Article

KMO-update

Het einde van vermogensplanning door middel van een levensverzekering?

In het financieel vermogen van de gemiddelde Belg zitten wel één of meerdere beleggingsverzekeringen. Een beleggingsverzekering is een levensverzekering gekoppeld aan een beleggingsfonds (Tak 23) of een levensverzekering met een vast rendement (Tak 21). Een van de troeven van de levensverzekering is de mogelijkheid om vermogen gecontroleerd over te dragen naar de volgende generatie. Dat maakt(e) de levensverzekering tot een geschikt instrument voor vermogensplanning.

Vele van de polissen zijn als volgt opgemaakt: vader onderschrijft de levensverzekering en bij zijn overlijden wordt een kapitaal aan zijn zoon uitgekeerd (AAB-polis). Op die uitkering is zijn zoon erfbelasting verschuldigd, het gaat namelijk om een beding ten behoeve van een derde. Om de erfbelasting op deze uitkering te vermijden zijn er twee mogelijkheden:

1)     Vader koopt de verzekering af en schenkt de vrijgekomen som aan zijn zoon, die mogelijks opnieuw een verzekering onderschrijft;

2)     Vader schenkt de verzekering aan zijn zoon, die daardoor de nieuwe verzekeringsnemer wordt, via een zogenaamde verzekeringsgift. Vader blijft verzekerde, de uitkering vindt dus pas plaats bij het overlijden van vader.

 

Mogelijkheid 1
De eerste mogelijkheid is omwille van financiële en fiscale redenen (roerende voorheffing, premietaks, afkoopvergoeding, lager rendement,…) niet interessant. Ook naar erfbelasting zijn er risico’s indien de begiftigde een nieuwe  levensverzekering onderschrijft.[1]

De hypothese is de volgende: vader koopt de verzekering af en schenkt een geldsom aan zijn zoon. In de schenking werden een conventioneel beding van terugkeer en een zaakvervangingsclausule opgenomen. De zoon onderschrijft een levensverzekering en komt vóór zijn vader te overlijden.

VLABEL maakt hierbij een onderscheid tussen enerzijds de rechten die de zoon bezit ten aanzien van de verzekerings-onderneming en anderzijds de rechten die een begunstigde heeft ten aanzien van de verzekeringsonderneming (cfr. infra).

De eerste categorie van rechten vallen onder het beding van terugkeer en keren dus zonder schenk- of erfbelasting terug naar de schenker. De rechten die een begunstigde heeft op de verzekeringsonderneming kunnen, naar gelang de configuratie van de polis, toch aan erfbelasting onderworpen worden.

Verzekeringsnemer

Verzekerde

Begunstigde bij overlijden

Erfbelasting verschuldigd?

Zoon

Vader

Zoon

Neen

Zoon

Zoon

Nalatenschap van de zoon

Ja

Zoon

Zoon

Vader

In principe wel, tenzij de uitkering de uitvoering is van het conventioneel beding van terugkeer
(voorwaarden interpretatieve beslissing 31 maart 2015).

 

Mogelijkheid 2

Zeker in tijden van lage rente willen cliënten de polis behouden, deze hebben vaak nog een hoge gewaarborgde intrestvoet. De notariële schenking van de levensverzekering laat dit toe.

De zoon wordt de nieuwe verzekeringsnemer en verkrijgt het kapitaal bij het overlijden van zijn vader. Op die uitkering was er volgens de rechtsleer en rechtspraak geen erfbelasting verschuldigd, op voorwaarde dat schenkbelasting betaald werd of vader de schenking drie jaar overleefde. Door de schenking is de levensverzekering geen beding ten behoeve van een derde meer, maar een beding ten behoeve van zichzelf. Een beding ten behoeve van zichzelf is niet belastbaar in de erfbelasting.

Op 12 oktober nam de Vlaamse Belastingadministratie (VLABEL) een nieuw standpunt in waarbij zij de unanieme mening van de rechtspraak en rechtsleer naast zich neerlegt.[2] Zij oordeelt namelijk dat bij het overlijden van vader de zoon toch erfbelasting verschuldigd is op de uitkering. Zelfs indien er schenkbelasting betaald werd! De schenking heeft volgens VLABEL enkel betrekking op de rechten van de verzekeringsnemer en niet op de rechten van de begunstigde.

Vele vragen blijven evenwel nog onbeantwoord. Geldt dit standpunt ook voor schenkingen uit het verleden? Blijft het standpunt gelden indien de zoon de begunstiging herbevestigt of een derde als begunstigde aanduidt? Dit standpunt geldt bovendien enkel in het Vlaams Gewest. In het Waals en Brussels Gewest gelden dezelfde wetteksten, hoe zullen zij in de toekomst omgaan met dit nieuwe standpunt?

Vóór het bekendmaken van dit standpunt werd er in een concreet dossier een ruling aangevraagd dat op deze zaken inspeelt. We hopen in het antwoord van de rulingdienst de nodige verduidelijkingen te kunnen terugvinden.

Dit ongenuanceerde standpunt betekent in de praktijk het einde van de verzekeringsgift. Geen enkele adviseur zal zich nog in dit moeras wagen en deze techniek nog aanraden.

Conclusie

Zolang de openstaande vragen niet zijn uitgeklaard is het sterk afgeraden om in het Vlaams Gewest een levensverzekering te schenken. Hopelijk weten we snel meer of de verzekeringsgift nog toekomst heeft.

Thomas Verlinden – Legal Department

 

[1] Standpunt 15142 van 26 oktober 2015, gepubliceerd op 10 november 2015.

[2] Standpunt 15133 van 12 oktober 2015, gepubliceerd op 29 oktober 2015.

version française
Did you find this useful?