Article

Inkomsten uit de “deeleconomie”

KMO-update

Gedurende een lange periode bleven inkomsten uit de zogenaamde deeleconomie (waarbij particulieren diensten aan elkaar leveren d.m.v. apps en elektronische platformen) de facto onbelast. Een taxatie als divers inkomen aan 33%, weliswaar met de mogelijkheid van aftrek van de werkelijke kosten, was in theorie mogelijk, maar bleef in de praktijk vaak dode letter.

Teneinde dergelijke vorm van “oneerlijke” concurrentie een halt toe te roepen, besloot de wetgever een afzonderlijk taxatieregime in te voeren voor deze zogenaamde “deeleconomie”. Vanaf 1 juli 2016 zullen inkomsten uit de deeleconomie belast worden aan een nominaal tarief van 20%, waarbij een kostenforfait van 50% gehanteerd wordt, tenzij globalisatie voordeliger zou uitvallen. Hierdoor daalt de effectieve belastingdruk op inkomsten uit de deeleconomie tot 10%.

Het toepassingsgebied van het nieuwe regime werd echter aanzienlijk beperkt. Zo mogen de diensten uitsluitend aan particulieren geleverd worden, aangezien men de echte “C2C”-economie beoogt te taxeren (waarbij de vraag gesteld kan worden hoe de fiscus dit zal trachten te controleren).

Daarnaast dienen de geleverde diensten tevens los te staan van een eventueel bestaande beroepsactiviteit van de belastingplichtige als zelfstandige (lees: de diensten mogen wèl verband houden met een eventuele activiteit uitgeoefend als werknemer).

Ook dienen de activiteiten uitgeoefend te worden d.m.v. een erkende app of een erkend platform. Deze voorwaarde is enigszins vanzelfsprekend daar de inning van de taxatie zal geschieden middels een bronheffing die ingehouden en aan de schatkist afgedragen dient te worden door de erkende app of het erkende platform. Dit wil echter niet zeggen dat deze voorheffing een bevrijdend karakter heeft; de inkomsten dienen nog steeds aangegeven te worden in de aangifte personenbelasting.

De reden van deze verplichte aangifte in de personenbelasting is dat het nieuwe regime enkel van toepassing is indien een (jaarlijks te indexeren) grensbedrag van € 5.000 niet overschreden wordt (aangezien de maatregel pas op 1 juli 2016 van start gaat, bedraagt het grensbedrag voor 2016 € 2.500). Van zodra dit grensbedrag overschreden wordt, valt het integrale bedrag buiten het toepassingsgebied van het nieuwe regime (en is dit inkomen zodoende onderworpen aan de gewone progressieve tarieven, tenzij bewezen kan worden door de belastingplichtige dat het geen beroepsinkomen betreft).

Tot aan dit grensbedrag van € 5.000 vallen deze activiteiten tevens buiten het toepassingsgebied van btw, en zal men tevens geen aansluiting bij de Kruispuntbank van Ondernemingen dienen door te voeren, noch sociale bijdragen hoeven te betalen.

Tenslotte dient nog vermeld te worden dat twee voorname activiteiten expliciet uitgesloten worden van het nieuwe regime, met name de levering van goederen en verhuuractiviteiten. De redenering hierachter is dat voor deze activiteiten reeds een specifiek taxatiestelsel bestaat, of dat deze activiteiten in principe normaliter binnen het normaal beheer van privévermogen vallen. Dit impliceert echter dat populaire platformen zoals Airbnb e.d. buiten het toepassingsgebied zouden vallen. Dit blijkt echter slechts zo te zijn in de mate dat er geen bijkomende diensten geleverd worden. Indien er wel bijkomende diensten geleverd worden (zoals bijvoorbeeld ontbijt), dan zal forfaitair een 20/80-opdeling gemaakt worden, waarbij 20% geacht wordt betrekking te hebben op de dienst en bijgevolg wel binnen het toepassingsgebied van het nieuwe regime te vallen.

Jarne Boone – Tax Department

Gepubliceerd op 1/07/2016

Did you find this useful?