitief op 2012

voorlopig op 2012 en definitief op 2015

2016

definitief op 2013

voorlopig op 2013 en definitief op 2016

2017

definitief op 2014

voorlopig op 2014 en definitief op 2017

2018

definitief op 2015

voorlopig op 2015 en definitief op 2018


Opgelet: een dergelijke keuze werkt door op verschillende vlakken en moet bijgevolg weloverwogen genomen worden:

  • Het pensioenbedrag wordt vastgesteld op basis van de grootorde van de betaalde sociale bijdragen. Als de bijna-gepensioneerde afziet van regularisaties, dan is zijn pensioenbedrag zeker op het ogenblik dat hij op pensioen gaat gezien er geen regularisaties meer zullen volgen. Indien er wel geopteerd wordt voor regularisaties, dan kan het pensioenbedrag tot drie maal toe gedurende het pensioen gewijzigd worden.
  • De keuze moet gemaakt worden voordat het pensioen ingaat en geldt voor alle nog niet geregulariseerde bijdragen van de vermelde periode. Het is dus niet mogelijk om de aanvraag te beperken tot specifieke bijdragejaren.
    Tip: in deze optiek kan het ogenblik waarop men afziet van regularisaties bewust gekozen worden. We hernemen het voorbeeld van de zelfstandige die met pensioen gaat op 1.07.2018. Als deze bijna-gepensioneerde weet dat zijn inkomen in 2015 en 2016 lager was dan dit in respectievelijk 2012 en 2013, dan kan het nuttig zijn om het afzien van de regularisatie even uit te stellen omdat hij voor deze 2 jaren nog een teruggave (respectievelijk in 2017 en 2018) zal ontvangen naar aanleiding van de regularisatie.
  • Onder het vorige berekeningsregime gebeurde het wel eens dat een zelfstandige zijn wedde in de laatste drie jaren van zelfstandige activiteit drastisch optrok gezien er toch geen sociale bijdragen op verschuldigd waren. De sociale bijdragen in de laatste drie jaar vóór het pensioen werden namelijk definitief berekend op het inkomen van de drie voorgaande jaren.
    De zelfstandige die afziet van een regularisatie kan nog gebruikmaken van deze ‘opportuniteit’.
  • De nieuwe berekeningswijze van de sociale bijdragen verandert niets aan het VAPZ: de maximale premie voor een VAPZ is nog steeds 8,17% van het inkomen van drie jaar terug (of 9,40% bij een sociaal VAPZ) ongeacht of er gekozen wordt voor regularisatie of niet.

We raden een zelfstandige aan om te informeren bij zijn sociaal verzekeringsfonds of een aanvraag tot niet-regularisatie naderhand nog ingetrokken kan worden. De meeste sociale verzekeringsfondsen lijken dit toe te laten tot net voor het ogenblik van de jaarlijkse regularisatie. Dit biedt de tijd om voorlopig te kiezen voor niet-regularisatie en ondertussen te berekenen of men bij de regularisatie zal moeten bijbetalen of niet.

Realiseren van stopzettingsmeerwaarde naar aanleiding van pensionering?

Zoals hoger geschetst, vormen de beroepsinkomsten van het jaar zelf de definitieve basis voor de berekening van de sociale bijdragen in het nieuwe bijdragesysteem. Gerealiseerde stopzettingsmeerwaarden komen dus in principe mee in de berekeningsbasis van de sociale bijdragen.

De wetgever voorzag hier echter twee uitzonderingen op, in volgende twee gevallen dient geen rekening gehouden te worden met de stopzettingsmeerwaarde (en moeten er dus geen sociale bijdragen op betaald worden):

  • De zelfstandige geniet uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op dat waarin de stopzettingsmeerwaarde werd gerealiseerd een rustpensioen (belangrijk: de volledige stopzetting van iedere zelfstandige activiteit is dus geen vereiste); of
  • De onderwerpingsplicht aan het sociaal statuut der zelfstandigen neemt een einde uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar volgend op dat waarin de stopzettingsmeerwaarde werd gerealiseerd.

Belangrijk is om in dit geval het bedrag van de stopzettingsmeerwaarde te bewijzen aan het sociaal verzekeringsfonds (het verzekeringsfonds ontvangt van de fiscus immers het volledige netto belastbaar jaarinkomen inclusief de meerwaarde).

Anneleen Terryn, aterryn@deloitte.com


Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?