Article

Geen btw-aftrekbeperking meer op hotel-, restaurant- en cateringkosten bij publicitaire evenementen

KMO-update

De fiscus was al eerder teruggefloten door het Hof van Cassatie in de discussie over de kwalificatie als kost van onthaal dan wel als publicitaire kost. Het administratief standpunt werd op dat gebied aangepast, maar de fiscus bleef voet bij stuk houden wat betreft de aftrekbaarheid van btw op spijzen en drank ingeval van reclamekosten. Met een recente administratieve beslissing komt er nu een einde aan een lange periode van rechtsonzekerheid en juridische betwistingen. De fiscus verzet zich niet langer tegen de aftrekbaarheid van de btw geheven van hotel-, restaurant- en cateringkosten die gemaakt worden in het kader van een publicitair evenement.

De administratieve beslissing van 13 maart 2015 (E.T.124.247) beschrijft de voorwaarden om de aftrek te rechtvaardigen. Tijdens een controle zal de onderneming geval per geval moeten bewijzen dat volgende voorwaarden vervuld zijn:

  1. De onderneming moet het evenement zelf organiseren en in het bezit zijn van een factuur.
    De aftrek moet gestaafd worden door middel van een factuur met alle verplichte vermeldingen. Het voorleggen van een ontvangstbewijs of kasticket volstaat voor de fiscus niet. De onderneming moet kunnen aantonen dat de factuur werkelijk betrekking heeft op het publicitair evenement.
  2. De genodigden op het evenement zijn bestaande of potentiële klanten.
    Uit Cassatierechtspraak (Cache Cache, dd. 11.03.2010) blijkt dat het niet van belang is of de reclame al dan niet rechtstreeks tot de eindgebruiker van het goed of de dienst gericht is. Ook wanneer de genodigden geen eindklanten maar tussenpersonen zijn is volgens het Hof voldaan aan deze voorwaarde.
  3. Het evenement moet hoofzakelijk en rechtstreeks tot doel hebben om de verkoop van welbepaalde producten of diensten te bevorderen.
    Wanneer de btw wordt gerecupereerd op kosten gemaakt voor het organiseren van een feest, bijeenkomst, voorstelling, etc. zal de fiscus argumenteren dat het kosten van onthaal betreft die principieel niet aftrekbaar zijn (artikel 45 §3, 4° WBTW). Om de aftrek te rechtvaardigen moet de onderneming kunnen aantonen dat het niet gaat om kosten van onthaal maar om reclamekosten. Gaat het om reclamekosten, dan is de btw immers wel aftrekbaar, nu ook met zekerheid voor spijzen en dranken.

Kosten van onthaal zijn door het Hof van Cassatie (Sanoma, dd.08.04.2005) gedefinieerd als kosten die louter gemaakt worden voor het onthaal, ontvangst, vermaak en ontspanning van aan het bedrijf vreemde bezoekers met het oog op het bestendigen of verstevigen van zakelijke relaties. Meer algemeen gaat het over kosten gemaakt voor het creëren van een algemene gunstige atmosfeer ten overstaan van de onderneming.

Later heeft Cassatie kosten van reclame gedefinieerd (Cache Cache, dd. 11.03.2010) als kosten die hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel hebben de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen. Deze definitie is door de fiscus overgenomen.

Ook het Hof van Justitie heeft in twee zaken (C-68/92 en C-73/92, dd.17.11.1993) een invulling gegeven aan het begrip ‘dienst op het gebied van reclame’. Er is sprake van een reclamedienst als het gaat om een promotieactiviteit die neerkomt op een boodschap om het publiek in te lichten over het bestaan en de kwaliteiten van het aangeprezen product of dienst met als doel de verkoop ervan te doen toenemen.

Bovendien heeft het Hof van Cassatie in het verleden geoordeeld dat het niet noodzakelijk is dat er effectief goederen worden verkocht op het publicitair event.

Door de nieuwe beslissing kan de btw gerecupereerd worden op kosten voor logies-, spijzen en drank op voorwaarde dat het publicitair karakter kan bewezen worden. Gelet op de zware bewijslast, de feitelijke beoordeling van de voorwaarden en de argwaan van de fiscus is het aan te raden om geval per geval, een geheel van bewijzen te verzamelen vooraleer over te gaan tot het terugvragen van btw.

Ook de btw die in het verleden niet in aftrek werd genomen kan toch nog gerecupereerd worden. Concreet gaat het over facturen waarvan het recht op aftrek is ontstaan na 1 januari 2012. Als aan de bovenstaande voorwaarden voldaan is kan de btw opgenomen worden in rooster 62 van de btw-aangifte.

Ineke Couck - icouck@deloitte.com & Karen Truyers - ktruyers@deloitte.com


Gepubliceerd op 29/06/2015.

Version française
Did you find this useful?