Article

De bezoldigingtheorie – Nieuwe rechtspraak

KMO-update

In een vorige bijdrage werd de aftrekbaarheid van de kosten i.v.m. woningen, die ter beschikking gesteld worden aan de bedrijfsleider, reeds besproken naar aanleiding van een arrest van het Hof van Cassatie dd. 13/11/2014. Sinds dit cassatiearrest wordt algemeen aangenomen dat de kosten die een vennootschap maakt m.b.t. een woonhuis dat gratis aan de bedrijfsleider ter beschikking wordt gesteld, met het oog op de toekenning van een voordeel alle aard aan haar bedrijfsleiders ter vergoeding van de uitoefening van hun werkzaamheid binnen de vennootschap, voor fiscale aftrek in aanmerking komen.

In een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen (dd. 13/01/2015) stond opnieuw de “bezoldigingstheorie” centraal.

Een vennootschap kocht het vruchtgebruik van een onroerend goed en haar zaakvoerders de blote eigendom. De vennootschap stelde 80% van het onroerend goed gratis ter beschikking van haar zaakvoerders, die belast werden op het forfaitair berekende voordeel alle aard. De vennootschap nam de kosten van zware verbouwingen ten laste en volgens de akte van het vruchtgebruik gingen die verbouwingen gratis over naar de blote eigenaars.

De fiscus verwerpt bij de vennootschap 80% van de afschrijvingen en andere kosten van het onroerend goed gezien deze kosten niet gemaakt zijn om belastbare inkomens te behouden of te verkrijgen (art. 49 WIB 92). De vennootschap heeft deze kosten ten laste genomen zonder dat er voor haar substantiële inkomsten tegenover staan. De eerste rechter (Rb. Antwerpen 13.02.2013) volgt de zienswijze van de administratie. De rechtbank stelt vast dat de vennootschap het vruchtgebruik van het onroerend goed niet volledig bedrijfseconomisch aanwendt, maar voor 80% gratis ter beschikking stelt aan haar zaakvoeders. Aangezien er niet kan aangetoond worden dat het voor de verbouwingskosten een juiste tegenprestatie heeft verkregen, voldoen deze uitgaven niet aan de vereisten van artikel 49 WIB 92.

Ook het Hof van Beroep te Antwerpen geeft de fiscus gelijk. De vennootschap heeft de zware verbouwingswerken gedragen zonder dat dit haar ten goede komt en bij het uitdoven van het vruchtgebruik na 20 jaar, zal dit gratis overgaan naar de blote eigenaars. De vennootschap kan niet aantonen dat de kosten van het vruchtgebruik en van de verbouwingen noodzakelijk verband houden met haar activiteit. Het feit dat de zaakvoeders privé op een VAA belast worden, kan niet tot gevolg hebben dat de kosten wel verband houden met die activiteiten en dus aftrekbaar zijn.

Het besproken vermeld arrest maakt evenwel duidelijk dat niet zomaar mag worden afgeleid dat alle rechtscolleges die bezoldigingstheorie zonder meer aanvaarden. De aftrekbaarheid van kosten m.b.t. de privéwoning in het licht van de bezoldigingstheorie vormt nog steeds een feitenkwestie.

Het is in ieder geval aan te raden dat, op de algemene vergadering van de vennootschap, een beslissing wordt genomen waarin duidelijk wordt gesteld dat de terbeschikkingstelling van de privéwoning aan een bedrijfsleider de tegenprestatie vormt voor de gepresteerde diensten tijdens het boekjaar. Het spreekt voor zich dat de bedrijfsleider deze bezoldiging in natura moet aangegeven in zijn aangifte in de personenbelasting (forfaitair belast als VAA).

Roeland De Tollenaere, rdetollenaere@deloitte.com
 

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?