Nieuwe aanpak door de cel “Grote Ondernemingen"

Article

VAT-update

Nieuwe aanpak door de cel “Grote Ondernemingen”: Ja, maar welke “grote” ondernemingen?

De cel “Grote Ondernemingen” is na een recente organisatie van de FOD Financiën sinds 1 juli 2015 operationeel. Deze administratie is “bij voorrang, maar niet exclusief” bevoegd voor de vennootschappen en rechtspersonen gekwalificeerd als “grote ondernemingen”.

Om te weten te komen of een onderneming al dan niet het risico loopt in conflict te komen met deze nieuwe cel, moet volgende vraag dus worden gesteld: Grote onderneming, ja, maar aan de hand van welke criteria kan worden bepaald of een onderneming als “groot” kan worden gekwalificeerd?
De administratie geeft antwoorden in de circulaire van 1 oktober 2015 (AGFisc nr. 37/2015) door de criteria bij te werken aan de hand waarvan kan worden bepaald welke vennootschappen of rechtspersonen worden gekwalificeerd als “groot”.

We zetten de verschillende criteria en meer bepaald deze met een impact op de controle van de btw-eenheden hierna even op een rijtje:

Criterium “grootte”

  • De grootte van de vennootschappen
    Het 1e criterium om een vennootschap te kwalificeren als “grote onderneming” wordt bepaald volgens artikel 15 van het Wetboek Vennootschapsrecht.
    Wij gaan er hier niet verder op in en vragen u dus om het artikel door te lezen om de criteria “grootte” opnieuw te bekijken.
  • De grootte voor de rechtspersonen
    Voor de andere rechtspersonen (vzw, ivzw enz.) refereert de circulaire aan de criteria van artikel 17 en artikel 53 van de wet van 27 juni 1921 betreffende de vzw’s.
  • Criterium “specifieke activiteitensectoren”
    Bepaalde vennootschappen worden, ongeacht hun grootte, gekwalificeerd als “grote ondernemingen” wegens de activiteitensector waarin ze bedrijvig zijn.
    Het gaat om volgende sectoren: de vennootschappen (voor zover ze onder het toezicht van de Nationale Bank van België of de FSMA vallen) zijn:
    • financiële dienstengroepen;
    • verzekerings- en herverzekeringsmaatschappijen;
    • beursgenoteerde ondernemingen, beursvennootschappen en de private privaks.

Criterium “groep van ondernemingen”
De administratie opteert voor een heel ander beoordelingscriterium voor een groep van ondernemingen. Vroeger refereerde ze aan het vennootschapsrecht en meer bepaald de vennootschappen die een “geconsolideerde” jaarrekening moeten opstellen.
De circulaire refereert voortaan aan de vennootschappen die verbonden zijn aan een onderneming die als “groot” wordt gekwalificeerd. Het gaat dus om de Belgische vennootschappen waarin een onderneming die als “groot” wordt gekwalificeerd:

  • minstens 50 % van het kapitaal, van het maatschappelijk kapitaal of van een categorie aandelen van de vennootschap of rechtspersoon in handen heeft; of
  • rechten in handen heeft die een quotum van minder dan 50% vertegenwoordigen, maar die samen met de rechten in handen van de filialen van de grote onderneming goed zijn voor 50 % van het kapitaal, van het maatschappelijk kapitaal of van een categorie aandelen van de vennootschap of rechtspersoon.

Criterium “btw-eenheid”

Zodra minstens één lid van een btw-eenheid als “grote onderneming” wordt gekwalificeerd op basis van een van voornoemde criteria, worden alle leden van de btw-eenheid als “grote onderneming” gekwalificeerd.
a) Begin
Een btw-eenheid en haar leden vallen onder de groep “Grote Ondernemingen” van bij de oprichting van de eenheid, als een van haar leden als “grote onderneming” wordt gekwalificeerd.
Een btw-eenheid en haar leden vallen onder de groep “Grote Ondernemingen” van bij de toetreding van een lid dat als “grote onderneming” wordt gekwalificeerd.
Een vennootschap of een rechtspersoon wordt als “grote onderneming” beschouwd, van bij de toetreding tot een btw-eenheid als deze reeds als “grote onderneming” is gekwalificeerd.
b) Einde
Een btw-eenheid en haar leden vallen niet langer onder de groep “Grote ondernemingen”», zodra geen van haar leden op basis van voornoemde criteria nog als “grote onderneming” wordt gekwalificeerd.
Een lid van een btw-eenheid wordt niet langer als een “grote onderneming” beschouwd, zodra deze eenheid ophoudt te bestaan of het lid uit deze eenheid treedt (behalve als de vennootschap/de rechtspersoon voldoet aan een van de andere criteria).

Besluit
Men dient dus de nodige waakzaamheid aan de dag te leggen bij de oprichting van een btw-eenheid en mag niet uit het oog verliezen dat deze voortaan als gevolg kan hebben dat de leden van de eenheid binnen de bevoegdheidssfeer ratione materiae van de cel “Grote Ondernemingen” van de FOD Financiën vallen.

Baptiste Vasseur – VAT Department

Did you find this useful?