Article

KMO-update

Eenheidsstatuut arbeiders en bedienden

Nieuwe mogelijkheid: verbreking van arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur

Op 1 januari 2014 zijn de nieuwe bepalingen inzake de harmonisatie van het statuut van arbeiders en bedienden in werking getreden. Deze bepalingen bekrachtigen de aanpassingen in het kader van het eenheidsstatuut voor diverse aspecten zoals de opzeggingstermijn, de carensdag en de afschaffing van het beding van proeftijd. In het kader van deze Newsflash zal onze aandacht gaan naar de afschaffing van het beding van proeftijd en naar de invoering van de mogelijkheid een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur te verbreken.

  1. Sinds 1 januari 2014 is het beding van proeftijd afgeschaft voor alle arbeidsovereenkomsten, met uitzondering van de overeenkomsten voor studenten, uitzendkrachten en tijdelijke werknemers. Deze overeenkomsten kunnen door elk van de partijen de eerste drie dagen worden beëindigd zonder het naleven van een opzeggingstermijn of het betalen van een verbrekingsvergoeding. Bovendien is een overgangsregime van kracht voor de bedingen van proeftijd die zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomsten voorafgaand aan 1 januari 2014; deze bedingen zullen van kracht blijven totdat ze vervallen zijn.
  2. Ingevolge de afschaffing van het beding van proeftijd, verleent het nieuwe artikel 40 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten de partijen het recht om voortaan, gedurende een vastgestelde periode vanaf aanvang van de overeenkomst, een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of een arbeidsovereenkomst voor een welbepaald werk te beëindigen voor afloop van de termijn. Zij moeten dit doen via betekening van een opzeggingstermijn.
  3. Concreet stelt de wet dat elke partij de overeenkomst eenzijdig kan verbreken, mits naleving van een opzeggingstermijn, tijdens de eerste helft van de overeengekomen looptijd van de overeenkomst en zonder dat de periode waarin opzegging mogelijk is zes maanden overschrijdt. De termijn waarin opzegging mogelijk is, is een vaste termijn (deze termijn wordt niet opgeschort omwille van de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst) en begint te lopen vanaf aanvang van de overeenkomst (zijnde, uitvoeringsdatum vastgesteld door de partijen).
  4. Tot slot eist de wet ook dat het einde van de overeenkomst valt in de periode waarin opzegging mogelijk is. Met andere woorden, de laatste dag van de opzeggingstermijn moet uiterlijk vallen op de laatste dag van de periode waarin opzegging mogelijk is.
    Dus wanneer, bijvoorbeeld, een arbeidsovereenkomst wordt gesloten op 6 januari 2014 met uitvoeringsdatum 5 februari 2014 voor een bepaalde periode van zes maanden, begint de termijn waarin de partijen het recht hebben op betekening van een opzegging te lopen op 5 februari 2014 en eindigt ze drie maanden later, namelijk op 4 mei 2014. Rekening houdend met de opzeggingstermijn in dit geval (2 weken), zal de door de werkgever gegeven vooropzeg moeten worden betekend zoals gebruikelijk uiterlijk op donderdag 17 april 2014.
  5. Met deze maatregel wou de wetgever duidelijk de partijen de mogelijkheid bieden om, ondanks de proefperiode, gedurende een bepaalde periode na te gaan of hun werkrelatie wel degelijk voldoet aan hun verwachtingen en hun noden. Het is vooral een middel voor de werkgevers om de vaardigheden van de nieuw aangeworven werknemer te evalueren.

Tulay Kasap – Social Department


Gepubliceerd op 10/04/2014.


 

Did you find this useful?