Article

KMO-update

Buitenlandse reizen

De Rulingcommissie heeft eerder dit jaar geoordeeld dat, afhankelijk van de onderliggende feiten en binnen bepaalde grenzen, een buitenlandse reis als een vrijgesteld sociaal voordeel kan worden beschouwd in hoofde van de genietende werknemers.

Algemene regels

In principe zijn als bezoldigingen van werknemers belastbaar, alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van de werkgever. Tot die bezoldigingen behoren eveneens de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

Een uitzondering op het algemeen principe van de belastbaarheid van voordelen van alle aard kunnen we echter terugvinden onder de sociale voordelen en meer specifiek onder de ‘geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken verkregen uit hoofde of naar aanleiding van gebeurtenissen die niet rechtstreeks in verband staan met de beroepswerkzaamheid’. Deze niet belastbare sociale voordelen voor de werknemer zijn voor de werkgever doorgaans niet fiscaal aftrekbaar.

Gelet op het bovenstaande zal een buitenlandse reis die gratis en onvoorwaardelijk wordt aangeboden aan een werknemer, in beginsel als een belastbaar voordeel van alle aard dienen te worden beschouwd.

Indien men kan bewijzen dat een gedeelte of de gehele reis een professioneel karakter heeft, dient dit gedeelte niet als een belastbaar voordeel in hoofde van de werknemer te worden aangemerkt. Dit professioneel karakter kan bijvoorbeeld blijken uit een studiereis met het oog op het verbeteren van de professionele kwaliteiten van de werknemer, het begeleiden van klanten op een zakelijke reis, etc.

Feiten ruling

In een recent gepubliceerde ruling vroeg de vennootschap in kwestie, naar aanleiding van het aanbieden van een kosteloze reis naar Toscane aan haar personeel en diens gezinsleden, de toepassing van het uitzonderingsregime van de vrijgestelde sociale voordelen. De reis werd als een éénmalig geschenk toegekend in het kader van het 10-jarig bestaan van de vennootschap en had een totale waarde van 587 EUR per meereizende persoon.

Uitspraak Rulingcommissie

De Rulingcommissie brengt om te beginnen in herinnering dat men enkel als sociale voordelen kan beschouwen: ‘de onbelangrijke voordelen die met een uitgesproken sociaal oogmerk door de werkgever worden verstrekt met de bedoeling om de betrekkingen tussen het personeel te verbeteren en de binding van het personeel aan de onderneming te bevorderen’.

Gelet op de bijzondere en éénmalige gebeurtenis komt de Commissie tot het besluit dat in casu men kan spreken van een vrijgesteld sociaal voordeel tot een maximaal bedrag van 500 EUR per werknemer. Het saldo (in dit geval was dat 87 EUR) en het volledige bedrag voor de meereizende gezinsleden dient men wel als een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de werknemer te beschouwen.

Aangezien een deel van de kost voor de buitenlandse reis als een vrijgesteld sociaal voordeel kan worden aangemerkt, dient dat deel niet op de individuele fiche van de werknemer te worden vermeld, maar zal de kost anderzijds niet fiscaal aftrekbaar zijn voor de vennootschap-werkgever.

Conclusie

Buitenlandse reizen die een onderneming gratis aan haar werknemers verstrekt, dienen in beginsel als een voordeel van alle aard te worden beschouwd, tenzij men het professioneel karakter van deze reizen kan aantonen.

De Rulingcommissie heeft in haar beslissing nu duidelijk te kennen gegeven dat, in zeer specifieke omstandigheden en binnen bepaalde grenzen, deze reizen ook als een vrijgesteld sociaal voordeel kunnen worden beschouwd.

Men zal dus zaak per zaak dienen te bekijken of het gratis verstrekken van een niet-professionele reis aan het personeel naar aanleiding van een bijzondere gebeurtenis, als een ‘onbelangrijk voordeel met een uitgesproken sociaal oogmerk’ kan worden beschouwd. Zekerheid over de fiscale behandeling kan verkregen worden door een voorafgaande ruling aan te vragen.

Bart Verhelst, Deloitte


Gepubliceerd op 10/04/2014.

Did you find this useful?