agentuurovereenkomst

Article

Esthetische chirurgie: bijkomende toelichting door de btw-administratie

KMO-update

Louter esthetische ingrepen vallen sinds 1 januari 2016 niet meer onder de btw-vrijstelling voor medische prestaties. Recent werd een Beslissing gepubliceerd die een toelichting geeft bij het toepassingsgebied van deze vrijstelling en de nieuwe belastbaarheid van esthetische prestaties, waarbij eveneens enkele bijkomende praktische aspecten worden toegelicht (zie Beslissing Btw nr. E.T. 127.740 d.d. 22.03.2016).

Welke handelingen zijn nu precies onderworpen aan btw?

De medische vrijstelling van btw geldt met ingang van voornoemde datum niet meer voor de diensten van artsen, geneesheren-specialisten, geneesheren-specialisten in de heelkunde en geneesheren-specialisten in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde die bestaan in:

·       Ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter die niet voorkomen in de RIZIV-nomenclatuur;

·       Ingrepen en behandelingen met een esthetisch karakter die voorkomen in de RIZIV-nomenclatuur, maar niet beantwoorden aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor terugbetaling.

In afwijking van deze basisprincipes geeft de Beslissing aan dat de vrijstelling van btw alsnog kan worden ingeroepen indien de behandelende arts van oordeel is dat er sprake is van een therapeutisch of reconstructief doel, ondanks het feit dat de handeling niet voorkomt in de RIZIV-nomenclatuur (conform het Arrest nr. 110/2015 van het Grondwettelijk Hof d.d. 17.09.2015). In deze context wordt uitdrukkelijk gesteld dat het louter psychologische voordeel dat gepaard gaat met het veranderen van het lichaamsuiterlijk niet volstaat om de ingreep deels te kwalificeren als therapeutisch van aard door de behandelende arts.

De behandelende arts dient zijn beslissing inzake het doel van de ingreep/behandeling te motiveren zowel ten opzichte van de patiënt als ten opzichte van de btw-administratie door middel van een omstandige vermelding op een apart document dat gehecht wordt aan het stuk dat de handeling vaststelt (bv. het getuigschrift, de ziekenhuisfactuur, …). Wanneer een esthetische ingreep en behandeling in aanmerking komt voor een tegemoetkoming/terugbetaling, geldt er voor btw-doeleinden evenwel geen motiveringsplicht voor de behandelende arts.

Aanverwante prestaties

De medische vrijstelling vervalt in beginsel eveneens voor ziekenhuisverpleging en medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten en leveringen, verricht voor patiënten die dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis (incl. daghospitalisatie), een polikliniek, in privé klinieken en in kabinetten.

De bij de hoofdhandeling aanverwante prestaties verricht door een arts - al dan niet specialist - zoals onder meer de prestaties op het vlak van cardiologie, pneumologie, neurologie, medische beeldvorming, anesthesie, nazorg, … ondergaan in beginsel eveneens het regime van de hoofdhandeling.

Wanneer een patiënt twee onderscheiden behandelingen met verschillende btw-regimes ondergaat tijdens eenzelfde opname, zullen de gemengde kosten in principe in hun geheel onder de vrijstellingsregeling van btw vallen.

Identificatie voor btw-doeleinden

De artsen, doktersvennootschappen, ziekenhuizen en privé klinieken moeten in principe voldoen aan de gewone btw-verplichtingen vanaf het ogenblik dat zij belastbare handelingen stellen.

Voor doktersvennootschappen dient te worden gesteld dat artsen hun volledige medische activiteit of minstens een gedeelte ervan in gemeenschap brengen bij de oprichting van één van voormelde vennootschappen, waarbij de geneeskunde wordt beoefend in naam en voor rekening van de gezamenlijke artsen-vennoten. Dergelijke doktersvennootschappen dienen zich eveneens voor btw-doeleinden te registreren. De btw-registratie van de individuele arts-vennoot wordt dan niet geëist.

De beslissing voorziet dat een btw-registratie geacht wordt tijdig te zijn wanneer de aanvraag tot identificatie uiterlijk plaatsvindt op 31 mei 2016. De termijn wordt dus bijkomend verlengd met twee maanden.

