Article

KMO-update

Incorporatie van de reserves in het kapitaal aan 10%: publicatie van een FAQ

Eenmaal is geen maal… Op 18 december 2013 publiceerde de fiscale administratie "FAQ" over een aantal onderwerpen met betrekking tot de toepassing van de overgangsmaatregel van artikel 537 van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992 (hierna "artikel 537").

Deze "FAQ" worden geacht wat meer verduidelijking en precisering te geven in het kader van de incorporatie van de belaste reserves in het kapitaal, maar leiden uiteindelijk tot de invraagstelling van een aantal posities die uitgeklaard leken te zijn.

Zo zou, volgens de FAQ van de administratie, de wettelijke reserve niet meer tot de belaste reserves behoren en zou ze dus niet kunnen worden gebruikt voor de uitkering in het kader van artikel 537. Vanuit strikt fiscaal oogpunt kunnen we deze interpretatie niet volgen. Op formulier 275.1.A is de wettelijke reserve wel degelijk opgenomen in de "belastbare gereserveerde winst".

Bovendien herinnert de administratie eraan dat het niet mogelijk is om de onbeschikbare reserves die voortvloeien uit de inkoop van eigen aandelen te gebruiken in het kader van artikel 537. Het probleem is dat de administratie deze situatie lijkt te veralgemenen voor alle onbeschikbare reserves, wat naar ons gevoel onjuist is.

Wat betreft de belaste reserves die zijn opgenomen in het kapitaal, is de administratie van mening dat ze in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van het maximaal te incorporeren bedrag, zonder echter voorafgaand aan de dividenduitkering te moeten overgaan tot een kapitaalvermindering. Er zal immers een equivalent bedrag kunnen worden afgehouden op de overgedragen winst zoals die bestaat op de datum van de dividenduitkering. Het feit dat de rechtsleer verdeeld is over dit welbepaalde punt buiten beschouwing gelaten, lijkt het ons dat de interpretatie van de administratie in tegenspraak is met de redenering van de twee voorgaande gevallen…

Een laatste punt dat volgens ons verwarring sticht, daar waar de situatie nochtans duidelijk was: de vereffening van de vennootschap binnen een periode van 4 (KMO’s) of 8 jaar. Daar waar de administratie bevestigt dat het tarief van 10% niet in vraag zal worden gesteld, voegt ze eraan toe dat dit het geval zal zijn op voorwaarde dat die vereffening voortvloeit uit een ziekte, een overlijden, het bereiken van de pensioenleeftijd, … Het zou daarentegen onredelijk zijn dat een vereffening binnen diezelfde termijn plaatsvindt als, op het ogenblik van de publicatie van artikel 537, dergelijke vereffeningsbeslissing nog niet werd genomen. Deze situatie zou worden gelijkgesteld met belastingfraude! Wat een mooie debatten in het vooruitzicht…

Kortom, in plaats van meer duidelijkheid en juridische zekerheid te brengen, heeft de administratie de situatie nog ingewikkelder gemaakt…

Nicolas Lemaire – Tax Department


Gepubliceerd op 18/03/2014.


 

 

 

Did you find this useful?