energiebesparende-maatregelen

Article

Circulaire betreffende belastingverminderingen in de personenbelasting

KMO-update

Recent heeft de fiscale administratie een circulaire[1] gepubliceerd in verband met belastingverminderingen en meer bepaald het in aanmerking te nemen bedrag van uitgaven betaald door derden. De circulaire besteed aandacht aan de energiebesparende uitgaven, maar is tevens van toepassing voor een aantal andere fiscale voordelen.

De belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven kan genoten worden door de volle of blote eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of de huurder.

Vooreerst is het bij een gemeenschappelijke aanslag (zijnde wettelijke samenwonenden of gehuwden) van geen belang op wiens naam (op naam van één van beide partners of op naam van beiden) de facturen voor energiebesparende uitgaven zijn opgemaakt, noch wie de betalingen heeft gedaan.

Op de uitgaven van elke partner binnen in het gezin wordt de belastingvermindering van 30% toegepast en eventueel beperkt. Deze belastingverminderingen worden dan samengeteld. De bekomen belastingvermindering wordt vervolgens proportioneel omgedeeld in functie van het gezamenlijk belastbaar inkomen van elk der partners ten opzichte van de som van hun gezamenlijk belastbare inkomsten. (zie nr. 3.2, Circulaire nr. Ci. RH. 331/569.666, AOIF 16/2005, dd. 14/04/2005).

In de andere gevallen was de administratie van oordeel dat de belastingplichtige die de belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven vroeg, zelf de betrokken uitgaven diende betaald te hebben. Recente rechtspraak veroordeelde evenwel deze houding van de administratie:

  • Rechtbank van eerste aanleg Gent dd. 24 september 2014

Twee feitelijk samenwonende partners hadden energiebesparende uitgaven laten uitvoeren aan hun woning waarvan ze beiden eigenaar zijn. De factuur werd opgemaakt op naam van beiden, maar de betaling gebeurde via de man.

De administratie was van oordeel dat de vrouw geen recht had op een belastingvermindering gezien zij geen werkelijke betaling had gedaan. Bijgevolg ging de helft van de belastingvermindering verloren. Echter oordeelde de Rechtbank dat de wet enkel als voorwaarde stelt dat de uitgave werkelijk betaald moet zijn, zonder daaraan toe te voegen wie de betaling moet gedaan hebben. Er anders over oordelen, zou betekenen dat een voorwaarde wordt toegevoegd die niet uitdrukkelijk in de wet staat

  • Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen dd. 6 juni 2014

Hier werden de werken gedeeltelijk betaald door de moeder van de belastingplichtige die energiebesparende uitgaven had laten uitvoeren aan zijn woning (waarvan hij de enige eigenaar was). Ook hier oordeelde de Rechtbank dat de belastingvermindering van toepassing is op het volledige bedrag van de uitgaven, vermits de wet niet vereist dat de betaling dient te gebeuren door de belastingplichtige zelf.

Gelet op de eenduidige en constante rechtspraak heeft de administratie beslist dat het niet langer aangewezen is om de toekenning van de belastingvermindering te weigeren wanneer de betrokken uitgaven werden betaald door een derde die overeenkomstig artikel 1236 van het Burgerlijk Wetboek handelt in naam en tot kwijting van de belastingplichtige. Dit zal over het algemeen het geval zijn telkens een derde de uitgave op zich neemt ten voordele van de belastingplichtige.

In de circulaire worden 2 voorbeelden geschetst:

  • betaling van de uitgaven door de samenwonende partner die als alleenstaande wordt belast;
  • betaling van de uitgaven door een familielid, al dan niet in kader van een familiale lening.

Uiteraard spreekt het voor zich dat de derde die de uitgave in naam en tot kwijting van de belastingplichtige heeft betaald, de belastingvermindering zelf niet kan vragen.

De bepalingen van deze circulaire zijn onmiddellijk van toepassing in alle stadia van de procedure.

Ook van toepassing op andere belastingverminderingen?

In de circulaire werd tevens een oplijsting gemaakt van de fiscale verminderingen die evenmin vermelden dat de uitgave effectief moet zijn betaald door de belastingplichtige die het fiscaal voordeel vraagt:

  • vermindering voor de verwerving van werkgeversaandelen;
  • vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid;
  • vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds;
  • vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds;
  • vermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerking van een elektrisch voertuig of met het oog op de installatie van een oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
  • vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Fonds ter reductie van de globale energiekost;
  • vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen;
  • vermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds;
  • vermindering voor bezoldigingen voor een huisbediende;
  • vermindering voor kinderoppas.

Bram Descamps – Tax Department


[1] Circulaire AAFisc Nr. 4/2016 (nr. Ci.RH.331/635.466) dd. 29/01/2016.

 

Gepubliceerd op 12/02/2016

Did you find this useful?