De handelingen verricht sinds 1 maart 2016 (en dus sowieso belastbaar aangezien er voor deze handelingen geen overgangsregeling meer voorzien was) kunnen zonder sanctie wegens laattijdigheid aangegeven worden in de btw-aangifte met betrekking tot de handelingen van juni 2016 (voor maandaangevers) of van het tweede kwartaal 2016 (voor kwartaalaangevers).

Bijzondere regeling artsen

Voor zelfstandige ziekenhuisartsen en doktersvennootschappen (hierna: arts) is voorzien in volgende facultatieve bijzondere regelingen:

1.       “Ontheffing van de verplichting tot indiening van periodieke maand- of kwartaalaangiften”

Onder bepaalde voorwaarden en na een schriftelijke overeenkomst tussen de betrokken partijen, kan het ziekenhuis de activiteiten van de arts rapporteren en eveneens de verschuldigde btw doorstorten aan de Schatkist.

De arts zelf moet onder deze regeling geen periodieke btw-aangiftes indienen. Belangrijk is wel dat één van de voorwaarden die gesteld worden, inhoudt dat de arts uitdrukkelijk afziet van het recht op aftrek gedurende de volledige periode waarin de bijzondere regeling uitwerking heeft.

Hoewel de arts geen periodieke btw-aangiftes moet indienen en zelf geen btw moet doorstorten, is een btw-registratie wel nog steeds vereist.

2.       “Bijzondere wijze van betalen”

Daarnaast kan de arts onder bepaalde voorwaarden en mits een schriftelijke overeenkomst ervoor opteren zelf periodieke btw-aangiftes in te dienen (waarin de verrichte ingrepen/behandelingen uitgaand gerapporteerd moeten worden), maar het ziekenhuis de inning en doorstoring van de btw te laten verzorgen.

Indien deze bijzondere regeling zou worden toegepast, blijft het recht op aftrek van de arts behouden.

3.       “Vrijstellingsregeling kleine ondernemingen”

Wanneer geopteerd wordt voor één van voornoemde regelingen (1) of (2), kan de arts geen gebruik meer maken van de traditionele vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen. Deze specifieke regelingen bieden immers reeds bepaalde voordelen op het vlak van de btw-verplichtingen, waardoor de btw-administratie combinaties niet opportuun vindt.

In andere situaties kan de arts opteren voor deze vrijstellingsregeling waanneer haar omzet die in beginsel aan de btw onderworpen zou zijn, niet meer bedraagt dan € 25.000,00 per kalenderjaar.

Belangrijk is dat bij de vaststelling van deze drempel geen rekening dient te worden gehouden met handelingen die onder de btw-vrijstelling voor medische prestaties vallen.

Aftrek van de historische btw

Een arts kan vanaf 2016 handelingen verrichten die onderworpen zijn aan de btw of die zijn vrijgesteld van btw. Een arts kan dus in beginsel een volledige, een gemengde of een volledig vrijgestelde belastingplichtige zijn.

Wanneer artsen vanaf 2016 belastbare handelingen stellen, kunnen zij op grond van de btw-wetgeving een regularisatie van hun recht op aftrek uitoefenen voor:

·       De bedrijfsmiddelen die op 1/1/2016 nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn en de herzieningstermijn nog niet verstreken is

·       Andere goederen en diensten dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden gebruikt of verbruikt op 1/1/2016

Om deze regularisatie door te voeren moet er een inventaris ingediend worden bij het lokaal btw-controlekantoor uiterlijk op 30/6/2016. Het recht op aftrek van de historische btw kan dan ten vroegste worden uitgeoefend in de btw-aangifte die betrekking heeft op de maand of het kwartaal volgend op de maand waarin de inventaris is ingediend middels het rooster 62 van de periodieke btw-aangifte.

Voor de uitoefening van hun recht op aftrek van voorbelasting op hun toekomstige aankopen zijn de artsen en doktersvennootschappen onderworpen aan de algemene regels met betrekking tot het recht op aftrek van voorbelasting.

Aarzel niet om contact op te nemen met het btw-team indien u vragen hebt omtrent specifieke dossiers.

Gert Heemeryck – VAT Department

Gepubliceerd op 8/4/2016

Version française
Did you find this useful?