Article

De ontslagmotivering 1 jaar later … ook de RVA kijkt mee …

KMO-update

België was tot voor kort een van de enige landen in Europa waar een werkgever (behoudens de verplichting tot het betekenen van een opzeggingstermijn/betaling van een verbrekingsvergoeding) de vrije keuze had om een werknemer te ontslaan, zonder een verplichting het ontslag te motiveren. België werd hiervoor door Europa op de vingers getikt en zo werd een jaar geleden in de schoot van de Nationale Arbeidsraad CAO nr. 109 gesloten.

Theoretisch kader

1. Eerste luik: recht van de werknemer op kennis van de ontslagreden

Op grond van CAO nr. 109 wordt het recht erkend van de werknemer om de concrete reden(en) van zijn ontslag te kennen.

De werkgever is geenszins verplicht om spontaan de redenen van het ontslag mee te delen, maar een werknemer kan binnen de 2 maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst en uiterlijk binnen de 6 maanden na betekening van de opzeg door middel van een aangetekend schrijven, de concrete redenen voor zijn ontslag opvragen bij zijn toenmalige werkgever.

De werkgever die niet op dit verzoek ingaat, een ontslagmotivering geeft die niet de concrete redenen bevat of de procedure niet naleeft (bv. niet binnen de termijn, niet via een aangetekend schrijven,…) zal gesanctioneerd worden met een boete die overeenstemt met twee weken loon.

Deze vergoeding is cumuleerbaar met een vergoeding ingeval van kennelijk onredelijk ontslag (cfr. luik twee).

2. Tweede luik: kennelijke onredelijk ontslag

De werknemer kan bij zijn ontslag nagaan of het hem/haar gegeven ontslag redelijk is. Indien hij/zij dit betwist, kan hij/zij de zaak aanhangig maken bij de rechtbank. De rechter zal dan beoordelen of het gegeven ontslag “niet kennelijk onredelijk is”.
Een “kennelijk onredelijk ontslag” wordt omschreven als “een ontslag van een werknemer die is aangeworven voor onbepaalde tijd, dat gebaseerd is op redenen die geen verband houden met de geschiktheid of het gedrag van de werknemer of die niet berusten op de noodwendigheden inzake de werking van de onderneming, de instelling of de dienst en waartoe nooit beslist zou zijn door een normale en redelijke werkgever”.

Indien het ontslag als “kennelijk onredelijk” bestempeld wordt, zal de werkgever veroordeeld worden tot de betaling van een schadevergoeding die 3 tot 17 weken loon bedraagt.

Om te vermijden dat een ontslag wordt beschouwd als een ontslag waartoe een normale en redelijke werkgever nooit beslist zou hebben, is het dan ook ten zeerste aangeraden om de ontslagreden(en) reeds vooraf aan het effectieve ontslag goed te documenteren.

De werkgever houdt dus best alle (negatieve) evaluatieverslagen, waarschuwingsbrieven goed bij om als bewijsmateriaal bij de hand te hebben voor het geval dat de ontslagen werknemer naar zijn ontslagreden(en) vraagt. Het is bovendien ook belangrijk om als werkgever concrete redenen mee te delen die objectief moeten worden gestaafd, zoals bijvoorbeeld een reden van “reorganisatie” best ook cijfermatig dient te worden onderbouwd.

Uitzonderingen

De regels van CAO nr. 109 zijn van toepassing sinds 1 april 2014 op alle werknemers (zowel arbeiders als bedienden), die tewerkgesteld zijn op grond van een arbeidsovereenkomst en hun werkgevers. Uit het toepassingsgebied zijn o.a. ontslagen geweerd die ingegeven zijn met een dringende reden, ontslagen tijdens de eerste 6 maanden van de tewerkstelling, ontslagen met het oog op SWT of wettelijke pensioen, ontslagen in het kader van collectief ontslag of sluiting van de onderneming,…

Praktijk

In de praktijk zien we dat werknemers vaak op aandringen van de RVA hun ex-werkgever verzoeken om het gegeven ontslag te motiveren.

Een ex-werknemer heeft immers slechts aanspraak op een werkloosheidsuitkering wanneer hij/zij onvrijwillig werkloos is (met andere woorden, om redenen “buiten zijn/haar wil om”. De ontslagreden vermeld op het C4-formulier dient voldoende duidelijk te zijn en ook best reeds voorafgaand aan het ontslag voldoende gedocumenteerd te zijn om bijkomende “schadevergoedingen”, bovenop de opzeggingsvergoeding verschuldigd te zijn.

Liesbeth De Sutter en Mieke van den Bunder, ldesutter@deloitte.com en mvandenbunder@deloitte.com


Gepubliceerd op 13/04/2015.

Version française
Did you find this useful?