Article

Finaal verrekenbeding: solidariteit tussen echtgenoten

KMO-update

Het stelsel van zuivere scheiding van goederen wordt gekenmerkt door een grote vermogensrechtelijke autonomie voor de echtgenoten. Typerend voor een stelsel van gemeenschap is de grote solidariteit tussen echtgenoten. Zoals vaak wil men het beste van twee werelden: tijdens het huwelijk willen de echtgenoten hun vermogens autonoom beheren, maar in geval van vooroverlijden van de meest begoede echtgeno(o)t(e) wenst men toch een zekere vermogensrechtelijke solidariteit in te bouwen ten aanzien van de minder begoede echtgeno(o)t(e).

Een (finaal) verrekenbeding komt tegemoet aan die behoefte: tijdens het huwelijk beheren de echtgenoten het vermogen autonoom, maar bij ontbinding van het huwelijk rekenen ze verbintenisrechtelijk af alsof ze gehuwd waren onder een gemeenschapsstelsel. De langstlevende economisch zwakkere echtgeno(o)t(e) verkrijgt ingevolge het beding een vordering op de nalatenschap van de vooroverleden meest begoede echtgeno(o)t(e). Het bedrag van die vordering wordt bovendien in het passief van de nalatenschap van de vooroverleden echtgeno(o)t(e) opgenomen, waardoor het netto-actief van diens nalatenschap fors vermindert.

De opname van het bedrag van de vordering als passiefpost in de nalatenschap van de overleden echtgenoot werd in een concrete zaak aanvaard door de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen en door het Hof van Beroep te Antwerpen.

De fiscale administratie ging evenwel in Cassatie. De hoge verwachting, met name dat het Hof van Cassatie duidelijkheid zou scheppen inzake de concrete uitwerking van een verrekenbeding, werd allerminst ingelost.

Inzake het (finaal) verrekenbeding bestaat één cruciale vraag: bestaat de schuld die in de aangifte nalatenschap opgenomen wordt reeds op het ogenblik van overlijden? Indien de schuld reeds op het ogenblik van overlijden bestaat, dan kan deze zonder problemen in het passief van de nalatenschap worden opgenomen, dit overeenkomstig artikel 2.7.3.4.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (oud artikel 27 Wetboek Successierechten). Bestaat de schuld niet op het ogenblik van overlijden, dan kan ze logischerwijze niet worden opgenomen in het passief van de nalatenschap.

Een deel van de rechtsleer stelt dat de schuld wel degelijk bestaat op het ogenblik van overlijden. De schuld zou immers reeds ontstaan zijn op het ogenblik van het sluiten van de huwelijksovereenkomst die dergelijk verrekenbeding bevat. Het feit dat het verrekenbeding optioneel is, en de langstlevende aldus de vrijheid heeft zich al dan niet op het beding te beroepen zou hieraan niet in de weg staan. Dat de schuld op het ogenblik van overlijden slechts bepaalbaar is en de concrete begroting pas na overlijden gebeurt, zou evenmin afbreuk doen aan het effectieve bestaan op het ogenblik van overlijden.

Het Hof van Cassatie heeft zich helaas niet ten gronde uitgesproken over deze fundamentele vraag. Volgens het Hof van Cassatie stelt het Hof van Beroep te Antwerpen dat de schuld niet bestaat op het ogenblik van overlijden, maar niettemin in het passief als schuld mag worden ingebracht. Het Hof van Cassatie verbreekt bijgevolg het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen.

Indien het Hof van Beroep te Antwerpen deze redenering effectief zou hanteren, zou ze inderdaad de bal misslaan. Volgens de belastingplichtige zou het Hof van Beroep te Antwerpen evenwel niet hebben vastgesteld dat de schuld nog niet bestond. Het zou gaan om een ongelukkige formulering door het Hof van Beroep te Antwerpen, dat wel degelijk de mening zou toegedaan zijn dat de schuld bestaat op het ogenblik van overlijden, doch waarvan de concrete begroting pas na overlijden plaatsvindt.

Het Hof van Cassatie verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent, dat zich hopelijk ten gronde zal buigen over de vraag of de schuld al dan niet reeds bestaat op het ogenblik van overlijden.

Laura Depreeuw, ldepreeuw@deloitte.com


Gepubliceerd op 13/04/2015.

Version française
Did you find this useful?