Article

KMO-update

Investeringsaftrek kmo-vennootschappen

In het kader van het relanceplan heeft de regering een aantal maatregelen genomen in de hoop de druk op de Belgische vennootschappen te verlichten. Een van de maatregelen betreft de invoering van de investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen in de programmawet van 26 december 2013.

Inleiding

Naar aanleiding van de invoering van de aftrek voor risicokapitaal, de zogenaamde notionele interestaftrek, in aanslagjaar 2007 werd de gewone éénmalige investeringsaftrek tot nul herleid. Vanaf 1 januari 2014 echter wordt de investeringsaftrek nieuw leven ingeblazen en zal onder bepaalde voorwaarden een aftrek van 4% worden toegestaan. De investeringsaftrek is een aftrek van de belastbare basis berekend als een percentage op bepaalde investeringen.

Toepassingsgebied

Middels de Programmawet van 26 december 2013 wordt de investeringsaftrek vanaf 1 januari 2014 voor twee jaar opnieuw ingevoerd voor KMO-vennootschappen. Een KMO-vennootschap betreft “een vennootschap die op grond van artikel 15 van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbarre tijdperk waarin de investeringen worden verricht”.

Het tarief van de investeringsaftrek werd vastgelegd op 4% van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe materiële of immateriële vaste activa. Let wel, de voorwaarden die vroeger golden voor de investeringsaftrek blijven onverkort van toepassing. Zo dienen de activa verband te houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die werkelijk door de vennootschap wordt uitgevoerd.

In dit verband geeft de Memorie van Toelichting een aantal voorbeelden van investeringen die niet in aanmerking komen. Zo zal de aankoop door een artsenvennootschap van een appartement aan zee niet van de investeringsaftrek kunnen genieten, zelfs niet wanneer het maatschappelijk doel van deze vennootschap de aankoop van vastgoed toelaat. De aankoop van een appartement aan zee behoort voor een artsenvennootschap namelijk niet tot de bestaande of geplande economische werkzaamheid die ze werkelijk uitoefent of zal uitoefenen.

Indien echter een gebouw voor ‘gemengd’ gebruik wordt aangekocht kan de nieuwe investeringsaftrek wel worden toegepast op die delen van het gebouw die uitsluitend worden aangewend voor de bestaande of geplande economische werkzaamheid die werkelijk wordt uitgeoefend.

Ook komen, net zoals vroeger, personenwagens en auto’s voor dubbel gebruik niet in aanmerking voor de investeringsaftrek.

Wanneer er onvoldoende winst wordt gerealiseerd wordt de overdracht van de niet verleende vrijstelling enkel toegestaan in het volgende belastbaar tijdperk. Dit is een verschil met de vroegere regeling.

Geen combinatie met aftrek voor risicokapitaal

De grootste beperking aan de nieuwe investeringsaftrek betreft dat men ze slechts kan toepassen als de vennootschap voor het belastbaar tijdperk waarin de investering wordt verricht, onherroepelijk verzaakt aan de aftrek voor risicokapitaal.

De memorie van toelichting vermeldt wel dat de nieuwe investeringsaftrek kan worden gecombineerd met de overgedragen aftrek voor risicokapitaal van vorige jaren.

Conclusie

Met de invoering van een nieuwe investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen wenst de overheid kleine en middelgrote ondernemingen die investeren te ondersteunen. Onder bepaalde voorwaarden zal een vennootschap kunnen opteren voor een aftrek van 4% op de aanschaffings- of beleggingswaarde van nieuwe vaste activa. Wanneer zij opteert voor deze nieuwe investeringsaftrek zal zij echter onvoorwaardelijk dienen te verzaken aan de aftrek voor risicokapitaal voor dat belastbaar tijdperk. Men dient dus voor elk concreet geval een berekening te maken van de meest gunstige situatie.

Bart Verhelst, Deloitte


Gepubliceerd 28/01/2014.

Did you find this useful?