Article

Diefstal en de fiscus

KMO-update

In twee recente arresten van het Hof van Beroep van Antwerpen stelt zich de vraag of verliezen die zijn geleden ingevolge een diefstal al dan niet aftrekbaar zijn als beroepskost.

Opdat kosten die gemaakt worden in het kader van de beroepswerkzaamheid als beroepskost aftrekbaar zijn, moet aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92 zijn voldaan:

  • De kosten dienen door de belastingplichtige in het belastbare tijdperk te zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden; en
  • De echtheid en het bedrag van de kosten dient verantwoord te worden door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Daarenboven moet de kost in het betreffend belastbare tijdperk zijn betaald, gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schuld of verlies hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.

De administratieve commentaar op artikel 53 WIB92 bevestigt in dat kader uitdrukkelijk dat verliezen die voortspruiten uit diefstal van, voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid gebruikte, activa, aftrekbaar zijn als beroepskosten. Doch deze zijn slechts aftrekbaar van zodra ze een zeker en vaststaand karakter hebben verkregen. Dit hangt af van de feitelijke en juridische omstandigheden. De bewijslast berust op de belastingplichtige.

In een eerste arrest van het Hof van Beroep van Antwerpen dd. 10 december 2013 verdedigt de belastingplichtige de aftrekbaarheid van de kosten van 2 GSM’s die 4 dagen na de aankoop uit zijn wagen werden gestolen. Hij legt de aankoopfactuur van de gestolen GSM’s, alsook de factuur van de aankoop van twee nieuwe GSM’s die dateert van de dag van de diefstal, voor als bewijs. Het Hof is echter van mening dat het voorleggen van facturen niet volstaat om de aftrekbaarheid van de kosten te aanvaarden, aangezien de facturen de diefstal zelf niet bewijzen.

Dit kan voorkomen worden door voldoende bewijsmateriaal te verzamelen van de diefstal. Een voor de hand liggend bewijsmiddel is uiteraard het proces-verbaal van aangifte bij de politie. Teneinde achteraf discussies te vermijden, is het van belang om zo veel mogelijk gedetailleerde gegevens te laten opnemen in het proces-verbaal, bv. factuurnummer en –datum, hoeveelheid en aankoopprijs van de gestolen goederen, enz. Ook de aangifte bij de verzekering kan op dat vlak dienstig zijn.

In een tweede, meer recent, arrest dd. 24 maart 2015 buigt het Hof zich over het zeker en vaststaand karakter van de verliezen die zijn geleden ingevolge een diefstal. In de zaak die voor het Hof werd gebracht werden deze verliezen in het belastbare tijdperk van de diefstal in aftrek gebracht. Er werd echter ook een aangifte gedaan van de diefstal bij de verzekering. Aan het einde van het belastbaar tijdperk was echter nog niet duidelijk of en voor welk bedrag de verzekering zou tussenkomen. Als gevolg daarvan verwerpt het Hof de aftrekbaarheid van de kosten.

Deze rechtspraak is gebaseerd op eerdere rechtspraak van het Hof van Cassatie waarbij werd geoordeeld dat een verlies slechts zeker en vaststaand is, in zoverre het niet gecompenseerd wordt door een overeenstemmende invorderbare schuldvordering. Gezien in casu derhalve niet duidelijk was of de verzekering zou tussenkomen en voor welk bedrag, werd het geleden verlies niet als zeker en vaststaand beschouwd.

Ondanks de toepassing van het boekhoudrechtelijke voorzichtigheidsprincipe oordeelt het Hof van Cassatie, en in dezelfde lijn het Hof van Beroep van Antwerpen, dat een verlies niet zeker en vaststaand is zolang de schadevergoeding van de verzekeraar die tussenkomt in de geleden schade nog niet definitief bepaald of uitgekeerd werd. Volgens het Hof van Cassatie wijkt het fiscaal recht in dit verband duidelijk af van het boekhoudrecht (Cassatie, 5 mei 1995).

Lise Coteur, lcoteur@deloitte.com

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?