Article

Circulaire aanslag geheime commissielonen soms strenger dan wet

KMO-update

De fiscale administratie heeft een circulaire gepubliceerd naar aanleiding van de versoepeling van de “bijzondere aanslag geheime commissielonen” (Circ. AAFisc Nr. 24/2015) Opmerkelijk is dat de versoepeling die werd ingevoerd door de wetgever op sommige punten niet zal worden gevolgd door de fiscale administratie. Hierna overlopen we de belangrijkste elementen.

De bijzondere aanslag geheime commissielonen – wet
Tot voor kort kon de fiscus een afzonderlijke aanslag van 309% vestigen op alle uitgaven van de vennootschap waarvoor niet aan de ficheverplichting was voldaan, op verdoken meerwinsten of op bedragen betaald met het oog op omkoping.
Met de Programmawet van 19 december 2014 (hierna “nieuwe wet”) werden belangrijke wijzigingen aangebracht aan de bijzondere aanslag, zoals:

(i) een tariefverlaging tot 103% resp. 51,5%,
(ii) een bijkomende uitzondering in het geval van een tijdige en ondubbelzinnige identificatie van de verkrijger van het beroepsinkomen, en
(iii) de uitdrukkelijke bevestiging dat verdoken meerwinsten enkel aan de aanslag onderworpen kunnen worden indien ze niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten.

De bijzondere aanslag geheime commissielonen – circulaire

  • Identificatie genieter: schriftelijk akkoord genieter vereist of niet?
    Wanneer de vennootschap kan aantonen dat de vergoeding of het voordeel van alle aard tijdig in de aangifte van de verkrijger wordt opgenomen, is de aanslag geheime commissielonen niet van toepassing.

    Indien deze aangifte niet is gedaan, kan de aanslag geheime commissielonen vermeden worden wanneer de verkrijger van de vergoedingen of voordelen van alle aard op ondubbelzinnige wijze wordt geïdentificeerd uiterlijk 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het aanslagjaar waaraan de bijzondere aanslag is verbonden in hoofde van de vennootschap.

    De wet schrijft niet voor wat zij verstaat onder “ondubbelzinnige identificatie”. De fiscale administratie is strenger en stelt in haar circulaire dat er slechts sprake is van een ondubbelzinnige identificatie van de verkrijger indien de administratie in het bezit wordt gesteld van een schriftelijk akkoord van de verkrijger met vermelding van zijn identiteit, zijn nationaal nummer en het bedrag dat hij heeft verkregen. De circulaire voegt met dit ‘schriftelijk akkoord’ een voorwaarde toe aan de wet.

    Merk op: de rechtspraak heeft reeds geoordeeld dat de identificatie kan blijken uit de feiten zelf, zoals bijvoorbeeld in het geval van een rekening-courant die op naam van een bestuurder staat (dus geen schriftelijk akkoord vereist).
  • Tarief van de bijzondere aanslag: verkrijger of uiteindelijke verkrijger?
    Het tarief werd verlaagd van 309% naar 103% (beiden inclusief aanvullende crisisbijdrage) en kan verder worden verlaagd tot 51,5% (inclusief aanvullende crisisbijdrage) wanneer kan worden aangetoond dat de verkrijger van de voordelen een rechtspersoon is, of dat de verdoken meerwinsten terug zijn opgenomen in de boekhouding.

    Ook op dit punt is de circulaire strenger dan de wet, daar zij vereist dat de belastingplichtige moet kunnen aantonen dat de uiteindelijke verkrijger van de vergoedingen of voordelen van alle aard een rechtspersoon is. Er zou dus aangetoond moeten kunnen worden dat de rechtspersoon het ontvangen geheime commissieloon niet aan een derde (die géén rechtspersoon is) heeft doorgegeven. Dit negatieve bewijs zal maar moeilijk kunnen worden geleverd. Een mogelijk bewijs kan worden gegeven door het geheime commissieloon op te nemen in een later boekjaar.
  • Aftrekbaarheid bijzondere aanslag
    Net zoals voordien, is de bijzondere aanslag zelf als beroepskost aftrekbaar.

    Wat de niet-verantwoorde kosten betreft, herneemt de circulaire de ministeriële verklaringen en voegt ze eraan toe dat algemeen geldt dat de niet-verantwoorde kosten niet aftrekbaar zijn als beroepskosten wanneer niet voldaan is aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 49 WIB 92, hoewel ze aan de afzonderlijke aanslag werden onderworpen.
  • Verdoken meerwinsten
    Tot de inwerkingtreding van de nieuwe wet, bestond er onduidelijkheid over de toepassing van de aanslag geheime commissielonen op de verdoken meerwinsten die het gevolg zijn van het verwerpen van beroepskosten. In de wet wordt deze onduidelijkheid opgelost: de bijzondere aanslag wordt slechts toegepast op verdoken meerwinsten indien zij niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Dit geldt niet alleen voor kosten waarvan de aftrek alleen maar verworpen wordt omdat ze niet beroepsmatig zijn, maar ook voor kosten die verworpen moeten worden bij gebrek aan werkelijke prestaties (bv. valse facturen).

    Ook hier gaat de administratie in haar circulaire een stap verder dan de wet en stelt zij dat de bijzondere aanslag toch kan worden toegepast in geval van valse of fictieve facturen (i.e. te verwerpen beroepskosten) wanneer:
    • wordt aangetoond, eventueel door vermoedens, dat de sommen aan de vennootschap werden onttrokken met het oog op het betalen van kosten zoals bedoeld in art. 57 WIB92;
    • er sprake is van een aankoopfactuur die in principe op een 60-rekening moet worden geboekt, en die enkel de brutowinst van de vennootschap beïnvloedt. Dergelijke factuur vormt geen kost zoals bedoeld door de fiscale bepalingen inzake de beroepskosten.
  • Inwerkingtreding

De nieuwe wet is van toepassing vanaf 29 december 2014 op alle geschillen die nog niet definitief zijn afgesloten op de datum van de inwerkingtreding.

De circulaire verduidelijkt bovendien dat de nieuwe wet geen aanleiding geeft tot het openen van een nieuwe bezwaartermijn, noch aanleiding kan geven tot een verzoek tot ambtshalve ontheffing.


Anjulie De Wit – Tax Department

Did you find this useful?