Article

Debetstand van de rekening-courant en de bedrijfsleider: de risico’s van een strafrechtelijke inbreuk

KMO-update

Als bedrijfsleider bent u misschien houder van een rekening-rekening op uw naam binnen uw vennootschap. Er is niets uitzonderlijks aan deze situatie, het gaat integendeel om een gangbare praktijk. Het is echter zeer belangrijk de controle over deze situatie niet te verliezen om elke betwisting of zelfs een eventuele veroordeling te vermijden.

De rekening-courant is een balansrekening waarop de bedragen worden geboekt die een vennootschap u eventueel verschuldigd kan zijn; in dit geval is er sprake van een ‘rekening-courant met creditstand’. Op de rekening kunnen echter ook schulden staan die u hebt ten aanzien van uw vennootschap; in dit geval hebben we het over een ‘rekening-courant met debetstand’. Met andere woorden, heeft uw rekening-courant een debetstand, dan hebt u meer schulden dan vorderingen ten aanzien van uw vennootschap. Heeft uw rekening-courant een creditstand, dan hebt u meer vorderingen dan schulden ten aanzien van uw vennootschap.

De bedragen die u afneemt van uw rekening-courant, vormen voor u geen belastbaar inkomen. En wanneer u die bedragen terugbetaalt aan de vennootschap, vertegenwoordigen ze evenmin een belastbare winst voor de vennootschap.

Hebt u echter een schuld ten aanzien van uw vennootschap, dan wordt de debetstand van de rekening-courant beschouwd als een ‘niet-hypothecaire lening zonder welbepaalde looptijd’. Betaalt u geen interesten op deze ‘lening’, dan geniet u een voordeel van alle aard (‘VAA’ genoemd) dat uw vennootschap u toekent. Een dergelijk voordeel maakt deel uit van uw bezoldiging en is aldus, natuurlijk, belastbaar.

Als bedrijfsleider hebt u toegang tot alle goederen die het vermogen van de vennootschap vormen. In dit geval is de verleiding soms groot om een deel van die goederen aan te wenden voor persoonlijke doeleinden. Dit type gedrag werd door onze hoven en rechtbanken, meer bepaald in een arrest van het Hof van Cassatie van 6 februari 2013, al meermaals gekwalificeerd als een strafrechtelijke inbreuk die als ‘misbruik van vennootschapsgoederen’ wordt omschreven.

Misbruik van vennootschapsgoederen is een zogenaamde inbreuk ‘uit hoofde van de functie’, daar alleen bepaalde personen, als gevolg van de functie die ze bekleden, een dergelijke inbreuk kunnen begaan.

In het Strafwetboek (artikel 492bis, 1ste lid) wordt misbruik van vennootschapsgoederen gedefinieerd als het gebruik en/of de bedrieglijke toe-eigening door bestuurders, in feite en in rechte, van burgerlijke en handelsvennootschappen, alsook van verenigingen zonder winstoogmerk van de goederen of het krediet van de rechtspersoon terwijl hij weet dat deze situatie op betekenisvolle wijze in het nadeel is van de vermogensbelangen van de rechtspersoon en die van zijn schuldeisers of vennoten. In casu definieert het Strafwetboek het begrip ‘gebruik en toe-eigening’, dat misbruik van vennootschapsgoederen vormt, op zeer ruime wijze. Aldus blijkt dat de wetgever werkelijk de bedoeling had om in deze kwalificatie alle soorten misbruik op te nemen die kunnen worden begaan.

Bovendien moet dit gebruik opzettelijk ‘op betekenisvolle wijze nadelig’ zijn voor de vermogensbelangen van de vennootschap, haar schuldeisers of haar vennoten. Dit betekent dat alleen de ernstigste feiten strafrechtelijk laakbaar zijn.

De bedrijfsleider moet dus een rechtstreeks of indirect persoonlijk belang hebben nagestreefd. Dit belang kan zowel materieel zijn, zoals de betaling van een onderhoudsuitkering die hij verschuldigd is, als moreel, zoals de bescherming van zijn reputatie of een bepaalde levensstandaard. Door te bepalen dat het belang van de bedrijfsleider op rechtstreekse of indirecte wijze kan worden nagestreefd, heeft de wetgever alweer een ruim toepassingsgebied voorzien voor de inbreuk van misbruik van vennootschapsgoederen.

Op deze basis werd meer bepaald geoordeeld dat het feit waarbij een bedrijfsleider geld van de vennootschap gebruikt om zijn schulden te betalen, geschenken aan zijn naasten aan te bieden, de terugbetaling van vermeende beroepskosten te verkrijgen of zichzelf buitensporige voordelen toe te kennen ten opzichte van de financiële situatie van de vennootschap, een misbruik van vennootschapsgoederen uitmaakt.

Dit soort inbreuk kan met zeer zware straffen worden bestraft: een gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en een geldboete van honderd tot vijfhonderdduizend euro.

Houder zijn van een rekening-courant binnen zijn onderneming blijft een gangbare situatie. Het is echter belangrijk dat men op ieder ogenblik het gebruik kan verantwoorden, teneinde elke invraagstelling of eventuele veroordeling te vermijden. Bovendien is het noodzakelijk dat deze situatie wordt omkaderd door een overeenkomst die wordt opgemaakt ‘in tempore non suspecto’.

Cindy Torino, ctorino@deloitte.com

Gepubliceerd op 31/03/2015.

Version française
Did you find this useful?